Foto:AJEL_via Pixabay

Op 20 maart gaf de Europese Raad het door de Europese Commissie gevraagde mandaat af om te onderhandelen over een Multilateraal Hof (of Multilateral Investment Court, MIC) voor het beslechten van geschillen tussen investeerders en staten. De Europese Commissie is van mening dat hiermee tegemoet wordt gekomen aan de roep om hervorming van het omstreden ISDS-mechanisme voor investeringsgeschillenbeslechting. Maar in feite is het MIC niet meer dan een ISDS 2.0.

Het MIC komt niet tegemoet aan de brede maatschappelijke bezwaren tegen investeringsarbitrage”, aldus Roeline Knottnerus (SOMO). “De Europese Commissie gaat alleen onderhandelen over de procedure voor het afhandelen van investeringsclaims. Met als doel: beheersing van de proceskosten en het vergroten van de voorspelbaarheid van de uitkomsten van gevoerde zaken, in het belang van de investeerders. De grondslagen op basis waarvan investeerders hun miljoenenclaims kunnen indienen worden niet aangepakt.”

Eenzijdig

Volgens SOMO versterkt het MIC de eenzijdigheid van investeringsarbitrage: alleen investeerders kunnen, buiten de nationale rechter om, zaken aanspannen. In de publieke opinie, en door een groeiend aantal landen (ook binnen de EU) wordt de legitimiteit van deze eenzijdigheid bestreden. Met name ontwikkelingslanden en opkomende economieën hebben aan den lijve hebben ondervonden welke druk er van (dreigen met) investeringsclaims kan uitgaan. Het Europees Hof van Justitie oordeelde onlangs nog dat internationale investeringsarbitrage strijdig is met het Europees recht.

Ook onder het MIC kunnen bedrijven compensatie eisen voor overheidsmaatregelen in het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld betere milieumaatregelen of sociale wetgeving. De ‘schadevergoedingen’ voor de winst die bedrijven door zulke maatregelen zouden kunnen mislopen kunnen nog altijd in de vele honderden miljoenen lopen, op te hoesten door de belastingbetaler Zo blijft zelfs het dreigen met claims ook onder het MIC een wapen voor bedrijven om oneigenlijke druk uit te oefenen op (voorgenomen) beleid,” aldus Roeline Knottnerus.

Afzijdig

“De EU loopt niet zo hard als het gaat om het benoemen van de verplichtingen van bedrijven”, benadrukt Bart-Jaap Verbeek (SOMO). “Zo houdt de EU zich goeddeels afzijdig bij het VN-initiatief om te komen tot een verdrag inzake (transnationale) bedrijven en mensenrechten. En daarmee blijft de situatie waarin grote internationale bedrijven zich maar al te makkelijk kunnen onttrekken aan hun verantwoordelijkheden.”

“Als er al een multilateraal hof moet komen, dan zou dat op zijn minst open moeten staan voor alle geschillen rondom buitenlandse investeringen. Zodat er ook internationale zaken kunnen worden aangespannen tegen bedrijven die zich schuldig maken aan schending van mensenrechten, basale sociale normen en milieuvervuiling en -vernietiging.”