Nederland wil dat de Europese Unie vanaf 2030 de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor verbiedt, blijkt uit de brief die staatssecretaris Stientje van Veldhoven deze week samen met acht lidstaten aan de Europese Commissie stuurde. Dat is nodig om de ambitieuze Europese klimaatdoelen te halen. Maar zijn we wel duurzaam en eerlijk bezig als straks iedereen een eigen elektrische auto bezit?

Helaas gaat de grootschalige electrificatie van ons wagenpark gepaard met een ongekende stijging van de vraag naar lithium, kobalt, nikkel, grafiet en mangaan, nodig voor de productie van de batterijen. De Wereldbank schat dat de winning van lithium, kobalt en grafiet tot 2050 vervijfvoudigt. De gevolgen voor mens en milieu laten zich raden.
De winning van deze mineralen zorgt nu al voor ernstige problemen in Afrika en Zuid-Amerika. Gemeenschappen daar gaan gebukt onder milieuvervuiling, waterschaarste en vergiftiging. Slecht betaalde mijnwerkers, onder wie kinderen, halen de mineralen vaak onder zeer gevaarlijke omstandigheden uit de grond. Deze mensen lijden onder de gevolgen van mineralenwinning voor onze energietransitie, terwijl ze niet substantieel hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis.

De transportsector was in 2019 verantwoordelijk voor grofweg een kwart van de wereldwijde CO2-uitstoot, waarbij meer dan 70 procent voor rekening kwam van het wegvervoer. Natuurlijk moeten deze emissies rap omlaag om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen en catastrofale klimaatverandering te voorkomen. De vraag is alleen of we met de huidige inzet om maar zoveel mogelijk elektrische voertuigen op de weg te krijgen niet het paard achter de wagen spannen.

publication cover - The battery paradox

The battery paradox

De negatieve gevolgen van de elektrische auto voor mens en milieu

In een recent SOMO-onderzoek laten we zien dat de sterk op Europees belastinggeld leunende auto- en batterijenindustrie onze maatschappij vast dreigt te zetten in een transportsysteem waarin individueel autobezit de norm is; de investeringen zijn dusdanig groot dat alle deelnemende partijen belang hebben bij een zo groot mogelijke afname van batterijen, en dus elektrische voertuigen.

Gezien de nu al dramatische gevolgen, van de kobalt- en lithiumwinning moet er veel serieuzer gekeken worden naar andere scenario’s, om de vraag naar mineralen en energie in absolute zin te verminderen.

Zet in plaats van het stimuleren van privé-autobezit veel meer in op openbaar vervoer, autodelen en ride-sharing. Daarin zit veruit het grootste potentieel om de klimaateffecten van personenvervoer aan te pakken, en tegelijkertijd de druk op mens en milieu vooral in het zuidelijk halfrond te verlichten. Voor een echt eerlijke mobiliteitstransitie is een eenzijdige focus op het terugdringen van de CO2-uitstoot in Europa niet voldoende; respect voor milieu en mensrechten wereldwijd is minstens zo belangrijk.

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen op 15 maart in de Volkskrant