Door: Anne Schuit (SOMO), Mariette van Huijstee (SOMO), Pietje Vervest (TNI), Anne van Schaik (Friends of the Earth Europe). Namens de Fair, Green & Global alliantie

Mensenrechtenschendingen door bedrijven krijgen regelmatig aandacht in de media: denk aan de Nigeriaanse boeren wiens land wordt vervuild door oliewinning door onder meer Shell, bedreigingen en moorden op Colombiaanse vakbondsleiders die in verband worden gebracht met hun verzet tegen mijnbouwbedrijf Drummond, of arbeiders in onveilige kledingfabrieken in Bangladesh die produceren voor merken als Benetton. Nederland moet zich actief inzetten om de straffeloosheid die met deze schendingen gepaard gaat aan te pakken, met een ‘smart mix’ van juridische en niet-juridische instrumenten.

Er doet zich op dit moment een unieke kans voor om dit concreet invulling te geven. Want hoewel het nog nauwelijks aandacht heeft gekregen in de Nederlandse media, heeft er recentelijk een belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden om de straffeloosheid van bedrijven via het internationaal recht aan te pakken. Ondanks stevige lobbykrachten van de Verenigde Staten en Europa, die onder meer dreigden hulp en investeringen te verminderen, werd afgelopen 26 juni in Geneve een resolutie hierover in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties aangenomen.

Internationaal bindend instrument

Wat is er besloten? Er wordt een intergouvernementele werkgroep opgericht die gaat onderhandelen over een internationaal bindend instrument over bedrijven en mensenrechten. Tijdens haar eerste twee bijeenkomsten zal de reikwijdte van deze onderhandelingen worden bepaald, want hoe het instrument er uit gaat zien ligt nog helemaal open en kent nog verschillende haken en ogen, waaronder de uitsluiting van local businesses. Qua vorm ligt een verdrag dat de verantwoordelijkheden van staten om bedrijven te reguleren en verantwoordelijk te houden voor schendingen het meest voor de hand. Qua inhoud zal er o.a. gekeken worden naar civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven die op internationale schaal opereren, ketenaansprakelijkheid, barrières voor toegang tot het recht, extraterritoriale jurisdictie, en genoegdoening voor slachtoffers.

Guiding Principles

Ecuador nam het initiatief voor de resolutie, gesteund door vele Zuid Amerikaanse, Afrikaanse en Arabische landen, en meer dan 600 maatschappelijke organisaties. De stemverhouding rond de resolutie is opvallend: de VS en Europese lidstaten tegen, landen als China, Rusland en Pakistan voor. De VS en Europa zeggen het te vroeg te vinden voor een bindend instrument, en willen het in 2011 door de Verenigde Naties aangenomen normenkader rond bedrijfsleven en mensenrechten (the Guiding Principles on Business and Human Rights) eerst een kans geven. Zij zeggen bang te zijn voor ondermijning van de Guiding Principles door de nieuwe resolutie, maar dreigen er in praktijk zelf een schepje bovenop te doen door hun aankondiging de nieuwe intergouvernementele werkgroep tegen te zullen werken.

Vanuit het perspectief van de slachtoffers van mensenrechtenschendingen door bedrijven laten Europa en de VS zich in elk geval niet van hun beste kant laten zien. Hoewel de Guiding Principles een behoorlijke stap vooruit waren in het vastleggen van de verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren, en overheden opnieuw wijzen op hun plicht om mensenrechten actief te beschermen, zijn ze niet afdwingbaar en blijft de straffeloosheid hiermee voortbestaan. Een internationaal bindend instrument is dus hard nodig.

Complementaire processen

In plaats van het internationale onderhandelingsproces tegen te werken zouden Europa en de VS zich dus sterk moeten maken voor zowel de implementatie van de Guiding Principles als een bindend instrument. De processen zijn complementair en lenen zich er bij uitstek voor om elkaar te versterken. In afwachting van het internationale instrument (dergelijke onderhandelingen kosten jaren tijd) bieden de Guiding Principles een duidelijk kader voor de verantwoordelijkheden van overheden en bedrijven om bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen tegen te gaan, terwijl ze tegelijkertijd mede invulling kunnen geven aan het internationale instrument.

Oproep aan de Nederlandse overheid

We roepen Nederland op om haar invloed aan te wenden om Europese staten op een constructieve manier deel te laten nemen in de intergouvernementele werkgroep, en in het onderhandelingsproces de bescherming van mensenrechten en het bestrijden van straffeloosheid als prioriteit te stellen. Daarnaast moet Nederland onverminderd doorgaan met de verdere implementatie van de Guiding Principles op nationaal niveau en de promotie ervan op internationaal niveau, en aan haar verplichting om mensenrechten te beschermen progressief invulling geven. Kortom: Nederland zou pleitbezorger moeten zijn van een ‘smart mix’ van maatregelen ten behoeve van betere bescherming van slachtoffers van mensenrechtenschendingen. Want dat die bescherming verbetering behoefd is evident.