Een lokale werknemer van een onderneming in een ontwikkelingsland weet meestal niet tot wie hij zich kan wenden als hij op staande voet wordt ontslagen, of wanneer er sprake is van structureel onbetaald overwerk. Dat geldt vaak ook voor dorpsgemeenschappen van wie de bestaanszekerheid wordt bedreigd door grootschalige bouwplannen van bijvoorbeeld een internationaal mijnbouwbedrijf. Het vier jaar durende SOMO-programma Human Rights & Grievance Mechanisms (HRGM) beoogt zowel de toegankelijkheid als de effectiviteit van klachtenmechanismen* te vergroten.

Multinationals zijn steeds actiever geworden in zuidelijke landen. Hun groeiende invloed zet de nationale soevereiniteit in een land onder druk. Als regeringen niet thuis geven bij mensenrechtenschendingen door multinationals, is een sterker maatschappelijk middenveld nodig. Juridische procedures zijn vaak langdurig, kostbaar en soms onbetrouwbaar. Goede niet-judiciële klachtenmechanismen zijn daarom belangrijke aanvullende instrumenten om genoegdoening voor slachtoffers te halen.

Het HRGM-programma wil deze instrumenten versterken. Daarvoor werkt SOMO met zuidelijke partners onder meer aan ‘capacity building’ en ondersteuning bij het gebruik van klachtenmechanismen. Zo kregen afgelopen november vertegenwoordigers van deze partners training in Nederland in de werking en het strategisch gebruik van klachtenmechanismen. Een groot deel van de driedaagse training werd bovendien ingeruimd om partners op te leiden in het trainen van partnerorganisaties, ‘community-based organisations’ en individuele werknemers.

In 2013 geven de zuidelijke partners in Afrika, Azië en Latijns-Amerika zelf trainingen aan ngo’s. Deze trainingen moeten ertoe leiden dat ngo’s en werknemers beter bekend raken met het bestaan en werking van klachtenmechanismen. Het HRGM-programma voorziet door expertmeetings met lokale advocaten en deskundigen ook in betere bescherming van mensenrechtenactivisten als deze daadwerkelijk klachten indienen.

Joris Oldenziel: “Het gaat erom dat slachtoffers van mensenrechtenschendingen door bedrijven in staat zijn om zich te wenden tot effectieve klachtenmechanismen zonder het gevaar van represailles of juridische stappen door het bedrijf.”

SOMO test bestaande klachtenmechanismen, zoals de Nationaal Contact Punten (NCP’s) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In het nieuwe programma worden niet alleen deze interstatelijke klachtenmechanismen nog kritischer onderzocht op hun effectiviteit, maar ook die van financiële instellingen als het World Bank Inspection Panel en die van sectorale initiatieven. Denk bij het laatst bijvoorbeeld aan de in Nederland gevestigde Fair Wear Foundation. Daarnaast onderzoekt het progamma klachtenmechanismen op het niveau van bedrijven.

In de elektronicasector is SOMO al langer bezig met onderzoek naar de toegankelijkheid van ‘company level grievance mechanisms’, waaruit blijkt dat deze vaak niet of nauwelijks werken.”

Uit dit kennisversterkend onderzoek komen uiteindelijk aanbevelingen voort om klachtenmechanismen zodanig te verbeteren dat bedrijven wel degelijk gevolgen ondervinden als geschillencommissies klachten gegrond verklaren.

SOMO ontwikkelt in 2013 een website waar ngo’s, gemeenschappen en andere geïnteresseerden advies en informatie over klachtenmechanismen kunnen vinden.

* Klachtenmechanisme: dat is een niet-judiciële procedure die personen en groepen een formeel instrument biedt om misstanden door bedrijfsactiviteiten aan te kaarten, onder andere in relatie tot mensenrechten, en waarmee ze genoegdoening kunnen zoeken.