Foto:Annelies Vlasblom

Europese supermarkten – waaronder Albert Heijn – versterken hun positie richting toeleveranciers door internationale bundeling van inkoop. Internationale supermarktinkoopgroepen zijn al sinds de jaren ‘80 actief, maar voor de meeste mensen onbekend. Met het rapport Eyes on the Price, brengt SOMO de werking en mogelijk negatieve effecten van deze inkoopgroepen voor het eerst in beeld.

“Het was een lastig onderzoek”, stelt Gisela ten Kate. “We wilden graag van leveranciers horen waar zij tegenaan lopen in onderhandelingen met de inkoopgroepen, maar slechts één producent wilde uiteindelijk – anoniem – met ons praten. Uit vrees klanten te verliezen voelen toeleveranciers zich kennelijk niet vrij om over hun relatie met supermarkten te vertellen. De conclusies uit ons onderzoek zijn echter heel duidelijk: door toenemende inkoopmacht van supermarkten trekken leveranciers en boeren aan het kortste eind.”

Negatieve effecten

De onderzochte inkoopgroepen vertegenwoordigen een gigantische gezamenlijke omzet van soms wel 178 miljard euro. Vooral simpele huismerkproducten zoals olijfolie, sinaasappelsap en tomatenpuree zijn makkelijk gezamenlijk internationaal in te kopen. Er is voor de inkoopgroepen maar één prioriteit, en dat is korting krijgen. “De aanzienlijke kortingen die bedongen worden kunnen negatieve effecten hebben voor directe leveranciers. Maar ook verder in de toeleveringsketen binnen en buiten Europa kan dit leiden tot verslechterde arbeidsomstandigheden”, stelt Ten Kate.

Kans op oneerlijke handelspraktijken

De rechten van toeleveranciers en boeren bij onderhandelingen zijn in Europa slecht geregeld. Mededingingswetgeving is gericht op lagere prijzen voor consumenten, en niet op mogelijke negatieve effecten van de inkoopgroepen op leveranciers. Maar die zijn er wel: “De machtsverhoudingen zijn scheef. Toeleveranciers moeten heel veel informatie delen en de onderhandelingen zijn complex. De kans dat leveranciers te maken krijgen met oneerlijke handelspraktijken neemt daarmee toe. Deze aspecten moeten veel meer aandacht krijgen van de Europese beleidsmakers”, concludeert Ten Kate.