Foto:iStockphoto

Nederland blijkt niet bereid om op Europees niveau strikte maatregelen te treffen tegen marktverstorende speculatie met prijzen van voedsel en andere grondstoffen. Minister Dijsselbloem van Financiën gaat daarmee voorbij aan de wens van de Tweede Kamer en leden van het Europees Parlement. “Als excessieve speculatie mogelijk blijft, kunnen voortdurende prijsschommelingen de levens en het bestaan van boeren en consumenten in de wereld ontwrichten”, stelt Myriam Vander Stichele, senior onderzoeker bij SOMO.

Of de Europese derivatenmarkten voor voedselproducten (termijnmarkten) tot stabiele prijsvorming voor boeren zullen leiden, hangt af van de herziening van een Europese wet, de Markets in Financial Instruments Directive (MiFID). De besluitvorming hierover is in de laatste fase beland.

Zowel het Europees Parlement als de Raad van Ministers (van Financiën) hebben al afzonderlijk gereageerd op voorstellen van de Europese Commissie. Deze drie (de zogenaamde Trialogue) komen vanaf juli bijeen om een eindtekst (MiFID-2) op te stellen en op 4 september behandelen ze de regelgeving van de termijnmarkten.

Snelle winsten voor investeerders

Vander Stichele legt uit: “Op de termijnmarkten zijn niet langer boeren of eindgebruikers als Unilever dominant, maar grote banken, investeerders en andere belangrijke financiële spelers. Zij proberen met grondstoffenderivaten snelle winsten te maken. Hun abrupte komen en gaan op de beurs beïnvloedt de voedselprijzen, zoals de afgelopen twee jaar te zien was. Sterke schommelingen in die voedselprijzen brengen de inkomsten van boeren en de voedselzekerheid van armen in voedselimporterende ontwikkelingslanden in gevaar”

Maatregelen nodig op Europees niveau

Een wettelijke beperking van de omvang en het aantal termijncontracten in handen van financiële spelers, ook wel positielimieten genoemd, moet dit voorkomen. Het Europees Parlement, NGO’s en SOMO willen deze positielimieten via MiFID-2 op Europees niveau bepalen. Ook de Tweede Kamer pleit hiervoor, door te verwijzen naar het Amerikaanse model.

Vander Stichele: “Dijsselbloem en zijn collega’s willen het toezicht echter bij de nationale toezichthouders onderbrengen. Maar Europa is een eenheidsmarkt. Als je de positielimieten niet op centraal Europees niveau vaststelt, kunnen sommige landen hun eigen termijnmarkten en handelaren bevoordelen door veel contracten toe te staan waarvan ‘brave’ landen met strengere regelgeving de dupe worden.”

“Als Dijsselbloem c.s. op dit punt hun zin krijgen, zal de regelgeving niet effectief zijn. Dan blijven buitensporige speculatie en grote prijsschommelingen mogelijk, met alle kwalijke gevolgen voor de voedselzekerheid in arme landen en voedselproductie wereldwijd.”

Mazen in de wet

De voorlopige teksten van zowel de Ministers als van het Europese Parlement bieden bovendien allerlei mazen die goede regelgeving teniet doen, onder meer door allerlei uitzonderingen en zogenaamde onderhands verhandelde contracten (OTC). NGO’s hebben onlangs aangegeven hoe deze mazen in de wet kunnen worden gedicht en voeren op 4 september actie in Brussel om hun argumenten voor effectieve regelgeving kracht bij te zetten.

Riskant voor pensioenfondsen

Door grote prijsschommelingen en activiteiten van speculanten op de termijnmarktent kunnen investeerders grote economische risico’s nemen. Vander Stichele is erg verbaasd dat minister Dijsselbloem in mei 2013 in een brief aan de Tweede Kamer banken en pensioenfondsen zo ongeveer carte blanche gaf om te speculeren op grondstoffen- en derivatenmarkten. In die Kamerbrief rept de minister met geen woord over de dominante positie van speculanten en andere risico’s.

“Pensioenfonds Zorg & Welzijn belegde 7 procent – ongeveer 9,3 miljard Euro – van haar portefeuille in 2012 in grondstoffen waartoe speculeren in derivaten behoort. Het fonds behaalde daarmee in 2012 een rendement van 0,8 procent tegenover een gemiddelde van 13,4 procent. Speculeren met grondstoffenprijzen kan dus een riskante investering zijn. Als veel grote spelers samen het vertrouwen in grondstoffenderivaten verliezen en zich daarom ineens uit die termijnmarkten terugtrekken of als ze juist massaal gaan speculeren, worden de prijzen volatiel.”

Duurzaam investeren in landbouwproductie

Alom klinkt de roep om investeringen in de Nederlandse economie zodat die uit het slop kan worden getrokken.

“Ook pensioenfondsen kunnen investeren in directe productie, zoals duurzame landbouw. Dat draagt meer bij aan stabiele prijsvorming en economische overlevingskansen voor boeren.”

Maar de tendens is anders, merkt Vander Stichele keer op keer.

“Neem Deutsche Bank. Die zijn erg actief met fondsen op voedseltermijnmarkten, met als verklaring te willen blijven investeren in landbouw. Maar sinds april 2013 kunnen tienduizenden Nederlandse boeren niet meer bij Deutsche Bank terecht nadat ze daar klant werden toen Deutsche Bank in 2010 een deel van ABN/AMRO overnam.”

Lobby tegen regelgeving

Europese politici staan onder grote druk van de lobby van de financiële sector en grote bedrijven die tegen strikte regelgeving zijn.

Vander Stichele: “Tegenstanders van positielimieten stellen dat er ‘liquiditeit’ nodig is om boeren te helpen zich via termijnmarkten te beschermen tegen instabiele prijzen. Maar waarom zijn die prijzen zo instabiel? Dat kan een gevolg zijn van slecht landbouwbeleid, maar tegenwoordig ook van een tekort aan investeringen in landbouwproductie en te veel in speculatie.”

Meer informatie