In het rapport ‘Nederzettingenhandel en de rol van Nederlandse supermarkten bij mensenrechtenschendingen in de Palestijnse gebieden’ komt SOMO tot de conclusie dat het tijd wordt dat supermarkten hun verantwoordelijkheid nemen, en dat de overheid bindende regels opstelt.

Supermarkten in Nederland verkopen producten die afkomstig zijn uit de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Deze nederzettingen zijn volgens de Nederlandse overheid illegaal, en schenden internationaal rechtelijke normen zoals oorlogsrecht en mensenrechten. Supermarkten verdienen hiermee geld aan bedrijven die de illegale nederzettingen versterken en uitbreiden.

Zowel door de internationale gemeenschap als door de Nederlandse overheid wordt erkend dat nederzettingen strijdig zijn met het internationaal recht. Bovendien vormen nederzettingen één van de belangrijkste obstakels voor een oplossing van het Israël-Palestina conflict en leiden tot een scala aan mensenrechtenschendingen. Schendingen die worden veroorzaakt door geweld tegen Palestijnen door kolonisten in de nederzettingen, landonteigening ten behoeve van de agrarische productie in de nederzettingen, en oneigenlijk gebruik van water door de nederzettingen ten koste van de Palestijnse bevolking.

‘De internationale handel van de nederzettingen met bedrijven zoals supermarkten is een van de drijvende krachten achter de nederzettingen’, aldus Shawan Jabarin, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq. ‘Om mensenrechtenschendingen te kunnen beëindigen is het daarom essentieel dat de handel in nederzettingenproducten een halt wordt toegeroepen’.

Wet- en regelgeving

Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) maakte eerder deze maand bekend dat ze de herkomst van producten uit nederzettingen zullen vermelden op de etiketten. Hoewel de consument daarmee juist wordt geïnformeerd, benadrukt SOMO dat de verkoop van die producten verbonden blijft aan mensenrechtenschendingen.

Duidelijke wet- en regelgeving vanuit de Nederlandse overheid rondom het thema ontbreekt. De overheid verwacht van de supermarkten dat ze hun eigen verantwoordelijkheid nemen en wijzen op bestaande internationale normen (OESO-richtlijnen) die bedrijven voorschrijven om betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen te voorkomen. De supermarkten volgen deze richtlijnen niet op en blijven wachten op actie vanuit de overheid.

Transparantie en ketenverantwoordelijkheid

SOMO beargumenteert dat de in- en verkoop van nederzettingenproducten inderdaad in strijd is met de OESO-richtlijnen. ‘Nederzettingenproducten kunnen niet los gezien worden van de illegale status van de nederzettingen en de mensenrechtenschendingen als gevolg van de nederzettingen’, aldus Anne Schuit, onderzoeker bij SOMO. ‘Supermarkten dienen op de hoogte te zijn van deze schendingen en stappen te ondernemen om hun betrokkenheid bij de schendingen te voorkomen of beëindigen.’

Aanstaande woensdag 20 mei vindt er in de Tweede Kamer een debat plaats over de situatie in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. SOMO roept de overheid op om supermarkten en levensmiddelenbedrijven te verplichten om de daadwerkelijke en potentiële impact op mensenrechten in de keten te analyseren en stappen te ondernemen om hun betrokkenheid bij schendingen te voorkomen dan wel te beëindigen. Anders zal deze vicieuze cirkel, die ernstige mensenrechtenschendingen in de hand werkt, blijven voortbestaan.