SOMO organiseerde op 26 mei een Ronde Tafel in het Europees Parlement, samen met Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks). Deze goedbezochte bijeenkomst stelde conflictgrondstoffen uit de Democratische Republiek Congo (DRC) centraal. Daarbij lag de focus op twee doelen, te weten het aansporen van de Europese Commissie hierover een wet te ontwikkelen en het bieden van een platform aan Congolese NGO’s. De bijeenkomst was geslaagd, toch is de weg naar daadwerkelijke wetgeving nog lang. Niets doen is echter volgens Judith Sargentini geen optie.

Conflictgrondstoffen zijn grondstoffen waarvan de mijnbouw en handel bijdraagt aan gewelddadige conflicten, bijvoorbeeld de mineralen die afkomstig zijn uit de Democratische Republiek Congo (DRC) en verwerkt worden in (onder andere) mobiele telefoons. Gewapende Congoleze groepen controleren mijnen en verkopen de mineralen, die uiteindelijk ook in Europese elektronica terechtkomen. De winning van tin, coltan, wolframiet en goud, bestemd voor onze mobiele telefoons en computers, draagt bij aan het voortduren van het conflict in Congo. Het doel van de Ronde Tafel over conflictgrondstoffen uit de DRC was tweeledig. Ten eerste het aansporen van de Europese Commissie om een wet te ontwikkelen op het gebruik van conflictgrondstoffen, vergelijkbaar met de wet die vorig jaar in Amerika is aangenomen (Dodd Frank 1502 over Conflict Minerals). Ten tweede wilden de organisatoren met de bijeenkomst een platform bieden aan Congolese NGO’s om zo een rol te spelen bij internationale initiatieven. Op deze manier kunnen lokale perspectieven meegenomen worden in het proces. Het belang hiervan werd tijdens de Ronde Tafel meerdere malen benadrukt.

De bijeenkomste telde meer dan 80 deelnemers, met vertegenwoordigers van NGO’s, bedrijven, het Europees Parlement, de Europese Commissie, duurzame beleggers en de Congolese overheid. De discussie werd ingeleid door vier lezingen over de huidige situatie in Congo, een Congolees en Amerikaans perspectief op de Dodd Frank Act en de huidige stand van zaken over wetgeving binnen de EU. Brede consensus was er onder de deelnemers over de noodzaak voor Europese wetgeving, wat een doelgerichte discussie opleverde. Met name de Congolese deelnemers kaartten aan dat wetgeving samen zou moeten gaan met verschillende maatregelen, zoals ‘security sector reform’ en het verbeteren van (lokaal) bestuur. Belangrijk onderdeel van de discussie was tevens een ‘de-facto embargo’ op Congolese grondstoffen, wat een eventuele wet met zich mee kan brengen. Dergelijke onbedoelde consequenties moeten worden voorkomen. Maar duidelijk is geworden dat een wet die de grondstoffenstroom transparanter en legaler maakt, een integraal onderdeel vormt van een duurzame oplossing voor het conflict in de regio.

Hoewel de bijeenkomst de intentie laat zien om de problematiek van conflictgrondstoffen aan te pakken, is de weg naar daadwerkelijke wetgeving nog lang. De Europese Commissie staat niet te springen om iets dergelijks te ontwikkelen, met name uit angst om de concurrentiepositie van Europese bedrijven te verslechteren. Tot nu toe waren zij alleen bereid om wetgeving te ontwikkelen op ‘country-by-country reporting’ (ook op basis van de Amerikaanse Dodd Frank Act). Er is dus nog veel werk aan de winkel om de Europese Commissie ervan te overtuigen dat wetgeving op conflictgrondstoffen ook noodzakelijk is. Een hoopvolle noot voor een vervolg op deze Ronde Tafel gaf Judith Sargentini:‘Doing nothing is impossible; the example from the US, in whatever form, needs to be followed. And, in my personal preference, this must not be voluntary.’

Het verslag van de Ronde Tafel staat in het rapport.

Lees hier ook het artikel op de website van GroenLinks.