Direct naar inhoud

Dossier 4: Israëlische megabedrijven thuis in Nederland

Geplaatst in categorie:
Long read
Geschreven door:
Geschreven door: Jasper van Teeffelen
Gepubliceerd op:
reading time 7 minutes

De ‘Nederland-Israël-investeringsdossiers’ van SOMO onderzoeken hoe Nederland het investeringsknooppunt van Israël is geworden.

Belangrijkste inzichten

  • Twee van de grootste bedrijven van Israël hebben hun regionale Europese hoofdkantoor in Nederland gevestigd. Deze Israëlische bedrijfsgiganten maken gebruik van Nederlandse bedrijven om miljarden in hun wereldwijde activiteiten te pompen.
  • Het Israëlische chemiebedrijf ICL heeft zijn Europese hoofdkantoor in Nederland. ICL koos in 2014 voor Nederland als regionale hoofdvestiging na uitgebreide lobby door de Nederlandse regering en het aanbod van een gunstige fiscale behandeling. De staat Israël heeft een „speciaal staatsaandeel“ in ICL om zijn vitale belangen te „waarborgen“.
  • Teva Pharmaceuticals, de grootste particuliere werkgever van Israël en een van ’s werelds grootste fabrikanten van generieke geneesmiddelen, heeft zijn Europese hoofdkantoor in Nederland. Het bedrijf heeft in Nederland een netwerk van financierings- en holdingmaatschappijen opgezet en maakt gebruik van Nederlandse bedrijven om miljarden aan financiering naar groepsmaatschappijen te sluizen.

Twee van de grootste Israëlische bedrijven hebben hun Europese hoofdkantoor in Nederland gevestigd: Teva Pharmaceuticals, de grootste particuliere werkgever van Israël, en chemiegigant Israel Chemicals Limited (ICL Group). Deze Israëlische bedrijfsgiganten gebruiken Nederlandse bedrijven om miljarden in hun wereldwijde activiteiten te pompen.

Israel Chemicals Limited

Het Israëlische chemiebedrijf Israel Chemicals Limited (ICL) heeft zijn Europese hoofdkantoor in Nederland. ICL koos in 2014 voor Nederland als regionale hoofdvestiging na uitgebreide lobby door de Nederlandse regering en het aanbod van een gunstige fiscale behandeling. De staat Israël heeft een “speciaal staatsaandeel” in ICL om zijn vitale belangen te “waarborgen”.

ICL produceert meststoffen en andere chemicaliën en is een van de grootste bedrijven van Israël. In 2024 bedroeg de omzet 7 miljard dollar(opens in new window) . De meerderheidsaandeelhouder van ICL is de Israel Corporation(opens in new window) , een van de grootste conglomeraten van Israël dat 44 procent van de aandelen in bezit heeft. ICL was in handen van de staat tot de privatisering en overname(opens in new window) door de Israel Corporation in de jaren negentig. De staat Israël beschikt echter nog steeds over een “speciaal staatsaandeel”. Dit geeft de staat het “recht om de vitale belangen van de staat Israël te beschermen” , wat bijvoorbeeld kan worden gedaan door te verhinderen dat een aandeelhouder aandelen verwerft of zeggenschap over het bedrijf krijgt.

ICL is sinds 1976 actief in Nederland, toen het een broomverwerkingsfabriek in Terneuzen(opens in new window) overnam, waarna het in 1982 een kunstmestfabriek in Amsterdam(opens in new window) overnam. De fabriek in Amsterdam heeft klachten ontvangen van omwonenden over rook en “een zware chemische lucht die je in je gezicht slaat(opens in new window) ”, wat lichamelijke klachten veroorzaakt zoals branderige ogen, keelpijn en stress. In 2015 opende(opens in new window) ICL zijn Europese hoofdkantoor in Nederland.

ICL sloot belastingovereenkomst met de Nederlandse belastingdienst

Volgens berichtgeving van de Nederlandse krant NRC(opens in new window) op basis van WOB-verzoeken was het besluit van ICL om in 2015 zijn Europese hoofdkantoor in Nederland te vestigen het resultaat van een uitgebreid lobbyproces(opens in new window) door de toenmalige premier Mark Rutte en het ministerie van Economische Zaken.

De CEO van ICL zou naar verluidt(opens in new window) alleen naar Nederland willen verhuizen als het bedrijf daar een belastingregeling zou krijgen die vergelijkbaar is met die in Zwitserland, een land dat ook als vestigingsplaats in overweging werd genomen. In Zwitserland zou ICL een effectief belastingtarief van slechts 10 procent moeten betalen. Nadat de CEO van ICL in februari 2014 een ontmoeting had met een hoge ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, stuurde het Nederlands Agentschap voor Buitenlandse Investeringen (NFIA), een instelling van het ministerie van Economische Zaken, hem een brief waarin hem werd aangeraden om gesprekken aan te knopen met de Nederlandse Belastingdienst die hem zou laten zien “hoe gunstig een uitspraak in uw geval zou zijn.” De NFIA bood(opens in new window) zelfs aan om(opens in new window) tot de helft van de kosten voor het fiscale advies van adviesbureau KPMG aan ICL te vergoeden(opens in new window) , met een maximum van 25.000 euro.

In 2014 bood de belastingafspraak van de Nederlandse belastingdienst ICL een effectief belastingtarief aan dat volgens het Ministerie van Economische Zaken “voldeed aan de verwachtingen van ICL(opens in new window) ”. Het valt buiten het bestek van de huidige analyse van SOMO om vast te stellen hoe dit resultaat tot stand is gekomen en of de belastingafspraak nog steeds van kracht is, maar de mate waarin de Nederlandse autoriteiten bereid leken te zijn om de investering van ICL binnen te halen, is opmerkelijk.

Bedrijfsstructuur van ICL in Nederland

ICL heeft twee Nederlandse bedrijven, ICL Europe Cooperatief UA en ICL Europe B.V., die fungeren als inkoop- en verkooporganisaties in Europa. ICL Europe Cooperatief heeft een vermogen van 3 miljard euro en boekte in 2023 een omzet van 1,2 miljard euro.

Sinds 2004 maakt ICL ook gebruik van een Nederlandse onderneming om financiële diensten te verlenen aan groepsmaatschappijen. Deze onderneming, ICL Finance B.V., heeft geen werknemers maar beschikt over aanzienlijke financiële activa en kan daarom worden aangeduid als een brievenbusmaatschappij. ICL Finance B.V. verstrekt en ontvangt leningen aan en van groepsmaatschappijen. Het beschikt over meer dan 3 miljard euro aan activa. In 2024 verstrekte de onderneming 1,9 miljard euro aan langlopende leningen en 1 miljard euro aan kortlopende leningen aan groepsmaatschappijen. Zij ontving 1,5 miljard euro aan leningen van groepsmaatschappijen, waaronder van haar Israëlische moedermaatschappij. In 2024 ontving ICL Finance B.V. 143 miljoen euro aan rente-inkomsten van groepsmaatschappijen. In hetzelfde jaar betaalde zij ook 123 miljoen euro aan rente aan groepsmaatschappijen.

Nederland wordt door multinationale ondernemingen vaak gebruikt als doorvoerland(opens in new window) voor kredietfinanciering vanwege het ontbreke(opens in new window) van bronbelasting op rentebetalingen.

Eigendom van ICL

Nederland speelt ook een rol in de algehele eigendomsstructuur van ICL. Zoals hierboven opgemerkt, is de Israel Corporation(opens in new window) de meerderheidsaandeelhouder van ICL met 44 procent van de aandelen. De Israel Corporation is de grootste holdingmaatschappij van Israël en is eigendom(opens in new window) van de Israëlische miljardair Idan Ofer. Idan Ofer houdt zijn aandelen in de Israel Corporation via een aantal bedrijfsentiteiten. Een daarvan is Ansonia Holdings Singapore B.V., een in Nederland geregistreerde onderneming met een vestiging in Singapore.

Hoewel het feitelijke bestuur van Ansonia Holdings Singapore B.V. in Singapore is gevestigd, is de onderneming in Nederland geregistreerd, dient zij haar jaarverslagen in bij de Nederlandse Kamer van Koophandel en wordt zij gecontroleerd door een onafhankelijke Nederlandse accountant. Volgens de jaarrekening van 2023 beschikt deze onderneming over een vermogen van 2,3 miljard dollar.

Teva Pharmaceuticals

Teva Pharmaceuticals, een van ’s werelds grootste fabrikanten van generieke geneesmiddelen, heeft zijn Europese hoofdkantoor in Nederland. Het heeft in Nederland een netwerk van financierings- en holdingmaatschappijen opgezet en maakt gebruik van Nederlandse bedrijven om miljarden aan financiering naar groepsmaatschappijen te sluizen.

Teva Pharmaceuticals is een van ’s werelds grootste fabrikanten van generieke geneesmiddelen. Het bedrijf boekte in 2024 een omzet(opens in new window) van 16,5 miljard dollar en heeft een wereldwijd marktaandeel van 10 procent(opens in new window) in generieke geneesmiddelen.

Teva is al vele jaren een voorstander van het Israëlische leger, ook tijdens de genocide in Gaza. In een interview uit 2024(opens in new window) dat ging over wat hij “de oorlog” noemde, zei de CEO van Teva dat hij probeert “een perspectief en een stem aan Israël te geven die, door de manier waarop de media te werk gaan, soms overstemd kunnen worden.” In 2016 steunde(opens in new window) Teva het Israëlische leger via het programma Adopt a Battalion. Een aantal Deense pensioenfondsen trok zich(opens in new window)
in 2025 terug(opens in new window) uit Teva vanwege bezorgdheid over de banden van het bedrijf met het Israëlische leger.

Teva’s netwerk van Nederlandse bedrijven

Teva heeft zijn Europese hoofdkantoor in Nederland en gebruikt het land als wereldwijd financieel knooppunt waar het een netwerk van financierings- en holdingmaatschappijen exploiteert die miljarden aan activa beheren. Afbeelding toont de “vereenvoudigde bedrijfsstructuur” van Teva, zoals opgenomen in een obligatieprospectus(opens in new window) uit 2025. De Nederlandse vlaggetjes geven de Nederlandse bedrijven aan en zijn door SOMO toegevoegd.

Teva gebruikt een Nederlandse onderneming, Teva Pharmaceuticals Europe B.V., als Europees hoofdkantoor en holdingmaatschappij. Deze onderneming is eigenaar van onder meer de dochterondernemingen van Teva in de VS, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Zij bezit 11,7 miljard euro aan financiële activa en boekte in 2022 een omzet van 225 miljoen euro, op basis van de laatst beschikbare jaarrekening.

Teva maakt ook gebruik van een aantal Nederlandse brievenbusbedrijven om obligaties ter waarde van miljarden dollars uit te geven en financiering te verstrekken aan groepsmaatschappijen. SOMO heeft deze structuur onderzocht.

Nederlandse brievenbusbedrijven als doorgeefluik

Teva heeft drie vennootschappen in Nederland met een vergelijkbaar doel: het aantrekken van kapitaal door de uitgifte van obligaties en het uitlenen van de opbrengsten van deze obligaties aan groepsmaatschappijen. Elke vennootschap geeft obligaties uit in een andere valuta: Teva Pharmaceutical Finance Netherlands II B.V. (euro’s); Teva Pharmaceutical Finance Netherlands III B.V. (Amerikaanse dollars); en Teva Pharmaceutical Finance Netherlands IV B.V. (Zwitserse franken). Deze vennootschappen hebben geen werknemers en beschikken over aanzienlijke financiële activa. Ze worden daarom hier aangeduid als brievenbusvennootschappen.

Volgens het jaarverslag van 2024 is het doel van Teva Pharmaceutical Finance Netherlands III B.V. het “ondersteunen van de huidige financieringsbehoeften van Teva Pharmaceutical Industries Limited”, de Israëlische moedermaatschappij van Teva. Het beschrijft zijn activiteiten als volgt: “[de onderneming] verkrijgt middelen uit de markt door de uitgifte van bedrijfsobligaties/schuldbewijzen” en de “netto-opbrengst van deze schuldbewijzen wordt doorgeleend in de vorm van leningen aan verbonden partijen aan Teva Pharmaceuticals USA Inc.” De Nederlandse brievenbusonderneming fungeert als doorgeefluik tussen de kopers van Teva’s obligaties en Teva’s Amerikaanse dochteronderneming.

Vanaf 2024 heeft Teva Pharmaceutical Finance Netherlands III B.V. acht uitstaande obligaties die tussen 2016 en 2025 zijn uitgegeven, met een totale waarde van 9,7 miljard dollar. De opbrengsten van al deze obligaties worden volledig uitgeleend aan de Amerikaanse dochteronderneming van Teva. Teva Pharmaceutical Finance Netherlands III B.V. ontving in 2024 545 miljoen dollar aan rente-inkomsten uit de leningen die het aan de Amerikaanse entiteit had verstrekt, terwijl het 506 miljoen dollar uitgaf aan rentebetalingen op zijn uitstaande obligaties.

Nederland heft alleen bronbelasting op uitgaande rentebetalingen aan bedrijven in rechtsgebieden die door de EU zijn aangemerkt als “niet-meewerkende rechtsgebieden”(opens in new window) en/of een winstbelasting van minder dan 9 procent hebben, zoals Bermuda en de Bahama’s. Dit is de “voorwaardelijke bronbelasting”, ingevoerd in 2021 die door SOMO als gebrekkig is bekritiseerd omdat deze slechts van toepassing is op een zeer beperkt aantal landen. Als de obligatiehouder zich niet in een van de door Nederland als laaggelegen belastinggebied aangewezen landen bevindt, wordt er geen belasting ingehouden op rentebetalingen.

De VS en Nederland hebben een belastingverdrag waarin een bronbelastingtarief van 0 procent(opens in new window) op rentebetalingen is vastgelegd. Dit betekent dat er ook geen bronbelasting wordt geheven op de rentebetalingen die de Amerikaanse dochteronderneming aan de Nederlandse brievenbusmaatschappij verricht. Het belastingverdrag tussen de VS en Israël voorziet in een bronbelastingtarief van 17,5 procent(opens in new window) op rente. Het feit dat Teva een Nederlandse brievenbusmaatschappij gebruikt om obligaties en leningen uit te geven, roept vragen op over mogelijke belastingontwijking.

Do you need more information?

Meer uit deze serie

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuw onderzoek naar de macht van bedrijven.