Dossier 5: De juridische kosten betalen
De ‘Nederland-Israël-investeringsdossiers’ van SOMO onderzoeken hoe Nederland het investeringsknooppunt van Israël is geworden.
Terwijl Israël Palestijnen in Gaza bombardeert, uithongert en ontheemt, en Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gedwongen verplaatst en discrimineert, weigert Nederland echte economische sancties op te leggen. Zoals uit dit onderzoek is gebleken, is Nederland het grootste offshore-financiële centrum voor Israël ter wereld. Nederland is de thuisbasis van Europese holdingmaatschappijen van de twee grootste wapenproducenten van Israël en van het EU-hoofdkantoor van twee van de grootste bedrijven van Israël. Grote cyberbeveiligingsbedrijven gebruiken Nederland om hun Israëlische en wereldwijde investeringen onder te brengen. Dit betekent dat Nederland zich in een unieke positie bevindt om via economische sancties druk uit te oefenen op Israël, in een poging ervoor te zorgen dat Israël zich houdt aan de meest fundamentele beginselen van het internationaal recht.
In de context van door Israël gepleegde misdrijven volgens het internationaal recht zijn de Nederlandse investeringsrelaties met Israël niet louter een economische of politieke aangelegenheid. De uitgebreide investeringsrelatie tussen beide landen heeft juridische implicaties. Dit dossier zet de juridische verplichtingen van Nederland uiteen met betrekking tot de in de voorgaande dossiers beschreven investeringsbanden.
Economische invloed om levens te redden
In november 2025 oordeelde(opens in new window) het Nederlands Gerechtshof in hoger beroep dat er een ernstig risico bestaat dat Israël genocide pleegt tegen de Palestijnen in de Gazastrook. Deze uitspraak volgt op eerdere vaststellingen van een VN-onderzoekscommissie(opens in new window) , de speciale rapporteur van de VN(opens in new window) voor de bezette Palestijnse gebieden en Amnesty International(opens in new window) , waarin werd geconcludeerd dat Israël genocide heeft gepleegd in Gaza.
Nederland heeft, net als alle staten, de wettelijke verplichting om “alle redelijkerwijs beschikbare middelen(opens in new window) ” in te zetten(opens in new window) om genocide te voorkomen. Deze verplichting bestaat(opens in new window) vanaf het moment dat het zich bewust wordt van een ernstig risico dat er daden van genocide zullen worden gepleegd. Dit besef zal zeker hebben bestaan vanaf 26 januari 2024, toen het Internationaal Gerechtshof vaststelde(opens in new window) dat er een “reëel en onmiddellijk” risico bestaat dat Israël genocide pleegt tegen de Palestijnen in de Gazastrook.
Wat een staat verplicht is te doen om genocide te voorkomen, wordt bepaald(opens in new window) door zijn “vermogen om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het handelen van personen die waarschijnlijk genocide zullen plegen of dit reeds doen.” Dit vermogen hangt(opens in new window) af van de sterkte van de verschillende soorten banden die bestaan tussen de staat en de dader van de genocide, in dit geval Israël. In augustus 2025 publiceerde de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (de CAVV), die advies verstrekt aan de Nederlandse staat, een advies(opens in new window) over de verplichting van de staat om genocide te voorkomen. Daarin werd opgemerkt dat van een staat wordt verwacht dat deze uitlegt welke maatregelen zij neemt om genocide te voorkomen, waarom deze als effectief worden beschouwd, en – indien ze niet effectief blijken te zijn – van koers verandert om de druk verder op te voeren. Het ontmoedigen van investeringen, het weigeren van overheidsopdrachten, het opschorten van verdragen en het bevriezen van tegoeden zijn specifieke maatregelen(opens in new window) die staten kunnen nemen.
In november 2025 oordeelde het Nederlands Gerechtshof in hoger beroep dat het aan de staat is om te beslissen welke maatregelen moeten worden genomen om genocide te voorkomen. Het oordeelde tevens(opens in new window) dat de binnenlandse “zorgvuldigheidsplicht” van de Nederlandse staat moet worden ingegeven door de verplichting om genocide te voorkomen, en dat de staat “in specifieke gevallen” wettelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor het schenden van die zorgvuldigheidsplicht “door bepaalde maatregelen achterwege te laten.” De nabijheid van de Nederlandse staat tot Israël en de potentiële invloed die Nederland op Israël kan uitoefenen als gevolg van hun investeringsrelatie, zijn onmiskenbaar.
Omdat Nederland in wezen de belangrijkste financiële doorgeefluik van Israël naar het buitenland is, heeft het de macht om effectieve maatregelen op te leggen aan de Israëlische economie en aan de grootste en machtigste bedrijven van dat land. De Nederlandse regering heeft verklaard dat zij “beperkte invloed”(opens in new window) heeft op de kapitaalstromen naar Israël via Nederland. Dit is niet waar. Jarenlang fungeerde Nederland als een belangrijk doorgeefluik(opens in new window) voor kapitaal dat Rusland binnenkwam en verliet. Sinds de Russische invasie van Oekraïne en het opleggen van economische sancties door de EU – die onder andere gericht waren op buitenlandse investeringen en de EU-lidstaten verplichtten tot het nemen van maatregelen – is de directe buitenlandse investering (FDI) van en naar Rusland via Nederland sterk afgenomen. Het is duidelijk dat Nederland actie kan ondernemen. Het hoeft niet op de EU te wachten. Zoals hieronder uiteengezet, kunnen lidstaten verschillende maatregelen nemen die neerkomen op economische sancties, zonder dat daarvoor een mandaat van de EU nodig is.
Er is een reeks maatregelen die Nederland kan nemen om zijn rol als offshore-financieel centrum voor de Israëlische economie te beëindigen. Nederland kan(opens in new window) zijn bilaterale belastingverdrag(opens in new window) met Israël opzeggen, dat grensoverschrijdende investeringen vergemakkelijkt en de belastingtarieven op betalingen tussen de twee landen verlaagt, zoals op royalty’s en rente. Het kan stoppen met het verlenen van enige vorm van diplomatieke bijstand aan bedrijven die in en vanuit Israël investeren, en zijn NFIA-kantoor in Israël sluiten. Nederland kan ook stoppen met het verlenen van belastingafspraken of belastingvoordelen aan bedrijven die gelieerd zijn aan de staat Israël of betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen in de bezette Palestijnse gebieden. Het kan de Nederlandse activa bevriezen van bedrijven die bijdragen aan Israëls genocide, bezetting en apartheidsbeleid. Het kan het verlenen van belastingadvies, audit-, boekhoud- en accountancydiensten verbieden aan bedrijven die betrokken zijn bij Israëls genocide, bezetting en apartheid. In de context van genocide is het uitoefenen van economische druk geen instrument dat onderworpen is aan politieke discretie. Het is de uitvoering van verstrekkende wettelijke verplichtingen die, indien ze niet worden nageleefd, een juridische prijs met zich meebrengen die Nederland in de toekomst zeer waarschijnlijk zal moeten betalen.
Investeringen die een onwettige bezetting financieren
De genocide tegen de Palestijnen in Gaza vindt plaats in de context van een onwettige bezetting, wat voor Nederland aanvullende wettelijke verplichtingen met zich meebrengt met betrekking tot zijn investeringsrelaties met Israël. In zijn advies van juli 2024 heeft(opens in new window) het Internationaal Gerechtshof vastgesteld(opens in new window) dat de militaire en kolonistenaanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse gebieden (de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) onwettig is. Het Hof heeft de daaruit voortvloeiende wettelijke verplichtingen voor staten uiteengezet, waaronder dat staten:
“zich moeten onthouden van het aangaan van economische of handelsbetrekkingen met Israël met betrekking tot het bezette Palestijnse gebied of delen daarvan, die de onwettige aanwezigheid van Israël in het gebied zouden kunnen bestendigen”, en;
“maatregelen moeten nemen om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onwettige situatie die door Israël in de bezette Palestijnse gebieden is gecreëerd.”
Om aan zijn verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht te voldoen, moet Nederland alle investeringsrelaties verbieden die de aanwezigheid van het Israëlische leger en de kolonisten of het apartheidsregime in de bezette Palestijnse gebieden financieren of mogelijk maken. De hierboven geschetste maatregelen, gericht op het voorkomen van genocide, zouden dit resultaat effectief moeten bewerkstelligen.
Het tij keren
Gedurende de genocide in Gaza heeft de Nederlandse regering het gebrek aan EU-consensus over collectieve maatregelen aangegrepen als excuus voor nationaal stilzitten. Maar dit is geen geldig of houdbaar standpunt, noch juridisch, noch moreel.
Naast de wettelijke verplichting, beschikt Nederland als afzonderlijke staat al over de juridische middelen om beperkingen op te leggen aan de kapitaalstromen van en naar Israël.
Op grond van artikel 65 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) mogen EU-lidstaten(opens in new window) het kapitaalverkeer met een ander land beperken “om redenen van openbare orde of openbare veiligheid.” Artikel 347 van het VWEU bepaalt verder dat staten het kapitaalverkeer mogen beperken “om de verplichtingen na te komen die zij zijn aangegaan met het oog op de handhaving van de vrede en de internationale veiligheid.”
De financiering van de genocide en de bezetting moet worden gestopt. De urgentie, de wettelijke verplichting en de te nemen maatregelen zijn duidelijk vastgelegd.
Het gebrek aan politieke wil moet leiden tot een juridische en politieke afrekening en moet worden vervangen door effectieve sancties.
Do you need more information?
-
Lydia de Leeuw
Strategic Litigation Lead -
Jasper van Teeffelen
Onderzoeker
Meer uit deze serie
-
Dossier 1: Nederland als investeringsmakelaar voor IsraelGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 2: Niet te verdedigen: Nederlandse steun aan Israëlische wapenproducentenGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 3: Nederland als tech-hub van IsraëlGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 4: Israëlische megabedrijven thuis in NederlandGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Investeringsbescherming als blokkade voor klimaatactieGeplaatst in categorie:Opinie
Bart-Jaap VerbeekGepubliceerd op:
Bart-Jaap Verbeek