Direct naar inhoud

Industrie expansie drijft inwoners van Moerdijk weg

Een doelgerichte afbouw van een deel van de energie-intensieve industrie is dringend nodig ten gunste van mensen en een duurzame toekomst

Geplaatst in categorie:
Long read
Geschreven door:
Geschreven door: Boris Schellekens
Gepubliceerd op:

Wie op de kaart kijkt, ziet het meteen. Een David vs Goliath situatie. Een dorp van 1.150 mensen, naast een enorm industrieterrein aan een haven aan het Hollands Diep. De verste binnenlandse zeehaven van Nederland. En dat is geen toeval.

In 1968 zocht Shell(opens in new window) uitbreiding van haar capaciteit in Pernis, in de haven van Rotterdam. Uit angst dat Shell naar Antwerpen(opens in new window) zou vertrekken, werd een plan ontwikkeld om in Moerdijk een groot industrieterrein aan te leggen. Shell viel voor de plannen, en de garantie(opens in new window) dat de route van zee naar Moerdijk open zou blijven, en in 1973 opende de oliegigant haar eerste fabriek: een etheenkraker (om grondstof voor plastic mee te maken). Het petrochemisch complex dat daaruit volgde is, volgens Shell(opens in new window) , een van de grootste van Europa. Shell is hiermee de grootste gebruiker van het terrein en heeft formeel zowel consultatie- als vetorecht(opens in new window) over nieuwe installaties in het gebied.

In de jaren erna is de druk op Moerdijk toegenomen. In 1992 presenteerde de provincie(opens in new window) een industrie expansieplan van 600 hectare waar Moerdijk opgeheven zou moeten worden. In 2013 presenteerde Commissie Nijpels een nieuw expansieplan – “Port of Moerdijk 2030(opens in new window) ” – waar de keuze gemaakt is voor economische groei in plaats van leefbaarheid(opens in new window) van het dorp Moerdijk.

Nu, ruim vijftig jaar na de eerste fabriek, is die expansiedrift er nog steeds, en moet Moerdijk, een dorp van 2,3 bij 2,3 kilometer, wijken. Dit keer voor een nieuw plan: de “Powerport(opens in new window) “. Onder de mom van energietransitie presenteert de gemeente een plan voor hoogspanningsstations, wind-op-zee-kabels, electrolyzers en batterijen. 

Dat klinkt geweldig, maar een technische analyse(opens in new window) van het plan laat zien, verreweg de meeste ruimte is nodig voor de uitbreiding van de industrie. Namelijk, maximaal 900 hectare grond voor de industrie versus maximaal 250 hectare grond voor de energietransitie. Diezelfde expansiedrift wordt nu dus gepresenteerd als energietransitie-noodzaak, maar is in wezen de wens die er lag: een uitbreiding van de industrie.

Moerdijk, een dorp van 2,3 bij 2,3 kilometer.
Blauw: het dorpscentrum. Grijs: het gebied eromheen dat ze willen gebruiken voor de uitbreiding van de industrie.

Het valse dilemma dat wordt voorgeschoteld

De 1.150 bewoners van Moerdijk krijgen in de uitbreiding een keuze(opens in new window) voorgelegd. In de planvorming wordt getoond hoe het industriegebied kan uitbreiden: richting het oosten, of richting het zuidoosten. Inwoners mogen reageren op deze twee varianten.

Het plan “Powerport”

Maar een echte keuze is het niet. Zoals in het gemeentelijk besluit(opens in new window) van 2025 staat: “De groei van het haven en industriecluster Moerdijk is onafwendbaar”. Een technische analyse(opens in new window) van het Powerport project schrijft zelfs dat een gebrek aan ruimte zelfs zou kunnen leiden tot een “implosie” van het industrieterrein, zonder verdere toelichting.

Met andere woorden: de industrie moet groeien, het dorp moet wijken, en de bewoners van Moerdijk mogen hooguit kiezen hoe ze verdrongen worden.

Wat niet op de kaart staat, is precies de vraag die er toe doet: moet de industrie hier groeien om te verduurzamen, en zo ja, ten koste van wie? Moet het dorp concessies maken of de gevestigde (fossiele) industrie? Door de discussie te framen als een ruimtelijke keuze tussen oost en zuidoost, wordt deze onderliggende politieke vraag buiten de zaal gehouden.

Nederland heeft zijn grenzen bereikt

Wie de recente rapporten leest van het CPB(opens in new window) , de DNB(opens in new window) , het PBL(opens in new window) , de Wetenschappelijke Klimaatraad(opens in new window)   en de Raad van State(opens in new window) , ziet één patroon: de rek is eruit. Al jaren waarschuwen ze: de stikstofruimte is op, het stroomnet zit vol (met 14.000 bedrijven(opens in new window) op de wachtlijst), technisch personeel is onvindbaar, en de fysieke ruimte in Nederland is schaars.

Met de nuance dat niet alle grenzen van dezelfde aard zijn. Sommige zijn inherent aan de fysieke werkelijkheid. Andere zijn het gevolg van politieke keuzes. Zoals het tekort aan technisch personeel. Dat is niet uit de lucht komen vallen. Decennialange marktwerking in het technisch onderwijs, in combinatie met bezuinigingen, heeft geleid tot tekorten die niet op korte termijn zijn op te lossen. De grenzen die we nu ervaren, zijn deels de rekening van eerder gemaakte keuzes. Die nuance doet ertoe, omdat ze de vraag stelt wie verantwoordelijk is voor de krapte, en wie de prijs betaalt. 

Maar voor de korte termijn zijn de grenzen er, hoe ze ook zijn ontstaan. En dat heeft een consequentie die zelden hardop uitgesproken wordt: in een land dat zijn grenzen heeft bereikt, kun je alleen iets nieuws opbouwen als je ook iets afbouwt.

De uitweg: een strategische afbouw als kans

Groen industriebeleid begint niet alleen bij de vraag welke industrie we willen. Het begint ook expliciet bij de vraag welke industrie we niet meer willen.

Een sector die vaak onbesproken blijft is: de energie-intensieve basisindustrie. Enkele honderden bedrijven in kunstmest, olieraffinage, chemie en staal die dankzij goedkoop Gronings gas enorm groot werden. En hoewel het slechts een paar honderd bedrijven zijn, is de basisindustrie in Nederland in absolute termen op Duitsland na de grootste in Europa(opens in new window) .

Als we inzoomen op de energie-intensieve basisindustrie zien we dat Nederland een bovengemiddeld grote olieraffinage sector heeft. Nederland raffineert 12% van alle fossiele olie(opens in new window) in de EU. Dat is meer dan de raffinage door veel grotere landen als Frankrijk of Polen. En dat is nog los van het fundamentelere punt: wie de klimaatdoelen serieus neemt, bouwt fossiele raffinagecapaciteit af en houdt deze niet in stand.

Wat een bovengemiddeld grote olieraffinage sector ons oplevert is nog maar zeer de vraag. Volgens het CBS werken er door heel Nederland zo’n 6,200 mensen(opens in new window) in de sector, en levert de sector jaarlijks 510 miljoen euro(opens in new window) aan belasting op. Daarentegen kost de sector ons ook veel, de stikstofruimte, fysieke ruimte, en in termen van uitstoot. De olieraffinage sector kost ons jaarlijks 2,1 miljard euro in gezondheidsschade(opens in new window) en is goed voor 6,5%(opens in new window) van de uitstoot van onze broeikasgassen. Dat is dan nog los van de gezondheidsschade en uitstoot die hun olieproducten veroorzaken via auto’s, vliegtuigen en schepen.

Een strategische afbouw van een deel van de basisindustrie, zoals een deel van de olieraffinaderijen, moeten we niet problematiseren, maar omarmen als kans. Scherpe keuzes zijn nodig, al is het maar omdat er onvoldoende ruimte is voor het in stand houden van de huidige omvang van energie-intensieve industrie, bevestigt ook de Wetenschappelijke Klimaatraad(opens in new window) . Die stelt dat het proberen te behouden van alle energie-intensieve industrie zal leiden tot mogelijke verspilling van publiek geld en is door de beperkingen in netcapaciteit, arbeidsmarkt en ruimte bovendien niet haalbaar.

Voor Moerdijk kunnen we dit heel tastbaar maken. Wat heeft het industrieplan “Powerport” nodig? Voornamelijk ruimte met directe zeehaventoegang, voor de aanlanding van kabels uit de Noordzee. 

Slechts 20 kilometer ten noorden van Moerdijk, in de Rotterdamse haven, staan vier grote olieraffinaderijen. Samen beslaan deze ruim 1.000 hectare industrieterrein. Dat is meer dan twee keer de omvang van het beoogde Powerport-gebied bij Moerdijk, en elk van hen is groter dan het dorp zelf. We weten dat we niet alles kunnen behouden. We weten dat fossiele raffinage moet krimpen. De ruimte die Moerdijk zoekt ligt dus al in Rotterdam. Het kabinet kan afwachten of door gestelde klimaatdoelen dit zichzelf oplost, of proactief te werk gaan.

Vier fossiele olieraffinaderijen in Rotterdam met daaroverheen het dorp Moerdijk getoond.

Een diavoorstelling met 4 afbeeldingen

Galerij navigatie
Navigatiepijlen galerij

Als we serieus werk willen maken van het normaliseren van de Nederlandse raffinagecapaciteit (terug van 12% naar een Europees proportioneel aandeel) dan past het sluiten van enkele van de Rotterdamse raffinaderijen in die logica.

Het uitkopen van zo een raffinaderij kan je zien als de concrete uitwerking van de rechtelijke uitspraak in de klimaatzaak Bonaire(opens in new window) , en het door de Raad van State(opens in new window) geleverd advies om duidelijk te maken welke bedrijvigheid geen prioriteit moeten krijgen. Nederland heeft eerder bedrijven uitgekocht wanneer het publiek belang zwaarder woog, en dat publieke belang is hier duidelijk weer aanwezig. Zoals bij het programma “Ruimte voor de Rivier(opens in new window) ”, waarin langs de oevers van onze rivieren (letterlijk) ruimte werd gemaakt door burgers, boeren en bedrijven te verplaatsen of uit te kopen.

Het uitkopen van een raffinaderij is daarnaast ook goedkoper, sneller en sociaal wenselijker dan het opheffen van een dorp. Er hoeven geen nieuwe woningen gebouwd te worden in een toch al krappe woningmarkt. Er hoeft geen gemeenschap te worden hervestigd. En het vermijdt jaren aan beroepsprocedures van eigenaren die hun woning niet kunnen of willen verkopen.

Wie bezit de industrie van de toekomst?

Er is nog een vraag die niet gesteld wordt. De klimaatcrisis legt iets bloot dat systematisch is: wanneer industrie in private handen is, winnen aandeelhoudersbelangen het van maatschappelijke belangen. Economen Shapira en Zingales(opens in new window) analyseerden de besluitvorming van Chemours rond PFAS-vervuiling in Dordrecht en concludeerden dat doorgaan met de vervuiling de rationele keuze was voor een winstmaximaliserende onderneming. Aandeelhouderswaarde woog zwaarder dan de gezondheid van omwonenden.

Laten we daarom in deze discussie de vraag meenemen wie de industrie van de toekomst bezit. Gaan we in het opbouwen van een duurzame industrie leren van de fouten die we hebben gemaakt en op zoek naar alternatieve eigendomsstructuren? Een democratische economie opbouwen coöperaties en public-common partnerships.

Conclusie: bouw de fossiele industrie deels af om ruimte te maken voor leefbaarheid en de industrie van de toekomst

De druk op de Moerdijkers is het resultaat van keuzes die al decennialang niet gemaakt worden: welke industrie willen we, en welke industrie willen we niet. Zolang die keuzes uitgesteld worden, zijn het de bewoners van Moerdijk die de rekening betalen.

We hoeven de rekening niet bij de Moerdijkers te leggen. Er is een betere oplossing. Die begint bij het erkennen dat de energie-intensieve industrie in Nederland te groot is, dat we in Nederland te veel fossiele olieraffinaderijen hebben, en dat het deels afbouwen van deze capaciteit ruimte met zich meebrengt voor de industrie van de toekomst.

Zolang de politiek die vragen ontwijkt, betalen 1.150 mensen de prijs voor politieke besluiteloosheid. Er is een betere oplossing, maar die begint bij de moed om te zeggen wat er afgebouwd moet worden, en om de industrie die we wél willen niet opnieuw weg te geven aan private partijen die er hun eigen belang mee dienen.

Do you need more information?

Related news

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuw onderzoek naar de macht van bedrijven.