Al lang is er aandacht voor de beloning en arbeidsomstandigheden van arbeiders en boeren in de derde wereld die producten maken of grondstoffen leveren die hier te koop zijn. Max Havelaar, Fair Trade, de derdewereldwinkel: het zijn allemaal bekende initiatieven. En het is al lang niet meer moeilijk om aan deze producten te komen. Voor wie het wil, zijn er in de supermarkt gewoon koffie of bananen voor een eerlijke prijs te koop.

Veel aandacht is er ook voor hoe producten gemaakt worden. Een aantal kledingproducenten is in verlegenheid gebracht doordat in fabrieken waar hun producten gemaakt worden, al dan niet door toeleveranciers, arbeiders onder slechte omstandigheden werkten. Uiterst lange werkdagen, ongezonde werkplekken en soms zelfs kinderarbeid. Deze omstandigheden associëren we al snel met producten die vooral met de hand gemaakt moeten worden, zoals kleren of speelgoed.

Van elektronische producten, zoals mobiele telefoons of mp3-spelers, verwachten we dat ze komen uit geavanceerde fabrieken. Dat is in de meeste gevallen ook zo, maar het gebruik van nieuwe productiemachines betekent niet dat dan de arbeidsomstandigheden goed zijn. De Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) publiceerde vorige week een rapport hierover. Daaruit bleek dat er in Chinese fabrieken van spelcomputers en mp3-spelers sprake is van lage lonen, lange werkdagen en slechte werkomstandigheden. Bij de vier onderzochte fabrieken was wel sprake van gedragscodes, maar die bleken niet erg betekenisvol. Bij een fabriek gold zelfs een verbod op lachen. Dat zou het productieproces alleen maar onderbreken.

Dat achter deze moderne gadgets een wereld schuil gaat die ons doet denken aan vroeger, zal de gemiddelde consument zich niet realiseren. Toch was er natuurlijk wel meer bekend over de duistere kanten van onze vooruitstrevende spulletjes. Een belangrijke grondstof voor mobiele telefoons en laptops is coltan. Dit is een erts dat vooral gedolven wordt in de Democratische Republiek Congo. In dit Afrikaanse land heerst al jaren een bloedige oorlog tussen verschillende gevechtstroepen. Een belangrijke bron van financiering voor deze burgeroorlog is coltan.

Het is te hopen dat de fabrikanten van producten die genoemd worden in het SOMO-rapport, zoals Apple, Microsoft en Motorola, zich hier wat van aantrekken. Producenten zijn wel degelijk gevoelig voor slechte publiciteit over de productiefase. Zo halen ook niet alle fabrikanten hun coltan nog uit Congo. Helaas bestaat er niet zoiets als een fair trade-telefoon of een computer van Max Havelaar. Het is voor een consument niet mogelijk om ‘eerlijke’ elektronische producten te kopen. Maar de markt is vraaggestuurd. Als wij ons er niet druk over maken, dan doen producenten dat ook niet. Bestaat er wel druk aan de vraagzijde dan gaan fabrikanten wel overstag.

..en eigen verantwoordelijkheid
De morele verantwoordelijkheid ligt natuurlijk niet alleen bij een producent. Wij consumenten mogen ons best vaker afvragen waar onze producten vandaan komen. Als aan de basis van onze spulletjes praktijken staan die niet verenigbaar zijn met de waarden waar wij voor staan, dan mag daar best verzet tegen komen.

Bij voedsel is het al normaal om deze vragen te stellen. Niet alleen bij bananen, ook bij de kiloknallers in het vleesvak. Willen we nog wel dat goedkope vlees als het dier geen goed leven heeft gehad? Een deel van het publiek wil dat niet meer, want biologisch vlees is intussen een normaal verschijnsel in de gewone
supermarkt.

De consument is net zo’n belangrijk onderdeel van het productieproces als de producent. Als wij gewoon domweg voor de laagste prijs gaan en geen vragen stellen, dan blijven ethische grenzen overschreden worden. Daar zijn wij als consumenten medeschuldig aan.

Bron: Friesch Dagblad, 19-03-2009