My Foto:Robert S. Donovan

Er zijn grote verschillen tussen de informatie die electriciteitsbedrijven beweren te rapporteren en de informatie die daadwerkelijk in hun duurzaamheidsrapporten staat.

Deze verschillen tasten de geloofwaardigheid aan van het Global Reporting Initiative (GRI). Bovendien leiden ze tot het ‘witwassen’ van de activiteiten van deze bedrijven. Dit staat in een rapport dat SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en EPSU (European Federation of Public Service Unions) vandaag presenteren.

Bij twintig Europese elektriciteitsbedrijven heeft SOMO diepgravend onderzoek gedaan naar de manier waarop zij de resultaten van hun duurzaamheidsbeleid rapporteren.

Vrijwillige rapportage

De meeste bedrijven volgen hiervoor de rapportage-richtlijnen van GRI. Dit is een vrijwillig en internationaal veel toegepast raamwerk voor het maken van duurzaamheidsrapporten. De richtlijnen van GRI stimuleren bedrijven om op vrijwillige basis gegevens openbaar te maken over de impact van hun bedrijf op sociaal gebied en op het milieu.

Ondanks de gerespecteerde status van de GRI-richtlijnen, laten de gevonden verschillen en onvolkomenheden zien dat het vrijwillige systeem onvoldoende functioneert”, aldus SOMO-onderzoeker Joseph Wilde-Ramsing.

Controle schiet te kort

De onderzochte bedrijven zijn dus minder transparant dan ze zelf zeggen te zijn. Ook blijken er zwaktes in het vrijwillige systeem van GRI zitten, ondanks controle door GRI en accountants. Het rapport toont aan dat GRI de richtlijnen moet verscherpen en dat een wettelijke verplichting noodzakelijk is.