Dit debat is niet het eind van de discussie, maar pas het begin.” Zo opende Jesse Klaver van GroenLinks woensdag 18 december het Kamerdebat over belastingontwijking. De Tweede Kamer debatteerde over belastingontwijking in Nederland en de uitkomsten van het eerder dit jaar verschenen onderzoek van de Stichting Economisch Onderzoek.

 

Lees hier het plenaire verslag van het debat op 18 december

Staatssecretaris Weekers (Belastingen) en Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) presenteerden in augustus een kabinetsvisie waarin zij maatregelen aankondigden om belastingontwijking aan te pakken. Volgens SOMO en het Tax Justice Netwerk Nederland zijn de voorgestelde maatregelen niet voldoende om een einde te maken aan de schadelijke rol die Nederland speelt in internationale belastingontwijkingstructuren.

Het plenaire debat woensdag ging voornamelijk over de maatregelen die het kabinet gaat nemen om belastingontwijking via Nederland tegen te gaan. De grote vraag hierbij is: zijn deze maatregelen voldoende, of moet de regering meer doen? SOMO is groot voorstander van dat laatste: de summiere maatregelen die staatsecretaris Weekers en minister Ploumen gezamenlijk nemen zijn een eerste stap. Zij maken echter geen eind aan de cruciale rol die Nederland speelt als doorsluisland in het internationale ‘spel’ van belastingontwijking.

Dat de VVD en de PVV geheel achter Weekers staan, is geen verrassing. Dat de PvdA zich zo goed kan vinden in de kabinetsvisie is wél een teleurstelling. De sociaal-democraten zouden moeten inzien dat de vele schadelijke elementen van Nederlands’ belastingbeleid niet stroken met de beleidscoherentie van de agenda van Ploumen als Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De minister gaat gezamenlijk met Weekers 23 ontwikkelingslanden aanbieden om anti-misbruikbepalingen in de bilaterale belastingverdragen op te nemen. Dat is een goede stap vooruit. Maar er moet meer gebeuren: ontwikkelingslanden verliezen namelijk meer geld door belastingontwijking dan zij aan hulp ontvangen.

Zo stemde de PvdA tegen een motie die de regering verzocht om, “zowel in al bestaande belastingverdragen als in nog te sluiten belastingverdragen met ontwikkelingslanden standaard en onvoorwaardelijk antimisbruikbepalingen op te nemen”. De motie, ingediend door de SP en GroenLinks, kreeg wel de steun van andere partijen als het CDA en D66.

De coalitiepartijen, VVD en PvdA, steunden een motie van de PVV die Nederland in feite aanspoort mee te doen aan de zogenaamde ‘race to the bottom’ waarbij landen de concurrentie met elkaar aangaan door zoveel mogelijk belastingvoordelen voor bedrijven te ontwikkelen.
Het is duidelijk dat de regering niet bereid is meer te doen dan de beperkte maatregelen die zij eerder dit jaar al voorstelde.

Dat is niet voldoende. Nederland kan zelf meer veranderen. De Tweede Kamer moet daarom pleiten voor een rechtvaardiger en transparanter Nederlands belastingbeleid. Het tegenargument is en zal blijven: we moeten niet teveel veranderen, want dat schaadt onze internationale concurrentiepositie en dan is er geen sprake meer van een level playing field voor Nederlandse bedrijven. Maar is er een level playing field als het MKB niet gebruik kan maken van dezelfde belastingvoordelen als multinationals? Kunnen we spreken van een level playing field als andere landen – niet alleen ontwikkelingslanden, maar ook Zuid-Europese landen in crisis– verliezen lijden omdat ‘Nederland doorsluisland’ niet voldoende verandert? Is er een level playing field tussen bedrijven en burgers als er in tijden van crisis en bezuinigingen wordt gekort op onderwijs en zorg, terwijl bedrijven niet hun fair share aan belasting betalen?

Uiteindelijk is dit een morele discussie: wat zijn de grenzen van een gunstig investerings- en belastingklimaat? Hoever moet Nederland willen gaan om de positie van haar eigen bedrijfsleven veilig te stellen? In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd door de overheid en economische elites, komen de belangen van bedrijven niet altijd overeen met het publieke belang. Onder dat voorwendsel worden publieke middelen echter wel ingezet voor de ontwikkeling van de private sector. Belastingvoordelen zijn hiervan een goed voorbeeld.

Ook volgens Weekers zijn wat betreft agressieve belastingplanning “bepaalde zaken gewoon niet uit te leggen“. Maar wat doet hij eraan? SOMO stelt dat het tijd wordt dat hij deze woorden omzet in daden. Het is de taak van onze volksvertegenwoordiging om hem en de rest van het kabinet hiertoe te dwingen.

Belasting blijft een hot topic, zowel in Nederland als daarbuiten. De Algemene Rekenkamer presenteert volgend jaar de resultaten van het onderzoek naar de gevolgen van het Nederlandse belastingbeleid. Het Base Erosion and Profit Shifting project van de OESO, en de daarbij behorende actieplannen, zal ook in 2014 hoog op de agenda staan. Bovendien zijn er verschillende EU-richtlijnen over belasting op dit moment nog in onderhandeling óf al zover dat ze nationale implementatie vereisen in de komende jaren. SOMO zal deze ontwikkelingen kritisch blijven volgen.