Dossier 1: Nederland als investeringsmakelaar voor Israel
De ‘Nederland-Israël-investeringsdossiers’ van SOMO onderzoeken hoe Nederland het investeringsknooppunt van Israël is geworden.
Belangrijke inzichten
-
Nederland is veruit de grootste bestemming voor investeringen uit Israël. In 2024 bedroegen de Israëlische directe buitenlandse investeringen in Nederland 44,9 miljard euro. Dit betekent dat meer dan de helft van alle Israëlische directe buitenlandse investeringen naar Nederland ging.
-
Dit geldt voor beide kanten. In 2024 heeft Nederland € 27,3 miljard in Israël geïnvesteerd. Alleen de VS investeert meer in Israël.
-
Het grootste deel van deze investeringen is afkomstig van bedrijven die Nederland gebruiken als uitvalsbasis voor internationale investeringen van en naar Israël.
-
Nederland is een belastingparadijs, dat bedrijven diverse fiscale en juridische voordelen biedt wanneer zij Nederland als investeringshub gebruiken.
-
De Nederlandse overheid stimuleert al jaren investeringen en zakelijke banden met Israël. Het Netherlands Foreign Investment Agency, een orgaan van het Ministerie van Economische Zaken, heeft een kantoor in Tel Aviv en organiseerde in 2025 een netwerkevenement voor investeerders.
Nederland is wereldwijd de grootste ontvanger van Israëlische buitenlandse investeringen en de op één na grootste bron van investeringen in Israël. Dit is geen toeval. Het is het resultaat van de economische en juridische structuur die Nederland tot een wereldwijd knooppunt voor internationale kapitaalstromen heeft gemaakt. Zo werkt het.
De rol van investeringsmakelaar
Volgens de meest recente gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB) investeerde Nederland in 2024 27,3 miljard euro in Israël. Het overgrote deel van dit bedrag was afkomstig van buitenlandse multinationals met enige economische aanwezigheid in Nederland, zoals werknemers of productieactiviteiten. Hoewel deze bedrijven niet in Nederlandse handen zijn, krijgen ze door Nederland als uitvalsbasis te gebruiken de Nederlandse nationaliteit . Meer dan 20 procent van de Nederlandse investeringen in Israël is afkomstig van zogenaamde ‘special purpose entities’, ook wel brievenbusbedrijven genoemd: rechtspersonen zonder economische aanwezigheid in Nederland.
Investeringscijfers van De Nederlandsche Bank
In juli 2025 meldde SOMO dat de Nederlandse investeringen in Israël in 2023 49,8 miljard euro bedroegen. Destijds vermeldde De Nederlandsche Bank (DNB) en Eurostat dit cijfer in hun databases. In augustus 2025 verklaarde(opens in new window) de minister van Buitenlandse Zaken, in antwoord op vragen van de Tweede Kamer over het onderzoek van SOMO, dat het cijfer voor 2023 op basis van de meest recente gegevens van DNB in werkelijkheid 31,2 miljard euro bedroeg. Dit werd pas op 30 oktober 2025 openbaar gemaakt in de database van . In antwoord op vragen van SOMO legde DNB uit dat de “relatief grote verandering” in de cijfers voor Israël te wijten was aan een verbeterde methodologie die een betere schatting van investeringen mogelijk maakt.
De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken erkent(opens in new window) dat “veel buitenlandse kapitaalstromen via Nederland naar Israël lopen.” De investeringen(opens in new window) in Israël door Nederlandse bedrijven die geen buitenlandse multinationals zijn en Nederland als uitvalsbasis gebruiken, bedroegen in 2024 minder dan 1 miljard euro. Nederland fungeert dus vooral als doorgeefluik voor internationaal kapitaal naar Israël, en niet zozeer als grote directe investeerder zelf.
Er stroomt ook investeringsgeld de andere kant op.
Nederland is veruit de grootste bestemming voor investeringen vanuit Israël. In 2024 bedroegen de Israëlische directe buitenlandse investeringen in Nederland 44,9 miljard euro. Dit betekent dat meer dan de helft van alle Israëlische directe buitenlandse investeringen(opens in new window) naar Nederland ging. Dit bedrag overtrof de investeringen van Israël in de VS ruimschoots, die dat jaar ongeveer 11,1 miljard euro bedroegen. Het grootste deel van dit investeringsgeld blijft niet in Nederland. Het stroomt via Nederlandse bedrijven waardoor het een Nederlandse nationaliteit krijgt, en wordt vervolgens in heel Europa en de rest van de wereld geïnvesteerd. Maar investeren via Nederland biedt bedrijven tal van voordelen.
Gegevens over binnenkomende en uitgaande investeringen: 2020-2024
OPMERKING: De bovenstaande gegevens van het IMF in Amerikaanse dollars wijken enigszins af van de gegevens die DNB in euro’s verstrekt. Dit is waarschijnlijk te wijten aan verschillen in wisselkoersen. De investeringscijfers zijn zoals gerapporteerd door Nederland en de VS in de dataset “Direct Investment Positions by Counterpart Economy” van het IMF. Zie voor meer informatie: https://data.imf.org/en/Dashboards/DIP%20Dashboard(opens in new window)
Het belastingparadijseffect
DNB(opens in new window) stelt dat “multinationale ondernemingen om juridische en fiscale redenen vaak grote sommen geld via Nederlandse financiële holdings laten lopen.” Dat klinkt onschuldig. Het Tax Justice Network spreekt zich duidelijker uit; het beschrijft Nederland als onderdeel van de “As van belastingontwijking” en rangschikte het land in 2025 als het zevende slechtste belastingparadijs ter wereld-op hun Corporate Tax Haven Index en de zevende slechtste facilitator van financiële geheimhouding ter wereld. Een rapport van SOMO uit 2024 laat gedetailleerd zien hoe Nederland als belastingparadijs functioneert.
Ook onderzoekers van het IMF hebben de ‘fantoominvesteringen’, oftewel de schijnactiviteiten op het gebied van directe buitenlandse investeringen in Nederland, aan de kaak gesteld en duidelijk gesteld dat het belangrijkste doel van het gebruik van Nederlandse brievenbusbedrijven het “minimaliseren van de wereldwijde belastingaanslag van multinationals”(opens in new window) is.
De gevolgen voor de investeringsbescherming
Nederland beschikt over een uitgebreid netwerk van bilaterale investeringsverdragen (BITs) met bepalingen inzake geschillenbeslechting tussen investeerders en staten (ISDS). Deze bepalingen stellen multinationale ondernemingen in staat vorderingen in te stellen tegen overheden als zij van mening zijn (of kunnen aantonen) dat door die overheden gevoerd beleid hun investeringen schaadt. De zaken worden behandeld door supranationale rechtbanken en zijn gehuld in geheimzinnigheid. De kritiek op het ISDS-stelsel neemt toe, aangezien bedrijven herhaaldelijk regeringen aanklagen en dreigen met rechtszaken ter waarde van miljarden dollars vanwege beleid dat duidelijk in het algemeen belang is.
Nederland is een belangrijke architect van ISDS, en een aanzienlijk deel van de ISDS-claims wereldwijd wordt ingediend door in Nederland geregistreerde bedrijven. Nederlandse verdragen zijn gebruikt in bijna 10 procent van alle zaken wereldwijd, waarmee Nederland op de tweede plaats staat, na de VS. Veel vorderingen worden ingediend door zogenaamde ‘brievenbusbedrijven’; entiteiten met weinig of geen werknemers of daadwerkelijke economische activiteit in Nederland die zijn opgericht om toegang te krijgen tot het uitgebreide en investeerdersvriendelijke verdragennetwerk van Nederland. Het systeem heeft bedrijven van over de hele wereld, waaronder Israëlische bedrijven die via DBI’s de Nederlandse nationaliteit verkrijgen, in staat gesteld ISDS-zaken aan te spannen.
Nederland – een speciale economische zone voor Israël
Israël pleegt (opens in new window) genocide(opens in new window) . Het heeft oorlogsmisdaden(opens in new window) begaan. Tegen de premier is een arrestatiebevel(opens in new window) uitgevaardigd door het Internationaal Strafhof.
In juli 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof(opens in new window) (ICJ) dat de bezetting door Israël van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, onwettig is, en maakte het duidelijk dat derde staten zich moeten “onthouden van het aangaan van economische of handelsbetrekkingen met Israël […] die de onwettige aanwezigheid van Israël in het gebied zouden kunnen bestendigen.” Het Hof stelde tevens dat derde staten “maatregelen moeten nemen om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onwettige situatie die door Israël in de bezette Palestijnse gebieden is gecreëerd.”
Nederland heeft het ICJ, waarvan het het gastland is, duidelijk genegeerd. Wat Israëlische investeringen betreft, is Nederland geen passieve ontvanger, maar een actieve bevorderaar. Nederlandse overheidsmiddelen worden besteed om Israëlische bedrijven aan te trekken. Ze worden ook gebruikt om investeringen door Nederlandse entiteiten in Israël te bevorderen. Sommige van deze investeringen zijn van dien aard dat ze bijdragen aan het in stand houden van de door Israël gecreëerde onwettige situatie, zoals voorbeelden in deze dossiers aantonen. Bovendien kunnen we niet alleen naar individuele investeringen kijken; het cumulatieve beeld is ook van belang als het gaat om de verplichtingen van Nederland met betrekking tot het Genocideverdrag. Nederland heeft, net als alle andere staten, de wettelijke verplichting om “alle redelijkerwijs beschikbare middelen(opens in new window) ” in te zetten met het doel genocide te voorkomen. Economische invloed kan een belangrijk drukmiddel zijn om de aanhoudende genocide in Gaza te stoppen (zie Dossier 5 voor meer hierover).
Centraal in de Nederlandse aanpak staan instanties van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Het Nederlands Agentschap voor Buitenlandse Investeringen
Het Nederlands Agentschap voor Buitenlandse Investeringen (NFIA), een orgaan van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, profileert zich als “Uw FDI-partner in Nederland(opens in new window) ” en biedt gratis diensten aan buitenlandse bedrijven die in het land willen investeren.
Op haar website, InvestInHolland.com(opens in new window) , promoot(opens in new window) de NFIA wat wordt omschreven als de Nederlandse ‘kroonjuwelen’(opens in new window) van belastingontwijking: haar netwerk van belastingverdragen, het ontbreken van bronbelasting, de deelnemingsvrijstelling en haar rulingpraktijk (ook bekend als ‘sweetheart deals’(opens in new window) ).
Volgens de minister van Buitenlandse Zaken is er binnen het Nederlandse handelsinstrumentarium geen sprake van een “proactieve inspanning”(opens in new window) ten aanzien van Israël. De NFIA is echter zeer actief in het bevorderen van investeringsrelaties tussen Nederland en Israël.
De NFIA heeft een kantoor in de Nederlandse ambassade in Tel Aviv. Dit werd in(opens in new window) 2012 geopend(opens in new window) door de minister van Economische Zaken. Het doel(opens in new window) van het NFIA-kantoor in Israël is het faciliteren van DBI’s door Israëlische bedrijven in Nederland.

In april 2025, lang nadat het Internationaal Gerechtshof had verklaard dat er een aannemelijk risico bestaat dat Israël genocide pleegt, lang nadat het Internationaal Strafhof arrestatiebevelen had uitgevaardigd wegens oorlogsmisdaden en nadat meer dan 50.000 Palestijnen(opens in new window) in Gaza waren v(opens in new window) ermoord waarvan de overgrote meerderheid burgers, organiseerde dit NFIA-kantoor, namens de Nederlandse regering, een “NL-Israël-netwerkevenement”, waarbij “innovators, investeerders en ondernemers“ bij elkaar werden gebracht, zodat “Nederlandse precisie” en “Israëlische daadkracht” elkaar konden ontmoeten. . In een verklaring aan SOMO stelde de NFIA dat zij “belastingontwijking niet bevordert of faciliteert” en dat zij het beleid van de Nederlandse regering naleeft, inclusief het “ontmoedigingsbeleid“ met betrekking tot investeringen en economische samenwerking met bedrijven in illegale Israëlische nederzettingen. Het Nederlandse beleid ten aanzien van illegale nederzettingen schiet enorm tekort(opens in new window) en pakt slechts het topje van de ijsberg aan. Zie Dossier 5 voor een overzicht van noodzakelijke economische sancties en de wettelijke verplichtingen van Nederland om genocide te voorkomen.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Terwijl in mei 2025 meerdere(opens in new window) geloofwaardige mensenrechtenrapporten(opens in new window) wezen op producten van militaire en technologiebedrijven die werden gebruikt in Gaza bij het plegen van misdaden volgens het internationaal recht, prees de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een orgaan van het Ministerie van Economische Zaken, Israël als “de Start-Up Nation(opens in new window) ” en benadrukte het de zakelijke kansen in het land (d.w.z. het promoten van de Israëlische economie bij Nederlandse investeerders). De RVO stelt specifiek dat Israël “sterk(opens in new window) is op het gebied van cyberbeveiliging”(opens in new window) en dat “Nederland voor Israëlische bedrijven een interessant proefterrein biedt voor de toepassing van nieuwe technologieën.”
Enige tijd na mei 2025 werd deze pagina offline gehaald. Maar de Nederlandse regering blijft zakelijke banden tussen Israël en Nederland bevorderen(opens in new window) .
De Nederlandse ambassade en missie in Tel Aviv
De Nederlandse ambassade in Tel Aviv biedt niet alleen onderdak aan het NFIA-kantoor in Israël, maar zet zich ook in om Israëlische bedrijven aan te moedigen zich in Nederland te vestigen en om Nederlandse zakelijke banden met Israël te bevorderen(opens in new window) . De enige verwijzing(opens in new window) van de ambassade naar de risico’s van zakendoen in Israël of met Israëlische bedrijven is, opnieuw, dat de “Nederlandse regering economische samenwerking met bedrijven in illegale Israëlische nederzettingen afraadt.”
Nederland heeft de afgelopen tien jaar verschillende handelsmissies en diplomatieke bezoeken aan Israël georganiseerd met een handelscomponent. In 2022 bracht(opens in new window) de toenmalige premier Mark Rutte een bezoek(opens in new window) aan Israël(opens in new window) en ontmoette hij Israëlische bedrijven die actief waren in of van plan waren te investeren in Nederland. In 2019 leidde(opens in new window) de toenmalige minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sigrid Kaag, een handelsmissie(opens in new window) naar Israël, waarbij onder andere de technologiesector centraal stond. Prins Constantijn van Oranje, de broer van Koning Willem-Alexander, leidde in 2018 een handelsmissie waaraan onder meer angel-investeerders deelnamen die op zoek waren naar investeringsmogelijkheden in bedrijven in een vroeg stadium. In een interview(opens in new window) met Israëlische media legde de prins uit dat hij op zoek was naar investeerders en bedrijven op “strategische gebieden, zoals cyberbeveiliging.”
Het Nederlandse ‘paspoort’
Het aantrekken en faciliteren van mondiale financiële stromen – en daarmee ook van de multinationale ondernemingen die wereldwijd de belangrijkste dragers van dergelijke stromen zijn – staat centraal in het economisch beleid van Nederland. Binnen dit kader heeft Nederland het faciliteren van investeringen in en uit Israël tot een prioriteit gemaakt. Deze strategie is zeer succesvol gebleken, zoals blijkt uit de omvang van de financiële stromen tussen beide landen.
Een land kan zijn nationaliteit niet toekennen aan bedrijfsactoren en zich vervolgens distantiëren van hun activiteiten en de gevolgen daarvan. Een gevolg van de inspanningen van Nederland om investeringen uit Israël aan te trekken, is dat het land zijn nationale identiteit – en de voordelen van zijn fiscale en juridische stelsel – heeft toegekend aan wapenbedrijven die betrokken zijn bij ernstige misdaden volgens het internationaal recht (zie Dossier 2). Vluchtelingen kunnen moeite hebben om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen. Bedrijven die betrokken zijn bij genocide lijken deze echter moeiteloos te krijgen.
Maar de uitdagingen beperken zich niet tot bedrijven die banden hebben met gruweldaden. De bredere economische banden tussen Israël en Nederland – die blijken uit het feit dat veel grote Israëlische bedrijven het land als uitvalsbasis voor belangrijke activiteiten gebruiken en dat er via Nederland veel investeringen uit derde landen naar Israël stromen – kunnen voor Nederland juridische verplichtingen met zich meebrengen. Niet alle bedrijven die in deze dossiers worden genoemd hebben banden met misdaden en gruweldaden die door de staat Israël zijn begaan. Hun activiteiten via Nederland geven het land echter economische invloed die het kan en moet gebruiken.
Dossier 5 gaat dieper in op deze kwestie.
Do you need more information?
-
Jasper van Teeffelen
Onderzoeker
Meer uit deze serie
-
Dossier 2: Niet te verdedigen: Nederlandse steun aan Israëlische wapenproducentenGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 3: Nederland als tech-hub van IsraëlGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 4: Israëlische megabedrijven thuis in NederlandGeplaatst in categorie:Long read
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op: -
Dossier 5: De juridische kosten betalenGeplaatst in categorie:Long read
Lydia de LeeuwGepubliceerd op: