Pluspetrol heeft nagelaten de rechten van inheemse volkeren en het milieu in Peru te respecteren
Het Nederlandse Nationale Contactpunt (NCP) voor de OESO-richtlijnen heeft vastgesteld dat oliemaatschappij Pluspetrol de OESO-normen op het gebied van mensenrechten en milieu heeft geschonden. Het besluit volgt op een klacht die meer dan vijf jaar geleden werd ingediend door vier inheemse federaties uit het Peruaanse Amazonegebied, ondersteund door SOMO en partner-ngo’s. De definitieve uitspraak bekrachtigt de lange strijd van de gemeenschappen voor gerechtigheid na jaren van olievervuiling, gezondheidsschade en mensenrechtenschendingen.
De lange strijd van inheemse gemeenschappen voor gerechtigheid en herstel
In maart 2020 hebben vier inheemse federaties – FEDIQUEP, FECONACOR, OPIKAFPE en ACODECOSPAT – die 101 inheemse gemeenschappen in het noorden van Peru vertegenwoordigen, een klacht ingediend bij het Nederlandse NCP. Ze beschuldigden Pluspetrol van het veroorzaken van grootschalige vervuiling gedurende de vijftien jaar waarin het actief was in Lot 1AB (nu Lot 192) in het Peruaanse Amazonegebied. Het bedrijf loosde giftig afvalwater, verwaarloosde de infrastructuur en liet meer dan drieduizend vervuilde locaties(opens in new window) achter.
Hoewel Pluspetrol zijn activiteiten in Lot 1AB in 2015 heeft stopgezet, weigert het de milieuschade op te ruimen of herstelmaatregelen te treffen. De vervuiling heeft rivieren en de bodem vergiftigd met zware metalen zoals cadmium en lood, waardoor veel biodiversiteit verloren is gegaan en de gezondheid en het levensonderhoud van inheemse volkeren in gevaar zijn gebracht.
Robinson Sandi, voorzitter van OPIKAFPE: “Pluspetrol is vertrokken zonder iets op te ruimen. In plaats van herstelmaatregelen te nemen, hebben ze ons land nog meer vervuild. De erkenning door de OESO dat Pluspetrol verantwoordelijk is, geeft ons hoop dat er eindelijk gerechtigheid zal worden gedaan.”
Aurelio Piñola, voorzitter van FECONACOR: “Velen van ons hebben nog steeds zware metalen in ons bloed. Ik zal blijven vechten totdat Pluspetrol zijn verantwoordelijkheid neemt en ons grondgebied wordt gesaneerd.”
Ondanks het aanbod van het Nederlandse NCP in 2021 om te bemiddelen, weigerde Pluspetrol mee te werken, waarmee het bedrijf opnieuw blijk gaf van zijn onwil om te goeder trouw te handelen.
NCP veroordeelt het gedrag van Pluspetrol
In zijn slotverklaring concludeert het NCP dat Pluspetrol op meerdere cruciale punten heeft gehandeld in strijd met de OESO-richtlijnen(opens in new window) . Het NCP oordeelde dat het bedrijf niet op betekenisvolle wijze met de getroffen inheemse gemeenschappen heeft samengewerkt en geen relatie van wederzijds vertrouwen met de gemeenschappen heeft opgebouwd door overeenkomsten af te sluiten die nadelige elementen voor de gemeenschappen bevatten.
Met betrekking tot het milieu stelt het NCP vast dat Pluspetrol willens en wetens verouderde apparatuur heeft gebruikt, vanaf het begin geen ‘goede praktijken’ heeft toegepast en had kunnen voorzien dat het lozen van afvalwater en het verwaarlozen van pijpleidingen tot verdere vervuiling zou leiden. Het NCP concludeert ook dat Pluspetrol, door deze schade niet te voorkomen en te herstellen, niet volledig in lijn heeft gehandeld met de OESO-richtlijnen op het gebied van herstelmaatregelen en onvoldoende heeft gedaan om het recht op gezondheid van lokale gemeenschappen te respecteren, terwijl die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van een schoon milieu.
Bovendien merkt het NCP op dat het feit dat de onderneming geen openbare informatie verstrekt over belastingen, wat niet strookt met wat de OESO-richtlijnen voorschrijven. Door zijn ondoorzichtige internationale bedrijfsstructuur kon Pluspetrol zijn verantwoordelijkheid ontlopen en profiteren van belastingvrijstellingen. Dit is de eerste NCP-zaak ooit tegen een zogenaamde “brievenbusfirma” en vormt daarmee een belangrijk precedent.
Ten slotte heeft het NCP de OESO opgeroepen om richtlijnen te ontwikkelen voor bedrijven in de grondstoffensector wanneer zij concessies verwerven waar al sprake is van doorlopende schade aan het milieu en mensenrechtenschendingen. Deze richtlijnen moeten duidelijke normen bevatten voor de verantwoordelijkheden van bedrijven met betrekking tot due diligence en herstelmaatregelen in deze situaties.
Joseph Wilde-Ramsing, advocacy director bij SOMO: “Voor het eerst heeft het Nederlandse NCP erkend dat bedrijven zich niet kunnen verschuilen achter Nederlandse brievenbusstructuren om hun verantwoordelijkheid voor mensenrechten- en milieuschade te ontlopen. Deze zaak schept een belangrijk internationaal precedent.”
Gevolgen in Nederland en daarbuiten
De bevindingen van het NCP hebben concrete gevolgen voor de toekomstige activiteiten van Pluspetrol. Volgens het Nederlandse overheidsbeleid moet het bedrijf nu worden uitgesloten van handelsbevordering en handelsmissies, exportkredieten en overheidsaanbestedingen.
De zaak laat ook zien hoe de lakse transparantieregels voor bedrijven in Nederland misbruik mogelijk maken. Pluspetrol is weliswaar in Argentijnse handen, maar opereerde via een Nederlandse brievenbusstructuur, waarbij een deel van de bedrijfsstructuur liep via de Kaaimaneilanden en Luxemburg. De NCP-uitspraak verhoogt de druk op de Nederlandse regering om schadelijke brievenbusconstructies aan banden te leggen, de regels voor bedrijfstransparantie aan te scherpen en de OESO-richtlijnen effectiever te handhaven.
De klacht benadrukt ook hoe belangrijk het is dat bedrijven zich op verantwoorde wijze terugtrekken uit bepaalde activiteiten of zakenrelaties. Volgens de OESO-richtlijnen moeten bedrijven bij elke beslissing om zich terug te trekken een due diligence-onderzoek uitvoeren, waarbij zij ervoor moeten zorgen dat alle gevolgen van hun activiteiten of van de beslissing om zich terug te trekken worden hersteld. In dit geval blijft Pluspetrol verantwoordelijk voor het opruimen van de milieuvervuiling en het compenseren van de getroffenen.
Voor de inheemse federaties is de uitspraak een langverwachte bevestiging van hun ervaringen en een officieel, openbaar verslag van het schadelijke gedrag van Pluspetrol. De uitspraak versterkt hun inspanningen om gerechtigheid te bereiken door middel van belangenbehartiging, juridische procedures en media-aandacht.
Een delegatie van inheemse leiders zal van 2 tot 5 september in Nederland zijn om hun eisen te presenteren en rechtstreeks met Nederlandse beleidsmakers en media te spreken. Op vrijdag 5 september bent u van harte welkom in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam voor een openbaar debat (opens in new window) met Tweede Kamerleden en de delegatie uit Peru.Meer informatie over de klacht vindt u op deze pagina.
Do you need more information?
-
Joseph Wilde-Ramsing
Advocacy Director -
Hannah Greep
Policy & Advocacy Medewerker
Related news
-
Naschokken in Groningen Gepubliceerd op:
Bart-Jaap VerbeekGeplaatst in categorie:Publicatie
Bart-Jaap Verbeek
-
Shell en ExxonMobil geven miljarden aan aandeelhouders, maar stoppen met betalen schadeherstel GroningenGeplaatst in categorie:Opinie
Jasper van TeeffelenGepubliceerd op:
Jasper van Teeffelen -
Klacht tegen ‘Nederlands’ oliebedrijf Pluspetrol ontvankelijk verklaardGeplaatst in categorie:Nieuws
Camiel DonicieGepubliceerd op: