Geen enkel deel van de financiële sector zal ongereguleerd blijven! Regeringen en parlementen verklaarden het einde van zelfregulering in de financiële sector en schimmige handel in complexe producten. En last but not least: geen reddingsoperaties meer voor banken!

Dat was in 2008, toen de verwoestende financiële crisis de politici verraste en hen “dwong” om de banken te redden met miljarden van de belastingbetaler – die vervolgens geconfronteerd werd met bezuinigingsmaatregelen, het spook der werkloosheid of minder pensioen. Tien jaar later, hebben de maatregelen ter bestrijding van de crisis nauwelijks veranderd hoe banken, beleggers of speculanten werken. Erger nog: door nieuwe risico’s en instabiliteit van financiële markten zijn we nauwelijks iets opgeschoten: zie de recente problemen in Argentinië en de alsmaar groeiende kloof tussen arm en rijk.

Wat zagen we over het hoofd? Voor de bühne werd er van alles geroepen, maar de hervormers lieten de lobbystructuren die altijd hebben aangedrongen op deregulering en zelfregulering opnieuw hun werk doen, en negeerden de zorgen en eisen vanuit de samenleving. We blijven aanmodderen zolang de macht van de financiële lobby niet doorbroken wordt.

De alomtegenwoordige financiële lobby

Tot 2008 voerde de financiële sector een goed uitgeruste en volhardende lobby die niet terugdeinsde voor ‘hard spel’ en wiens tentakels tot in tal van brancheorganisaties, adviescommissies, hoorzittingen en raadplegingen reiken – waarbij zij vaak de stem van andere belanghebbenden overschaduwt. Politici die overstappen naar de financiële sector en andersom, het verschijnsel van de draaideurenpolitiek, heeft er ook voor gezorgd dat de belangen van de financiële sector beter behartigd werden.

Denk aan het Basel Committee en de vertrouwelijke bijeenkomsten tussen presidenten van centrale banken en de CEO’s van de grootste banken. Eerder dit jaar deed Emily O’Reilly van de Europese Ombudsman een oproep aan de president van de Europese Centrale Bank, Draghi: of hij zijn lidmaatschap van de weinig transparante G30 wilde opgeven. Daar zag Draghi en de ECB niet de noodzaak van in. Of de lobbyist die mij wist te vertellen dat een hoofdonderhandelaar van de Europese Commissie tijdens vertrouwelijke onderhandelingen over handelsverdragen en financiële diensten met hem telefoneert.
Als gevolg van de structurele invloed van de lobby was er geen toezicht om de crisis te voorkomen, en geen maatregelen om het publieke belang te beschermen in tijden van crisis.

Te groot om te verslaan

In de nasleep van de financiële crisis heb ik van dichtbij kunnen zien hoe maatschappelijke krachten en instellingen allerlei initiatieven en voorstellen hebben ontwikkeld voor een financieel systeem die in dienst staat van samenlevingen en niet andersom:

  • splits de banken op en richt banken op voor allen financiële basisdiensten;
  • creëer een financiële sector die divers is en democratisch bestuurd (bv. coöperaties, staatsbanken), en die het algemeen nut dient;
  • maak een eind aan het rondflitsen van speculatief kapitaal door een belasting op financiële transacties, het invoeren van kapitaalcontroles en een verbod op belastingontwijking
  • verbied alle financiële speculatie met voedselprijzen;
  • reguleer en hervorm om het algemeen belang te dienen met inbreng van de burgers en ontzeg de financiële sector onevenwichtige en ondoorzichtige toegang tot beleidsmakers en overheidsinstanties.

Maatschappelijke organisaties hebben actief campagne gevoerd, gelobbyd en zelfs deelgenomen aan officiële raadplegingen om voor hervormingen te pleiten. Dit leidde onder andere tot de oprichting van Finance Watch, dat met steun van enkele Europese Parlementsleden werd opgericht om als tegenwicht voor de financiële lobby te dienen. Alle inspanningen ten spijt: regeringen, parlementariërs, financiële autoriteiten en ambtenaren hebben de financiële sector ook na 2008 in staat gesteld door haar aanhoudende lobbypraktijken de hervormingen te verzwakken en ontwrichten.

Het ontbrak de hervormers ook eenvoudigweg aan deskundigheid en daarmee waren zij afhankelijk van sterk gekleurde input uit de financiële sector. Datzelfde geldt min of meer ook voor beleidsmakers; ze waren te bang om beperkingen op te leggen aan een sector waarvan hun voorgehouden werd dat deze te essentieel was voor de economie. Het resultaat was dat de eisen van het maatschappelijk middenveld werden losgelaten, zoals uit de volgende voorbeelden blijkt:

  • Een EU-wetsvoorstel (Bank Structural Reform Regulation) om de banken op te splitsen in afzonderlijke functies voor basis-bankieren en speculatieve activiteiten werd uitgesteld tot 2014 door enorme, niet aflatende lobbyinspanningen die de inspanningen van een deskundigencomité op hoog niveau ondermijnden (rapport Liikanen). Dit verwaterde EU-wetsvoorstel voor structurele hervorming van de banksector was verder gedoemd te mislukken als gevolg van de inspanningen van de Franse en Duitse regering om de wet af te zwakken onder de druk van de banklobby. De wet is uiteindelijk nooit aangenomen – een meerderheid van de leden van het Europees Parlement was tegen strengere regelgeving.
  • Voorstellen voor een alternatief bankstelsel dat diverser zou zijn en de belangen van het maatschappelijk middenveld zou dienen, zijn nooit op de agenda geplaatst van de Group of Experts in Banking Issues (GEBI), een werkgroep van de Europese Commissie dat advies moest uitbrengen over bankhervormingen. Op twee na (waaronder ik) werkten alle leden voor de banken. Deze werkgroep werd beëindigd in plaats van hervormd toen er kritiek klonk op haar onevenwichtige samenstelling.
  • Maatschappelijke organisaties hebben op verschillende manieren geprobeerd om financiële speculatie met voedselprijzen wettelijk te beperken. Ondanks hun actieve deelname aan openbare raadplegingen, campagnes en de invoering van concrete amendementen, is de wet aanzienlijk afgezwakt. Vindingrijke interventies van lobbyisten zorgden ervoor dat hun belangen gewaarborgd bleven tot de laatste minuut van het wetgevingsproces en de ontwikkelingen van standaarden om de wet uit te voeren.
  • Een groep EU-landen stemde aanvankelijk in met de invoering van een belasting op financiële transacties (FTT), waar decennialang voor is geijverd door veel maatschappelijke organisaties. Slechts een jaar nadat de financiële sector tegen deze belasting begon te lobbyen, was het voorstel al sterk verwaterd en werd het uiteindelijk verworpen door een van de landen die aanvankelijk voor de FTT was. De Franse president Macron pleitte onlangs nog tegen de FTT om bankiers met Brexit-vrees naar Parijs te lokken.
  • De onthullingen van het maatschappelijk middenveld over oneigenlijke lobbypraktijken hebben geleid tot meer transparantie over de gesprekken die EU-functionarissen voeren met lobbyisten. Ondertussen volhardt de Nederlandse regering in haar weigering om lobbyactiviteiten transparanter te maken, ondanks het feit dat dit gebrek aan transparantie de Nederlandse banken duidelijk bevoordeelde ten koste van de bevolking (zie dit SOMO-rapport).

Meer democratie nodig om de financiële sector te veranderen

Het maatschappelijk middenveld, journalisten en onderzoekers kunnen druk uitoefenen op politici en financiële autoriteiten door verbanden bloot te leggen tussen lobbypraktijken en politieke besluitvorming, en hen zo te dwingen tot rechtvaardige regulering. Informatie over deze verbanden stelt de consument in staat om eisen te stellen naar zijn eigen bank. De verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2019 kan de Europese burger en maatschappelijke organisaties een kans bieden om het onderwerp op de agenda te zetten en van parlementariërs te eisen dat zij belangen van de samenleving met betrekking tot de financiële sector op de eerste plaats stellen. Niet alleen de financiële lobby, ook de manier waarop hervormingen tot stand komen moet op de schop.