Toen onderzoekster Martje Theuws van stichting Somo rondliep in de Indiase weverij begreep ze ineens hoe het kan dat sommigen van de jonge werkneemsters geopereerd moeten worden aan de katoenbal in hun maag. Het was er heet, vochtig en stoffig. In de fabriek speelde zich een hartverscheurend verhaal af van Indiase meisjes die hun overwerk niet kregen betaald en als ze het de afgesproken drie jaar intern op het fabrieksterrein niet volhielden, naar hun bonus, een soort bruidschat, konden fluiten. Een van de bedrijven die er zijn stofen liet maken was H&M. De 28-jarige Amsterdamse Theuws, heel erg de doelgroep van het Zweedse kledingbedrijf, zal niet snel zonder schuldgevoel een kledingstuk kopen.

Met enige regelmaat is H&M, met 2200 winkels wereldwijd en een miljardenomzet, betrokken bij schandalen in de textielindustrie.

En toch presenteert de multinational zichzelf als een duurzame koploper. Deze week publiceerde het zijn duimdikke duurzaamheidsverslag. Topman Karl-Johan Persson is trots op wat zijn bedrijf doet voor een betere wereld en nodigde vorige week een groep internationale journalisten, waaronder van Trouw, uit in het hoofdkantoor in Stockholm om dit toe te lichten. Ja, de kledingbranche heeft een slechte naam, ja er is in het verleden te weinig aandacht geweest voor de omstandigheden in de kledingfabrieken. En nee hij is er nog lang niet. H&M beroept zich op de veelheid van producenten in lagelonenlanden waar het modebedrijf zaken mee doet zo'n 1500 , waardoor Persson nooit kan garanderen dat er toch geen kinderhandjes het katoen hebben geplukt of dat iedereen in de keten zich aan de milieuregels houdt.

De doelstellingen van H&M zijn ambitieus: in 2020 moet alle katoen komen van boeren die geleerd hebben hoe zij minder grond, minder water en minder bestrijdingsmiddelen kunnen gebruiken. De ontwikkelingsorganisatie Solidaridad, die samenwerkt om de omstandigheden waaronder katoen wordt verbouwd te verbeteren, is zeer te spreken over het enthousiasme van de Zweden. Zij vindt het een grote stap voorwaarts dat H&M zo open is over de dilemma's waar de industrie voor staat. Om maar wat te noemen: de textielindustrie heeft een straatarm land als Bangladesh, waar de meeste kleding vandaan komt, onmiskenbaar economische voorspoed gebracht. Een massabedrijf als H&M is bovendien in staat om met zijn duurzame collecties het onderwerp breed onder de aandacht te brengen van consumenten. Bovendien hebben zelfs kleine stappen van zulke grote bedrijven groot effect, ook op de ontwikkeling van nieuwe duurzame stoffen als Tencel. Eenzelfde soort ontwikkeling is bijvoorbeeld gaande bij Nederlandse multinationals als Unilever, Akzo Nobel en DSM.

Mensenrechtenorganisaties als Schone Kleren Campagne en Somo vinden dat H&M niet meer doet dan mooi weer spelen, nadat ze rijk zijn geworden ten koste van goedkope arbeiders en het milieu. Controles en keurmerken zijn niet de manier zolang de kledingindustrie geen vuist maakt naar het verbod op vakbondsvrijheid in de landen waar het bedrijf de kleding laat maken. Werknemers hebben niet de mogelijkheid om voor hun rechten op te komen, waardoor misstanden in fabrieken onbestraft blijven. Door tussenpersonen in lagelonenlanden te laten zoeken naar de voordeligste nproducenten voor een partij kleding, is de druk op de niet-mondige arbeiders groot. Iedereen in dit verhaal heeft groot gelijk. H&M zal voorlopig altijd de groeicijfers boven het duurzaamheidsstreven stellen. Onmiskenbaar is echter dat de topman van een van de grootste modebedrijven ter wereld zich ongekend kwetsbaar opstelt. Dat verdient ieders grootste aanmoediging. De gewetensvolle manier waarop het managementteam van H&M een begin heeft gemaakt met het serieus nemen van mensenrechten en milieu geeft hoop voor de toekomst.

Bron: Trouw