Foto:Rijksoverheid / MinBuZa

Er is nog volop ruimte voor verbetering van de standaarden in het Convenant Duurzame Kleding en Textiel, concludeert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een rapport dat woensdag verscheen. SOMO en de Schone Kleren Campagne (SKC) verwelkomen de aanbevelingen van de OESO, maar benadrukken dat meer nodig is dan een beoordeling van schriftelijke standaarden om na te gaan hoe bij het convenant aangesloten bedrijven daadwerkelijk presteren.

SKC en SOMO hebben recent beoordeeld hoe bedrijven aangesloten bij het Convenant rapporteren over hun due diligence. Lees in dit kritische rapport op welke onderwerpen bedrijven volgens SOMO en SKC tekort schieten.

De OESO laat na om de allerbelangrijkste vraag te stellen; slagen het convenant en de deelnemende bedrijven erin om de negatieve impact van hun activiteiten op arbeiders in de toeleveringsketen te voorkomen, te verminderen of op te lossen? Daarmee is de OESO-evaluatie vooral een papieren exercitie.

Over de schriftelijke standaarden van het convenant concludeert de OESO dat bijna 40 procent niet (volledig) overeenkomt met de door de internationale organisatie opgestelde richtlijnen. De OESO is ook kritisch over de manier waarop het convenant deelnemende bedrijven beoordeelt op maatschappelijk verantwoord ondernemen en roept het convenant op dit beoordelingsproces te verbeteren. SKC en SOMO herkennen de observaties in het OESO rapport en onderschrijven de aanbevelingen.

  • Maak het betrekken van lokale stakeholders onderdeel van het beoordelingsproces.
    Volgens de OESO-richtlijnen is het essentieel dat lokale stakeholders – de mensen die de negatieve gevolgen van bedrijfsactiviteiten aan den lijve ondervinden – worden betrokken en geïnformeerd over de inspanningen van bedrijven. Hieronder vallen onder meer arbeiders in de kledingindustrie, vakbonden en werknemersvertegenwoordigers. Net als de OESO constateren SKC en SOMO dat deze groepen nu onderbelicht worden in het beoordelingskader en bij het beoordelingsproces van het convenant.
  • Kijk voor de identificatie en prioritering van risico’s op het fabrieksniveau
    Volgens de OESO-richtlijnen dienen kledingmerken risico’s in hun productieketen te identificeren en te prioriteren op basis van ernst en waarschijnlijkheid. Bedrijven moeten vervolgens uitwerken hoe zij deze risico’s voorkomen of aanpakken. Volgens de OESO vindt de identificatie en prioritering van risico’s momenteel op een te algemeen niveau plaats. De OESO maant het Convenant Duurzame Kleding en Textiel dan ook de identificatie en prioritering van risico’s te beoordelen op het niveau waar de risico´s plaatsvinden, in de fabrieken.
  • Verbeter de toegankelijkheid en transparantie van het officiële klachtenmechanisme
    Volgens de OESO heeft het convenant een robuust officieel klachtenmechanisme waarvan de schriftelijke procedures grotendeels overeenkomen met de aanbevelingen in de OESO-richtlijnen. Deze hoge score is opmerkelijk, omdat de OESO tegelijkertijd bevestigt dat de toegankelijkheid en transparantie van het officiële klachtenmechanisme beperkt is. Twee weken geleden dienden SKC en SOMO samen met een partnerorganisatie uit Myanmar een klacht in tegen C&A, bij het officiële klachtenmechanisme. Dit is de eerste klacht die in alle openlijkheid is ingediend. Dit kan een signaal zijn voor het gebrek aan toegankelijkheid. Voor lokale stakeholders is het bijvoorbeeld lastig om de procedures van het klachtenmechanisme te doorzien. Ook de OESO stelt dat de toegankelijkheid en transparantie van het klachtenmechanisme moet worden verbeterd.

  • Verbeter de voorspelbaarheid, transparantie en legitimiteit van het onofficiële klachtenmechanisme
    Ook het informele klachtenmechanisme, waarbij het convenant zelf bemiddelt in een conflict en niet de onafhankelijke klachten- en geschillencommissie, kan beter wat betreft voorspelbaarheid, transparantie en legitimiteit. Zo zijn lokale belanghebbenden niet betrokken in de ontwikkeling van het protocol en is het convenant onduidelijk over de procedures en zijn rol bij het bepalen of een klacht aannemelijk is of niet. Ook zijn de risico’s van represailles tegen indieners van een klacht niet in overweging genomen.
  • Versterk het beoordelingsproces van de publieke rapportages van bedrijven.
    Het convenant krijgt een goede score van de OESO voor de schriftelijke voorwaarden voor publieke communicatie door bedrijven. Toch wordt er onvoldoende bereikt door het convenant in de beoordeling van deze publieke rapportages. Volgens de OESO beoordeelt het convenant bedrijven onterecht te positief en moet het beoordelingsproces daarom worden aangescherpt.

Deze laatste conclusie komt overeen met de aanbevelingen in het eerdergenoemde rapport waarin SKC en SOMO concluderen dat de publieke rapportages van convenantsleden onder de maat zijn. Het rapport beschrijft dat convenant partijen onvoldoende publiekelijk communiceren over hun klachtenmechanismes, het betrekken van lokale stakeholders en weinig transparant zijn over hun productielocaties. Ook rapporteren bedrijven onvoldoende over de acties die ze ondernemen om mensenrechtenschendingen in hun keten te voorkomen en aan te pakken.

SKC en SOMO hoopt dat het convenant actief aan de slag gaat met de aanbevelingen uit het OESO rapport en het SKC-SOMO rapport.