Een Indiase textielfabriek houdt jonge naaisters zo’n drie jaar binnen de fabriekterreinen. Een kwart van hun loon krijgen ze pas na die periode uitbetaald. De fabriek levert onder meer kleding aan C&A en H&M, zo ontdekte SOMO en de Volkskrant.

Het gaat om de fabtiek KPR Mill, die zo’n 9.000 werkneemsters telt, ‘allemaal boven de 16’, aldus het management. Zij zitten na werktijd opgesloten op het fabrieksterrein. Ten minste een kwart van hun salaris wordt ingehouden voor de ‘bruidsschat’. Dit bedrag krijgen ze pas na drie jaar mee.

H&M bleek al eerder problemen te hebben gesignaleerd met deze fabriek. Vorig jaar hebben ze de samenwerking tijdelijk stopgezet. Dit voorjaar konden ze tijdens een bezoek geen problemen ontdekken en hervatten ze de samenwerking. Het Zweedse kledingbedrijf wil nu zo snel mogelijk de fabriek opnieuw bezoeken.

C&A zegt in de Volkskrant dat ze niet wisten dat ze met deze fabriek van doen hadden. Ze dachten zaken te doen met een andere onderneming, Quantum Knits. Volgens het jaarverslag blijkt dit een volledige dochter van KPR Mill te zijn. Het kledingbedrijf heeft zich voorgenomen de samenwerking zo snel mogelijk te stoppen.

Bruidsschat
De meisjes in de fabrieken en naaiateliers zijn moeilijk te bereiken, omdat vakbonden meestal niet toegelaten worden. In de regio waar nu de misstanden aan het licht zijn gekomen, klopt het hart van de Indiase textielindustrie. Zij ronselen hun werkneemsters via het zogenoemde Sumangali Scheme. Vertegenwoordigers van de fabrieken gaan dorpen in en beloven ouders dat hun dochters binnen 3 jaar hun bruidsschat bij elkaar sparen. Er wordt ze verteld dat ze dan ook nog een opleiding krijgen. Daar voelen veel ouders voor, want een bruidsschat is weliswaar verboden, maar nog steeds wijdverbreid.

Uitgebuit
De werkelijkheid binnen de fabriekspoort is vervolgens anders. De meisjes worden uitgebuit; ze moeten lange werkdagen maken en krijgen problemen met hun gezondheid. Bovendien krijgen ze niet altijd het beloofde geld na drie jaar.

Bron: FNV Mondiaal