Foto:Martje Theuws

“Branded Childhood”, een rapport van SOMO en het Nederlandse samenwerkingsverband Stop Kinderarbeid (SCL), legt de tragiek bloot van ouders die werkzaam zijn in de Bengaalse kledingindustrie. De gemiddelde arbeider in deze sector verdient een derde van wat beschouwd wordt als een leefbaar loon, waardoor de kosten van schoolgaande kinderen niet kunnen worden opgebracht.

Branded Childhood

How garment brands contribute to low wages, long working hours, school dropout and child labour in Bangladesh

De lage lonen en lange werkdagen, zo blijkt uit de bevindingen van SOMO en SCL, leiden ertoe dat veel Bengaalse ouders die in de kledingsector werken hun kinderen van school moeten halen. Deze kinderen worden vervolgens aan het werk gezet, hetzij betaald, hetzij in het huishouden.

Door arbeiders geen leefbaar loon uit te betalen dragen zowel de kledingmerken als de in- en verkopende bedrijven bij aan het in stand houden van een systeem waarin kinderarbeid en het schenden van mensenrechten voortduurt. Een leefbaar loon moet derhalve een algemene voorwaarde zijn bij internationale MVO convenanten en aanbestedingen van de Nederlandse overheid

Het rapport van SOMO en SCL heeft een aantal verborgenheden omtrent kinderarbeid aan het licht gebracht door de lage lonen van Bengaalse textielarbeiders in verband te brengen met de cijfers omtrent schooluitval van hun kinderen. De publicatie zorgde er bovendien voor dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen die gericht is op het vaststellen van een leefbaar loon als voorwaarde van internationale MVO convenanten en aanbestedingen van de Nederlandse overheid.

Met deze motie hebben Tweede Kamerleden van de ChristenUnie en de PvdA de regering gevraagd om:

  • het leefbaar loon in te voeren als algemene voorwaarde, middels een tijdsgebonden plan en in het kader van een grondiger publiek aanbestedingsbeleid;
  • lokale autoriteiten actief aan te moedigen om dit beleid te voeren;
  • dit een onderdeel te maken van internationale convenanten die gericht zijn op MVO;
  • het parlement blijvend te informeren over de gedane inspanningen en bereikte resultaten.

Leefbaar loon hoger op de agenda van politiek en bedrijven

De bevindingen van het rapport hebben eveneens geleid tot vragen aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen. Deze vragen richtten zich op de rol van de Nederlandse overheid bij het aankaarten van problemen en risico’s in de productieketens van de kledingindustrie. Ploumen reageerde instemmend op de constatering dat er een zorgwekkend direct verband is tussen enerzijds het niet ontvangen van een leefbaar loon door arbeiders en anderzijds het schoolverlaten en kinderarbeid. Ook verklaarde zij dat Nederland al actief de noodzakelijkheid van leefbare lonen over het voetlicht brengt. Tenslotte sprak zij haar steun uit voor de aanbeveling dat deze kwestie collectief dient te worden aangepakt alsook een prominentere plaats verdient op de agenda van merken, producenten, de Bengaalse overheid en multi-stakeholder initiatieven.

Europese samenwerking

Voordewind (ChristenUnie) en Servaes (PvdA) hebben de minister gevraagd of zij bereid is om het rapport onder de aandacht van haar Europese collega’s te brengen. Haar reactie hierop was als volgt:

‘Het rapport vormt een ondersteuning van de noodzaak om gezamenlijk het belang van leefbare lonen en vakbondsvrijheid onder de aandacht van de regering van Bangladesh te brengen. Zowel in Bangladesh als bijvoorbeeld in het kader van het EU Garment Initiative wordt op dit terrein nauw samengewerkt met de Europese Commissie’.

Lees hier de volledige vragen en antwoorden.