Case studies of Samsung, LGE and Foxconn

De Braziliaanse arbeidswetgeving wordt beschouwd als éen van de meest uitgebreide ter wereld. Bedrijven worden er onder druk gezet om aan deze wetgeving te voldoen door zogenoemde ‘Çonduct Adjustment Agreements’. Braziliaanse vakbonden hebben een aanzienlijke invloed en hun positie wordt beschermd en gehandhaafd door de wet.

Dit onderzoek richt zich op de vraag of de arbeidsomstandigheden in de Braziliaanse elektronicafabrieken van Samsung, LG en Foxconn overeenkomen met de arbeidsomstandigheden in de fabrieken van deze bedrijven in lageloonlanden, waar geen vakbonden zijn of ernstig belemmerd worden in hun functioneren en waar de autoriteiten geen capaciteit hebben om zorg te dragen voor de naleving van de arbeidswetgeving.

Dit bleek inderdaad zo te zijn: in Brazilië werd op dezelfde manier geproduceerd als in de lageloonlanden met dezelfde schendingen van arbeidsrechten. De bedrijven zijn echter vervolgd en beboet wegens het overtreden van de Braziliaanse arbeidswetgeving. Dit heeft geleid tot verbeteringen op gebied van werktijden, overuren, pauzes en ongeoorloofde tijdelijke contracten. Ook liggen de lonen anderhalf tot tweeënhalf keer boven het minimumloon,. Helaas is dat nog steeds onvoldoende om een gezin bestaande uit vier familieleden te onderhouden.

Echter, de ‘Çonduct Adjustment Agreements’ hebben geen vat gehad op de ongezonde werkomstandigheden, deze blijven hardnekkig bestaan. Er komen nog steeds veel skelet- en spieraandoeningen voor in de Braziliaanse fabrieken van de drie bedrijven vanwege slechte ergonomische omstandigheden en het repetitieve werk. Ook blijven de werknemers last hebben van intimidatie en een angstcultuur.

lees meer minder
wilt u een donatie doen?
Bijlagen: