door Myriam Vander Stichele

Om de negatieve gevolgen van de financiële crisis van 2008 te bezweren, zijn centrale banken overgegaan tot kwantitatieve geldverruiming of populair verwoord: centrale banken zijn geld gaan bijdrukken om daarmee obligaties op de financiële markten op te kopen. Deze nieuwe geldstroom resulteerden o.a. in vluchtige kapitaalstromen naar ontwikkelingslanden en opkomende markten waar de rendementen hoog zijn en investeerders bereid zijn om grote risico’s te nemen.

Zowel overheden als bedrijven in die ontwikkelingslanden, en vooral in zogenaamde opkomende markten, zijn hierbij hoge schulden aangegaan door uitzonderlijk veel obligaties uit te geven. Bijvoorbeeld, de uitgifte van internationale obligaties vanuit Latijns-Amerika en de Caraïben groeide van US$ 297 miljard in 2009 tot US$ 757 miljard in 2017.  Deze schulden via obligaties is gedeeltelijk opgekocht door institutionele investeerders in de rijkere landen, zoals pensioenfondsen die op zoek zijn naar hoger rendement.

Lees het volledige artikel in het Engels.