COIMBATORE/AMSTERDAM De modewarenhuizen C&A en H&M laten een deel van hun collectie produceren in een textielfabriek in India die meisjes en vrouwen uitbuit. In de fabriek in de Indiase deelstaat Tamilnadu wordt kleding gemaakt met de logo's van beide bedrijven.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Volkskrant, die de fabriek samen met ontwikkelingsorganisatie SOMO heeft bezocht. Het gaat om KPR Mill vlakbij de textielstad Coimbatore, die voor C&A herensweaters en voor H&M poloshirts en kinderleggings maakt.

De circa negenduizend textielarbeidsters van KPR Mill - volgens de directie allemaal minimaal zestien jaar oud - zitten na werktijd de facto opgesloten in hostels op het ommuurde fabrieksterrein. Ten minste een kwart van hun loon wordt ingehouden om te sparen voor de bruidsschat. Ze krijgen dit geld pas uitgekeerd als ze drie jaar voor het bedrijf hebben gewerkt. KPR geeft geen arbeidscontract en verhindert contact met vakbonden.

H&M bevestigt dat er in 2009 en in augustus 2010 kleding in deze fabriek is geproduceerd. In 2009 werd de samenwerking aanvankelijk stopgezet vanwege de slechte arbeidsomstandigheden. Toen het Zweedse bedrijf de fabriek dit voorjaar opnieuw bezocht, ontdekte het geen problemen. Geconfronteerd met de bevindingen van de Volkskrant heeft H&M besloten de fabriek zo snel mogelijk opnieuw te bezoeken en de productie te heroverwegen.

C&A erkent in een reactie dat KPR sinds kort aan het concern levert. Het kledingwarenhuis zegt dat het in de veronderstelling was zaken te doen met een andere onderneming, Quantum Knits. Dat is een volledige dochter van KPR, zoals ook in het jaarverslag is te lezen. 'Dit is voor C&A pas onlangs duidelijk geworden,' stelt een woordvoerder. 'Productie in de omgeving van KPR is niet in lijn met de voorwaarden van C&A.' Volgens het warenhuis zal de samenwerking zo snel mogelijk worden gestopt.

Bron: de Volkskrant