Door Bas van Beek en Jilles Mast

De kans is groot dat je nog nooit van TiSA hebt gehoord. TiSA staat voor Trade in Services Agreement. Het is een handelsverdrag over diensten waar de Europese Unie, de Verenigde Staten en 21 andere landen op dit moment over onderhandelen. Hoewel de gesprekken over dit verdrag al in 2013 zijn begonnen en eind 2016 moeten zijn afgerond, is er in de media nog vrijwel niets over te horen. Terwijl TTIP de afgelopen weken tot verkiezingsthema werd gebombardeerd, is het zowel in de politiek als in de anti-TTIP beweging nog stil rond TiSA. Het verdrag zal echter vergaande gevolgen hebben voor tal van publieke diensten zoals de zorg en het onderwijs. 

Als het verdrag wordt doorgevoerd, betekent dit meer marktwerking in de dienstensector. Het weer in publieke hand nemen van geprivatiseerde diensten belooft een belangrijk verkiezingsonderwerp te worden. Door TiSA wordt dit een stuk moeilijker. De internationale vakbeweging roept daarom de onderhandelende partijen op om alle mogelijkheden voor regulering in handen te houden, als zij op 19 en 20 september weer aan een volgende onderhandelingsronde beginnen. Dat is echt in het algemeen belang.

TiSA

Trade in Service Agreement

De FNV wil de onbekendheid van Nederland met TiSA zo snel mogelijk veranderen. TiSA is namelijk één van de grote handelsverdragen waarover momenteel onderhandelingen lopen. En omdat TiSA over diensten gaat, raakt het veel mensen. Diensten zijn voor de Nederlandse economie zeer belangrijk en spelen in de internationale handel een steeds grotere rol. Meer dan de helft van onze economie bestaat uit het leveren van diensten: in de zorg, onderwijs, transport, telecommunicatie, water, et cetera. Maar liefst drie van de vier werkende mensen in Nederland leveren diensten.

Sommige critici gaan zelfs zo ver dat ze TTIP een ‘afleiding’ noemen voor TiSA. Met andere woorden: dat in de schaduw van kleine broer TTIP, het TiSA verdrag zonder al te veel tegenwerking kan worden uitonderhandeld en ingevoerd, met alle gevolgen van dien. Het betekent ook dat het weinig uitmaakt als TTIP niet doorgaat, wanneer daarna TiSA wel wordt afgesloten. TiSA is daarmee een smaakmakend ingrediënt in de lettersoep van handelsverdragen die de laatste tijd over ons wordt uitgestort. Want dat de EU druk aan het onderhandelen is, moge duidelijk zijn. Want naast TTIP met de VS en CETA  met Canada, zijn er nog veel meer onderhandelingen gaande. Achter gesloten deuren – vaak buiten het bereik van vakbonden, parlementsleden en maatschappelijke organisaties, maar met ‘hulp’ van multinationals – wordt in deze verdragen de toekomst van onze economie en samenleving vastgelegd. Al met al reden genoeg om TiSA uit de schaduw te halen.

Really Good Friends of Services

De landen die aan TiSA meedoen, noemen zichzelf de ‘really good friends of services’. Voor het grootste deel bestaat deze groep uit rijke landen, maar er zijn ook enkele ontwikkelingslanden aangesloten zoals Pakistan, Peru en Panama. De reden dat deze landen zich zo hebben genoemd, is omdat ze een zeer grote dienstensector hebben, met daarin grote bedrijven die aandringen op meer internationale vrijhandel. Gezamenlijk is deze groep hele goede vrienden nu al verantwoordelijk voor maar liefst tweederde van alle internationale handel in diensten.

Het uiteindelijke doel van deze groep is om wereldwijd verdragen over diensten af te sluiten, ook in de Wereldhandelsorganisatie, waarvoor TiSA het model moet worden. Weinig ontwikkelingslanden en opkomende economieën zijn enthousiast over een verdrag dat de handel in diensten ten behoeve van het internationaal opererende bedrijfsleven bevordert. Daarom doen ze niet mee aan deze onderhandelingen.

Bedrijvenlobby

De invloed die de lobby van het bedrijfsleven heeft gehad, is duidelijk terug te zien in de agenda en voorstellen die in de TiSA onderhandelingen worden besproken. Diensten worden hierin beschouwd als weinig meer dan een product. Als iets waarmee bedrijven op de markt veel geld kunnen verdienen.

Maar diensten zijn natuurlijk veel meer dan dat alleen. Ze hebben namelijk ook, en in een aantal gevallen zelfs vooral, een maatschappelijk doel. Onderwijs, zorg, energievoorziening of de stabiliteit van het financiële systeem zijn allemaal zaken met een zeer groot publiek belang. Die kunnen we niet overlaten aan enkel het bedrijfsleven of de vrije markt. En dat is de kern van het probleem met TiSA.

Het einde van publieke diensten?

Het verdrag is een volgende stap in het uitbreiden en vastleggen van marktwerking in de dienstensector. De overheid trekt zich steeds verder terug uit de samenleving en laat de taken, die ze vroeger op zich nam, steeds vaker over aan de markt. Door deze privatisering worden diensten die vroeger vanwege hun publieke karakter beschermd werden tegen concurrentie, blootgesteld aan de krachten van de vrije markt. TiSA zal dat proces versterken.

Dit zie je in TiSA in het bijzonder terug als het gaat over publieke diensten. Tot verrassing van velen, wordt er in TiSA namelijk helemaal geen melding gemaakt van publieke diensten. Dat heeft te maken met de manier waarop deze diensten worden gedefinieerd. In de strikte zin is een publieke dienst, volgens TiSA, volledig in handen van de overheid (dus geen private concurrenten) en heeft geen winstoogmerk.

Kijken we bijvoorbeeld naar de zorg, dan wordt al snel duidelijk dat deze sector volgens TiSA dus geen ‘echte’ publieke dienst is. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Het gevolg is dat delen van deze sectoren wel degelijk onderdeel zijn van het verdrag en dus open worden gesteld voor concurrentie uit het buitenland. TiSA-landen behouden hun recht om onderwijs en dergelijke met publiek geld te financieren, maar de grens tussen publieke en commerciële diensten wordt steeds vager.

Op slechts enkele sectoren na (zoals politie en justitie) zijn er dan geen publieke diensten meer in Nederland. Daarom bestaat er ook in de wereld van de internationale handel interesse in gezondheidsdiensten en onderwijsdiensten.

Wel de lusten niet de lasten

In de onderhandelingen wordt voortdurend gesproken over het disciplineren van overheden, maar niet over het disciplineren van het bedrijfsleven. De volksvertegenwoordiging bindt zich aan allerlei regels, terwijl de bedrijven vrijuit gaan. Er wordt in TiSA namelijk nergens gezegd dat hét doel van het verdrag is om dienstverlening te verbeteren voor klanten, of dat het gaat over de noden van de maatschappij of duurzaamheid. Er is in tegenstelling tot andere verdragen – zoals TTIP – ook geen apart hoofdstuk opgenomen dat gaat over het waarborgen van arbeidsomstandigheden en milieu.

TiSA en de zorg

De zorg wordt, net als het onderwijs, gezien als een publieke dienst. We zouden per slot van rekening recht moeten hebben op goede zorg, ongeacht de dikte van onze portemonnee. Een gezonde bevolking is een publiek belang op zich. Internationale vakbonden pleiten er voor gezondheidszorg in zijn geheel buiten handelsverdragen te houden. Tot nu toe is daar niet naar geluisterd. In TiSA behouden landen het recht om gezondheidszorg met publiek geld te financieren, maar tegelijkertijd worden verschillende onderdelen van de zorg wel degelijk geliberaliseerd.

Het Nederlandse standpunt in de onderhandelingen, is om ook de ambulancezorg, kraamzorg, ziekenhuisdiensten (zoals catering), psychologen, tandartsen en verpleeghuizen aan buitenlandse concurrentie bloot te stellen. Dit heeft te maken met het feit dat die diensten in Nederland al vergaand geprivatiseerd zijn.

Een belangrijke vraag is of het mogelijk blijft om de bestaande liberalisering van de zorg in Nederland terug te draaien. Nederland heeft al tien jaar lang te maken met een falend experiment met marktwerking in de zorg. De zorg zou door meer marktwerking efficiënter, transparanter en goedkoper worden. Geen één van deze beloften is waargemaakt.

De kosten zijn in de afgelopen tien jaar met 45 procent gestegen en de zorguitgaven van een gemiddeld gezin zijn verveelvoudigd. De zorg wordt steeds duurder. Om kosten te besparen wordt er steeds meer bezuinigd op personeelskosten, met negatieve gevolgen voor de kwaliteit van zorg. Het bedrijfsleven, de farmaceutische industrie voorop, verstevigt haar greep op de zorg en is toch echt meer gericht op waar verdiend kan worden dan op waar iets nodig is. Terwijl private zorgverzekeraars miljarden op de bank houden, wordt er door de managers in verpleeghuizen gekibbeld over de vraag of bewoners wel of niet hun eigen brood mogen smeren. Ze zouden er zomaar teveel beleg op kunnen doen.

Kortom, er is alle reden om de marktwerking in de zorg terug te draaien. De vraag is echter of dat kan en mag met TiSA. Er is namelijk de ‘standstill clausule’ die zegt dat landen het bestaande niveau van liberalisering moeten vasthouden en dat ze alleen méér marktwerking mogen invoeren.

Hebben initiatieven om de zorg weer te nationaliseren en een nationaal zorgfonds op te richten nog kans van slagen? Of draait TiSA deze pogingen al bij voorbaat de nek om? Dat is een belangrijke vraag aan de Nederlandse politiek voor de aankomende verkiezingen.

TTIP, CETA én TiSA

De Sociaal Economische Raad heeft criteria opgesteld om TTIP en toekomstige handelsverdragen te toetsen. Als we – met wat we nu weten – TiSA langs deze zeven criteria leggen, dan voldoet TiSA niet aan onderstaande criteria.

  1. Duurzame mondiale welvaart
    Ontwikkelingslanden en opkomende economieën zullen niet kunnen concurreren met de sterke dienstensector in de Europese Unie en de Verenigde Staten, waardoor mondiale ongelijkheid kan toenemen. Op het gebied van milieu wordt het aanpakken van klimaatverandering moeilijker gemaakt.
  2. Fundamentele arbeidsnormen
    TiSA zegt hier vrijwel niets over. Er is, in tegenstelling tot sommige andere handelsverdragen, geen hoofdstuk opgenomen dat gaat over bindende arbeidsnormen.
  3. Werk en inkomen
    Volgens de Europese Unie zal de economie met dank aan TiSA (een beetje) groeien. Maar dat zegt niets over hoe deze groei verdeeld zal worden. Aangezien multinationals door hun omvang het meest van handelsverdragen profiteren, zal het grootste deel van deze groei in de zakken van de bestuurders en aandeelhouders terecht komen. Open markten betekenen daarnaast meer concurrentie en dat zal leiden tot druk op lonen.
  4. Europees beschermingsniveau
    In TiSA worden bedrijven nergens verplicht om te zorgen voor goede, toegankelijke en betaalbare diensten.
  5. Beleidsruimte overheid
    Overheden mogen met de komst van TiSA veel minder eisen stellen aan bedrijven die in een land diensten leveren. De beleidsruimte van overheden wordt daarmee beperkt.
  6. Publieke diensten uitgezonderd
    Dit is afhankelijk van de definitie van een publieke dienst. Volgens de Europese Unie zijn publieke diensten uitgezonderd, maar als een land heeft besloten om bijvoorbeeld de ambulancezorg te privatiseren -terwijl wij dat eigenlijk als een publieke dienst zien- dan is dit niet het geval. De grens tussen publieke en private diensten wordt steeds vager.
  7. Draagvlak en transparantie
    Er is in zakelijke kringen veel enthousiasme voor TiSA, maar omdat de rest van de bevolking nog niet van het verdrag heeft gehoord, kun je moeilijk van draagvlak spreken. Transparantie over de onderhandelingen is er veel te weinig. En het hoofdstuk over ‘Transparantie’ in het verdrag verhult dat het eigenlijk gaat om een recht op lobbyen.

Het goede nieuws is dat er al een tijdlang campagne wordt gevoerd tegen TTIP en CETA. Het verzet tegen TiSA kan daar perfect op aansluiten. De afkortingen zijn weliswaar anders, maar in de kern zijn de verdragen hetzelfde. Ze draaien alle drie om marktwerking, geven het bedrijfsleven meer macht – waardoor vaak rechten van werknemers als eerste in de knel komen – en beperken democratisch gekozen overheden in hun doen en laten. Aangezien er vele lokale groepen actief zijn tegen TTIP en tientallen gemeentes zich al TTIP-vrij hebben verklaard, is het een relatief kleine moeite om ook TiSA-onderdeel te maken van deze campagne.

Kom in actie!

Woon je in een gemeente waar dit nog niet gebeurt, neem dan contact op met de FNV, of een van de vele andere actiegroepen in het land, en vraag ze om advies. Verder kun je natuurlijk deelnemen aan de lokale, landelijke en internationale demonstraties die regelmatig worden georganiseerd. Meer informatie hierover vind je op http://www.stopttip.nl/