De Indiase kledingindustrie is de afgelopen jaren enorm gegroeid. Een bloeiende industrie is echter niet hand in hand gegaan met een verbetering van de arbeidsomstandigheden. Integendeel, de hogere targets leiden tot onbetaald overwerk en intimidatie door supervisors.

Dat is de conclusie van een onderzoek door de Indiase organisatie CIVIDEP, gepubliceerd door Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Het verslag, Richer Bosses, Poorer Workers: Bangalore’s Garment Industry beschrijft hoe textielwerkers –meer dan tweederde vrouwen - moeten worstelen om rond te komen en moeten omgaan met de harde dagelijkse realiteit van gedwongen overwerk, onzekerheid over hun baan en intimidatie op de werkvloer.

De textielindustrie is van groot belang voor de Indiase economie. De sector draagt flink bij aan India’s expertinkomsten. Geschat wordt dat een op de zes huishoudens in het land direct of indirect afhankelijk is van deze sector voor haar levensonderhoud. Retailers wereldwijd worden steeds meer naar India getrokken door de lage productiekosten. Onder hen grote merken zoals Wal-Mart, Tesco, en M&S. Hoewel alle grote merken gedragscodes en controlesystemen hebben ontwikkeld om de naleving arbeidsnormen te waarborgen, is er op de werkvloer weinig veranderd en lijken de werkomstandigheden zelfs te verslechteren door de groeiende vraag.

De studie onderzoekt de arbeidsomstandigheden in fabrieken die produceren voor onder andere Wal-Mart, Tesco en Marks & Spencer. Een paar conclusies:

  • Geen leefbaar loon. Alle geïnterviewde werknemers verklaarden dat het bijna onmogelijk is om rond te komen met het salaris dat zij verdienen. Veel textielwerkers hebben leningen afgesloten om hun inkomen aan te vullen en hebben nu moeite die leningen terug te betalen.
  • Hoge werkdruk door stijging van het aantal orders. Werknemers moeten in een uur meer produceren dan wat redelijkerwijs mogelijk is. En als ze dat niet lukt worden ze uitgescholden door hun supervisors. Uitzondering hierop is de fabriek die voor M&S produceert, waar de werknemers verklaarden zich niet onder druk gezet te voelen.
  • Overwerken is vaak niet vrijwillig; werknemers worden vaak gedwongen langer te werken. Het wettelijk vastgestelde dubbele normale uurloon voor overwerk wordt meestal niet betaald.
  • Werknemers ervaren veel onderzekerheid over hun baan. Werknemers voelen de constante dreiging te worden ontslagen. Kleine fouten, productiedoelen niet halen en te laat komen wordt allemaal aangegrepen om werknemers te ontslaan. Bovendien heeft meer dan de helft van de geïnterviewde werknemers geen contract ondertekend bij indiensttreding.
  • De meeste werknemers zijn niet op de hoogte van gedragscodes. Ze weten dat er controles plaatsvinden, maar ze geven aan dat management hen voorschrijft wat te zeggen tijdens controles.
  • In de meeste fabrieken bestaan geen vakbonden. Het rapporteren van problemen bij het management werkt vrijwel altijd contraproductief voor de werknemer. Als werknemers actief zijn voor een vakbond worden ze vaak lastiggevallen door toezichthouders en managers.


CIVIDEP geeft aan dat alleen gezamenlijke acties kunnen leiden tot verbeteringen van de werkomstandigheden van Indiase textielarbeiders. CIVIDEP adviseert om:

  1. fabrieksmanagement zou vakbonden moeten toestaan in hun fabrieken;
  2. merkbedrijven moeten er op toezien dat hun audits een reëel beeld van de werkelijkheid geven;
  3. consumenten moeten druk uitoefenen op internationale merken om naleving van arbeidsnormen in de gehele keten te verzekeren;
  4. de Indiase arbeidswet moet fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers garanderen.