Door Martje Theuws en Pauline Overeem

Op maandag 4 juli werd het IMVO Convenant Duurzame Kleding en Textiel ondertekend. Het convenant is getekend door 75 kledingbedrijven, vakbonden, NGO’s en de overheid. SOMO was lang betrokken bij de onderhandelingen maar besloot niet te tekenen omdat het convenant onvoldoende garanties biedt dat arbeidsomstandigheden in productielanden daadwerkelijk verbeteren.

gedwongen-kinder-arbeid-in-de-indiase-kledingindustrie-krijgt-wereldwijd-aandachtDe bedrijven die het convenant tekenen, beloven om stapsgewijs hun keten op orde te krijgen door in kaart te brengen waar hun producten vandaan komen (zeker in het geval van stoffen, garens en fournituren weten bedrijven dit vaak niet eens) en welke misstanden of risico’s op misstanden er bestaan. Vervolgens wordt er van de ondertekenaars verwacht dat zij bij geconstateerde misstanden en risico’s daarop een verbeterplan opstellen en uitvoeren. Bedrijven moeten jaarlijks een verbeterplan aanleveren; het eerste plan wordt pas een jaar na ondertekening verwacht.

publication cover - Fatal Fashion

Fatal Fashion

Analysis of recent factory fires in Pakistan and Bangladesh: a call to protect and respect garment workers’ lives

Tot december 2015 was SOMO bij de convenantsonderhandelingen betrokken, en heeft ideeën en tekstuele voorstellen aangedragen om het convenant te verbeteren; specifiek voor de ‘Handleiding Due Diligence’. Omdat lokale partijen een té beperkte rol kregen in het convenant is SOMO eind vorig jaar afgehaakt.

Het doel van het convenant is om misstanden – levensgevaarlijke werkomstandigheden, kinderarbeid, moderne slavernij enzovoorts – aan te pakken en te voorkomen. Dat is broodnodig omdat dit soort erbarmelijke omstandigheden in de kledingketen aan de orde van de dag zijn

publication cover - Flawed fabrics

Flawed fabrics

Misbruik van jonge vrouwelijke werknemers in de zuid-Indiase textielindustrie

(Zie ook onze rapporten van de afgelopen jaren o.a. over moderne slavernij in India en Brazilië en onveilige omstandigheden in Bangladesh en Pakistan).

Dat Minister Ploumen zich hard heeft gemaakt om met bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties schendingen in de textiel- en kledingindustrie tot afspraken te komen is prijzenswaardig en een stap vooruit. Mooi is dat het convenant gaat over problemen op het gebied van arbeid, mensenrechten en milieu door de hele productieketen heen. Ook is het positief dat inmiddels 75 bedrijven de intentie hebben uitgesproken om mee te doen.

Helaas is geen garantie dat de bedrijven die het convenant hebben ondertekend arbeids- en mensenrechten respecteren in hun productieketens. Er is namelijk geen sprake van onafhankelijke controle op wat er werkelijk door bedrijven gedaan wordt. We vinden dat lokale vakbonden en arbeidsrechtenorganisaties hier een rol in moeten krijgen. Dit hebben we steeds ingebracht.

Het nog op te tuigen secretariaat van het convenant moet de plannen en de rapportages van de aangesloten bedrijven straks controleren, maar alleen ‘steekproefsgewijs’, en vanuit Nederland. Of de inspanningen daadwerkelijk tot verbeteringen leiden in de fabrieken, spinnerijen en op de katoenvelden is zo onmogelijk te controleren. Ook hier moeten lokale vakbonden en NGO’s een duidelijke rol in krijgen.

SOMO waardeert de inspanningen van de Nederlandse overheid om een bijdrage te leveren aan verbetering van arbeidsomstandigheden in de wereldwijde kledingindustrie. Ook zijn we positief over het aantal bedrijven dat zich nu gecommitteerd heeft aan het convenant. We waarschuwen echter dat er niet te vroeg gejuicht moet worden. Het kan niet zo zijn dat bedrijven die alleen nog maar een handtekening hebben gezet onder dit kersverse convenant al het predicaat ‘duurzaam’, ‘schoon’ en ‘eerlijk’ krijgen toebedeeld.

We zullen daarom de uitvoering van het convenant kritisch blijven volgen.