De controleurs die Indiase naaiateliers bezoeken, treffen zelden iets aan. En ze vragen ook niet door.

De bedrijfscontroles die moeten voorkomen dat werknemers in de internationale textielindustrie worden uitgebuit, stellen meestal weinig voor. Inspecteurs laten zich eenvoudig bedotten, blijkt uit onderzoek van de actiegroep Schone Kleren Campagne.

Wat is er aan de hand?
De arbeidsomstandigheden in de internationale textielindustrie laten nog altijd veel te wensen over. Hoewel vrijwel alle westerse kledingbedrijven tegenwoordig zeggen dat ze louter werken met leveranciers die hun personeel humaan behandelen, is de praktijk weerbarstiger.
Dit bleek onder meer uit het bezoek dat de Volkskrant vorige week aan een Indiase kledingfabriek bracht. Deze leverancier van onder andere H&M en C&A betaalt een deel van het salaris van zijn arbeidsters pas na drie jaar uit. De vrouwen mogen het fabrieksterrein bijna nooit verlaten en geen lid worden van een vakbond.
Desondanks beschikt KPR Mill, het Indiase bedrijf in kwestie, over het SA8000- certificaat. Dat is een internationaal keurmerk dat zou moeten waarborgen dat in het gecertificeerde bedrijf fatsoenlijke arbeidsomstandigheden heersen. Kennelijk is het SA8000-keurmerk daarvoor geen harde garantie.
Hoe dat kan, staat in het rapport Looking for a quick fix van de Clean Clothes Campaign (CCC), een internationale actiebeweging van vakbonden en ngo's die strijdt voor de rechten van werknemers in de kledingindustrie. Het rapport uit 2005 is gebaseerd op onderzoek in acht belangrijke textielproducerende landen, waaronder China, India en Bangladesh. Conclusie: de meeste controles zijn zo lek als een mandje. De inspecteurs die de omstandigheden in de textielfabrieken moeten checken, zijn meestal slecht opgeleid en niet onafhankelijk. Ze doen hun werk niet goed.

Wat is er mis met het controlesysteem?
Bedrijfsbezoeken worden vrijwel altijd van tevoren aangekondigd. De bureaus die de inspecties uitvoeren, zeggen dat dit nodig is om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijke managers aanwezig zijn en alle benodigde documenten klaar liggen. Maar aangekondigde controles nodigen uit tot fraude. Werknemers krijgen bijvoorbeeld de opdracht op de inspectiedag schone kleren aan te doen en vooraf de fabriek grondig te poetsen. Normaal afgesloten nooduitgangen en verbandkisten worden voor de gelegenheid opengemaakt. En het belangrijkste: het personeel krijgt instructie in het geven van de 'juiste' antwoorden over de werkomstandigheden. 'Als de vloer netjes wordt geveegd, overal ineens prullenbakken staan en we allemaal vingerhoedjes krijgen uitgereikt, is dat het teken dat de inspectie langskomt', citeert het CCC-rapport een textielarbeidster uit Noord-India. Wat ook voorkomt, is dat een onderneming een 'showroom'-fabriek heeft, waar alles in orde is, terwijl het grootste deel van de productie is uitbesteed aan onderaannemers bij wie het er een stuk minder florissant aan toe gaat.

Letten die inspecteurs dan niet op?
De inspecteurs doen doorgaans weinig moeite onder de oppervlakte te kijken, stelt het rapport. De controles zijn voornamelijk optisch: zijn er voldoende toiletten, nooduitgangen en brandblussers en oogt de boel hygiënisch? Op die punten leiden de bedrijfsbezoeken wel tot verbeteringen, blijkt uit de getuigenissen van arbeidsters. De inspecteurs vragen echter zelden naar salaris, gedwongen overwerk, discriminatie en seksuele intimidatie. Vaker wel dan niet worden de arbeidsters in tegenwoordigheid van hun baas ondervraagd, wat zo goed als garandeert dat ze zwijgen over eventuele misstanden.

Wat moet er veranderen?
Dat de inspecties zo veel te wensen overlaten, komt volgens de onderzoekers doordat veruit de meeste inspecties door commerciële bedrijven worden uitgevoerd. De inspecteurs worden betaald door de fabriek die ze moeten controleren of door diens westerse opdrachtgever. Die hebben beide belang bij een positief inspectieresultaat. In dit opzicht lijken arbeidsinspecties in de textielindustrie erg op de accountancy. Ook accountants bijten niet graag in de hand die hen voedt, constateerde de Autoriteit Financiële Markten afgelopen week.
Vijf jaar na de publicatie van het onderzoeksrapport is er weinig verbeterd, meldt een woordvoerster van Schone Kleren Campagne, zoals CCC in Nederland heet.

Dan maar dure merkkleding kopen?
Nee, duur is niet per definitie beter. Ook veel dure merkkleding wordt in Aziatische sweatshops gemaakt.

Bron: de Volkskrant