Deze zomer werd twee van onze onderzoekers de toegang tot Israël geweigerd, op grond van vermeende steun aan de Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) beweging. Naar aanleiding hiervan heeft SP-kamerlid Sadet Karabulut Kamervragen gesteld. Op 3 september j.l. heeft Minister Blok deze vragen beantwoord. De antwoorden geven SOMO aanleiding om het kabinet op te roepen op te komen voor haar onderzoek naar de bezettingseconomie.

Onvoldoende opheldering over de grond en aard van de weigering

De Nederlandse regering neemt duidelijk stelling vóór de vrijheid van meningsuiting en vergadering, en benadrukt de noodzaak van naleving van internationale regelgeving omtrent consulaire bijstand aan Nederlanders in den vreemde. Deze boodschap is ook aan de Israëlische autoriteiten overgebracht in een gesprek met de Israëlische ambassadeur in Nederland, aldus Minister Blok.

Echter, het is nog niet opgehelderd of SOMO-onderzoekers De Leeuw en Overeem op persoonlijke titel de toegang tot Israël is ontzegd, of dat de grond voor weigeringMinister Blok noemt de reden voor weigering van toegang tot Israël van de onderzoekers, hun persoonlijke positieve uitlatingen over de internationale oproep tot Boycot, Desinvesteringen & Sancties (BDS) jegens Israël. Het is niet duidelijk waar de minister dit op baseert. De twee SOMO onderzoekers in kwestie zijn geen lid van of actief in de BDS-beweging. De Israëlische autoriteiten hebben hier dan ook geen ‘bewijs’ voor geleverd. In het geval van Overeem is deze vermeende weigergrond überhaupt niet eens ter sprake gekomen. ook samenhangt met onderzoek en publicaties van SOMO. Ook over de aard van de weigering (een eenmalig of een langduriger inreisverbod) bestaat nog onduidelijkheid. Dit is uitermate problematisch.

Kabinet moet voor SOMO-onderzoek in de bres springen

Deze onduidelijkheid onderwerpt SOMO’s onderzoek naar de Israëlische bezettingseconomie en de gerelateerde handelsstromen naar Europa en Nederland aan onzekerheden. Dat raakt ook de belangen van het kabinet, aangezien het Ministerie van Buitenlandse Zaken een belangrijke financier is van SOMO en andere organisaties die onderzoek doen naar de Israëlische bezettingseconomie.

De situatie waar SOMO nu in verzeild is geraakt past in de algemene trend van isolering en criminalisering van Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties en hun internationale partners door Israëlische autoriteiten. Daartegen moet het kabinet duidelijk stelling nemen. Het kan niet volstaan met de vaststelling dat Israël over zijn eigen toelatingsbeleid gaat. Te meer, omdat het hier ook gaat om de toegang van SOMO tot bezet Palestijns gebied.

BDS als container begrip

De Entry into Israel-wet op basis waar van De Leeuw en Overeem toegang tot Israël werd ontzegd is vorig jaar aangescherpt om organisaties en mensen die door Israël geassocieerd worden met BDS-activiteiten buiten de deur te houden. Daarbij maakt Israël geen onderscheid tussen activiteiten die betrekking hebben op de bezetting en acties voor een algehele boycot van Israël.

De wettelijke bepaling wordt nu al heel ruim ingezet. Dit jaar werd buiten de SOMO-onderzoekers verscheidene mensen uit andere landen de toegang tot Israël geweigerd. Er is dan ook gegronde vrees dat ook andere Nederlandse maatschappelijke organisaties met (ontwikkelings-)projecten in de bezette Palestijnse gebieden in hun werk belemmerd zullen worden.

Actieve opstelling van Nederlandse regering is hard nodig

SOMO mist in de antwoorden van Minister Blok een onderkenning van deze zorgwekkende toespitsing. Het is nog niet duidelijk in hoeverre Nederland zich hard zal maken voor de onbelemmerde voortzetting van ons werk, inclusief onderzoek ter plaatse. Daar gaat de Minister in zijn beantwoording niet op in. Wel benadrukt hij expliciet dat Nederland streeft “naar versterking van de economische relaties met Israël binnen de grenzen van 1967.”

In algemene zin moet Nederland een actievere rol spelen (op Nederlands en Europees niveau) bij het kritisch aankaarten van de krimpende ruimte van maatschappelijke organisaties die opkomen voor de rechten van de Palestijnse bevolking.