Thriving Israeli farms and moshavs clusterred upon the Jordan Valley High Way (west bank)....Tomer Moshav ,  Petza’el ,  Omer, Nymphae, and Gilgal.

Vorige week verklaarde het Israëlische Ministerie van Defensie zes Palestijnse maatschappelijke organisaties in de bezette Palestijnse gebieden (OPT) tot ‘terroristische organisaties’. Een van de organisaties die door dit besluit is getroffen is SOMO’s langdurige partner Al-Haq, een onafhankelijke Palestijnse mensenrechtenorganisatie gevestigd in Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever.

SOMO is verontwaardigd over deze ongegronde en repressieve stap van Israël.

“Wij hebben enorm veel respect voor Al-Haq en het waardevolle werk dat de organisatie doet in de OPT, door multinationale bedrijven te helpen ter verantwoording te roepen. We zijn solidair met onze collega’s van Al-Haq en zijn vastbesloten om met hen te blijven samenwerken in het licht van deze schaamteloze poging om legitieme kritiek en mensenrechtenactivisme het zwijgen op te leggen,” verklaart Lydia de Leeuw van SOMO.

SOMO en Al-Haq hebben sinds 2015 een partnerschap, waarbij we gezamenlijk schendingen van de mensenrechten van bedrijven aanpakken door veldonderzoek in combinatie met juridisch onderzoek, pleitbezorging en ondersteuning aan slachtoffers. Al-Haq en SOMO maken deel uit van het Mind the Gap-consortium, een project dat wordt gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Via dit project hebben wij en andere partners een innovatief raamwerk opgezet dat de strategieën analyseert die bedrijven gebruiken om hun verantwoordelijkheid te ontlopen voor schadelijke effecten op mensen en gemeenschappen over de hele wereld. Gezamenlijk onderzoek door SOMO en Al-Haq in het kader van het Mind the Gap-project toont aan hoe de Duitse multinational HeidelbergCement medeplichtig is aan de plundering van natuurlijke hulpbronnen uit de bezette Palestijnse gebieden, waardoor de mensenrechten van Palestijnen worden geschonden.

De stap om Al-Haq en de vijf andere Palestijnse maatschappelijke organisaties te delegitimeren en te criminaliseren, maakt deel uit van een bredere en systematische aanval van de Israëlische autoriteiten op het maatschappelijk middenveld en een patroon van inperking van de maatschappelijke ruimte in de OPT en Israël. In 2017 was Al-Haq het onderwerp van een geraffineerde lastercampagne, gericht tegen zowel haar personeel als de organisatie als geheel. Sinds 2018 hebben de Israëlische autoriteiten een willekeurig reisverbod ingesteld voor SOMO-onderzoekers, waardoor zij geen toegang meer hebben tot de OPT, wat een ernstige impact heeft op de partnerschapsactiviteiten met Al-Haq. De nieuwe beslissing betekent een escalatie van de aanval op de maatschappelijke ruimte binnen de OPT. Het machtigt de Israëlische autoriteiten om de kantoren van de beoogde organisaties te sluiten, hun activa in beslag te nemen en financiering te verbieden, en staat de autoriteiten bovendien toe hun personeelsleden te arresteren en gevangen te zetten.

Naast al-Haq is het besluit van het Israëlische ministerie van Defensie gericht tegen Addameer, Defense for Children Palestine, de Union of Agricultural Work Committees, Bisan Center for Research and Development, en de Union of Palestinian Women Committees. Mensenrechtenorganisaties over de hele wereld, waaronder Human Rights Watch en Amnesty International, hebben zich uitgesproken tegen deze aanval op verdedigers van de Palestijnse mensenrechten.

SOMO roept de Nederlandse regering, de Europese Unie en de bredere internationale gemeenschap op om een duidelijk en publiek standpunt in te nemen dat Israëls repressieve besluit veroordeelt, en om hun diplomatieke invloed aan te wenden voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers in de OPT en Israël.

In het bijzonder roepen wij de Nederlandse regering en andere derde staten op om:

  • dit besluit van Israël publiekelijk te veroordelen en het te betitelen als een onrechtvaardige en repressieve actie die erop gericht is critici het zwijgen op te leggen;
  • Israël op te roepen het besluit met onmiddellijke ingang in te trekken;
  • Palestijnse NGO’s te blijven steunen en krachtig met de Israëlische autoriteiten in gesprek te gaan om ervoor te zorgen dat de financiering kan worden voortgezet;
  • openlijk steun te betuigen aan het mensenrechtenwerk dat door de zes getroffen NGO’s wordt verricht;
  • prioriteit te geven aan de bescherming van de maaatschappelijke ruimte in het beleid ten opzichte van Israël/Palestina.

SOMO deelde haar zorgen ook in een brief aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, die hieronder kan worden gedownload (Engels). Daarnaast heeft een coalitie van Nederlandse NGO’s waaronder SOMO een brief gestuurd naar het ministerie en de Tweede Kamer en publiceerde NRC Handelsblad op 24 november 2021 een ingezonden brief van SOMO, Amnesty International NL, PAX en The Rights Forum. De volledige brieven zijn hieronder te lezen.