Termijnmarkten, index-fondsen en handel in derivaten hebben de laatste jaren steeds meer grip gekregen op de prijsvorming van agrarische producten. Volgens Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) is de invloed gegroeid, omdat er nu meer geld in omgaat maar ook omdat steeds meer handelaren de markt eigenlijk minder goed begrijpen.

De IMF-index voor internationaal verhandelbare agrarische grondstoffen is tussen januari 2002 en juni 2008 met 130 procent gestegen. Tussen januari 2007 en juni 2008 steeg de index 56 procent. Het aantal verhandelde opties en contracten of futures was inmiddels vervijfvoudigd tot een volume dat voor toezichthouders moeilijk te behappen bleek.

De Europese commissaris voor de interne markt, de Fransman Michel Barnier, bekritiseerde de speculanten begin 2010. ”Het is een schandaal dat terwijl een miljard mensen honger lijdt, wordt gespeculeerd met basisvoedsel.” De financiële crisis maakte een einde aan de scherpe prijsstijging maar volgens onder meer de Rabobank keren ze langzaam weer terug.

Volgens Somo is niets mis met speculatie in algemene zin. Het verkleint juist risico’s. Boeren zijn gebaat bij termijncontracten omdat ze zich zo kunnen indekken tegen snelle prijsdalingen. Afnemers dekken zich in tegen snelle prijsstijging. Daar komt bij dat speculatie op markten informatie verschaft over hoe wordt gedacht over een probleem, bijvoorbeeld een mislukte oogst in Australië of de daling van de waarde van de dollar, waarin graan op de wereldmarkt wordt berekend. Het werkelijke probleem ligt volgens Somo in de veranderde aard van veel speculanten. Vroeger waren speculanten op agrarische markten goed ingevoerd in de materie. Ze handelden met in het achterhoofd de normale dynamiek van de landbouw en hadden een beperkt aantal uitstaande posities.

Niet-traditionele beleggers hebben de handel in agrarische grondstoffen echter ontdekt. Banken die normaliter weinig deden met de landbouw, zoals ABN Amro of ING, brachten plotseling financiële producten op de markt waarmee beleggers kunnen verdienen aan waardestijging of -daling van agrarische grondstoffen.
De beleggers die voor dit soort producten kiezen, zijn minder trouw aan de markt en verplaatsen zich relatief makkelijk van de handel in aandelen of olie naar agrarische grondstoffen en andersom. Ook reageren ze soms niet op de gebruikelijke landbouwfactoren zoals oogstramingen, maar meer op macro economische factoren.

Somo stelt dan ook voor een systeem te ontwikkelen waarmee niet-traditionele beleggers kunnen worden geïdentificeerd. Vervolgens zou een maximum kunnen worden gesteld aan het aantal termijncontracten dat ze tegelijk mogen hebben uitstaan. Zo kan worden voorkomen dat een enkele koopkrachtige speculant onevenredig veel invloed uitoefent op de markt.

De agrarische sector heeft speculatiemogelijkheden nodig, aldus de stichting Somo, maar de macht van niet-traditionele beleggers in agrarische grondstoffen zou wel moeten worden beperkt.


Bron: Agrarisch Dagblad