Olieconcern Shell is op de Filippijnen schuldig aan schending van de richtlijnen voor multinationals van de OECD, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Een bemiddelingspoging van het NCP in het conflict mislukte omdat Shell op geen enkele wijze mee wilde werken. Volgens Milieudefensie, dat de klacht in 2006 samen met omwonenden indiende, blijkt wederom dat de vrijwillige OECD-richtlijnen niet effectief zijn voor het oplossen van conflicten tussen lokale bewoners en grote internationale bedrijven.

"Shell was niet bereid te onderhandelen over de verplaatsing van het oliedepot, zodra dit niet langer volgens een lokale verordening verplicht was. Het Nederlandse contactpunt (NCP) kon hierdoor het bedrijf niet dwingen naar de onderhandelingstafel te komen. Er moet een einde komen aan de vrijblijvendheid van de naleving van de OESO Richtlijnen", aldus SOMO-onderzoeker Joseph Wilde-Ramsing, die een adviserende rol in de zaak speelde.

Veiligheidsrisico's
Shell Filippijnen beheert, met twee andere oliemaatschappijen, een olieopslagdepot in de dichtbevolkte wijk Pandacan in Manilla. Volgens omwonenden en lokale politici is het depot een bron van milieuvervuiling en veroorzaakt de uitstoot ervan gezondheidsproblemen. Ook zijn er grote veiligheidsrisico's, het depot heeft bijvoorbeeld geen ontruimingsplan in geval van ongelukken. Zij dienden daarom in 2006 samen met Milieudefensie een klacht in bij de Nederlandse regering. De verwijten aan Shell zijn: ongepaste inmenging in de binnenlandse politiek, ontoereikende communicatie met de lokale gemeenschap en het overschrijden van gezondheids- en veiligheidsnormen.

Nu, na drie jaar, geeft het NCP de klagers gelijk wat betreft de tekort schietende communicatie. Het NCP kon niet vaststellen of Shell zich voor 2006 aan de milieu en veilig­heidsregels heeft gehouden, maar sprak haar bezorgdheid uit over het feit dat Shell pas na druk door lokale autoriteiten verbeteringen invoerde. Ook stelde het NCP dat 'de aanwezigheid van een oliedepot zoals in Pandacan, met bijbehorende hoeveelheid verkeer en onder dezelfde omstandigheden, in een land als Nederland onbestaanbaar zou zijn'.

Inmenging in lokale politiek acht het NCP niet bewezen, ongeacht het feit dat lokale politici gezworen statements hebben afgelegd waarin zij claimen dat dit wel zo is. Bovendien geeft het NCP wel aan 'dat het zich niet aan de indruk kan onttrekken dat Shell een tweede agenda heeft als het gaat om contacten met lokale politici'.

Machteloos
Tijdens de procedure, die in totaal drie jaar duurde, bleek het NCP machteloos. Het kon Shell bijvoorbeeld niet dwingen om cruciale informatie te delen. Paul de Clerck van Friends of the Earth International en Milieudefensie zegt daarover: ”Deze zaak laat zien dat vrijwillige regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals de OECD-richtlijnen, niet werken om conflicten tussen lokale bewoners en multinationals op te lossen. Shell kon overal mee wegkomen. We hebben internationale bindende regels nodig voor bedrijven, om te zorgen dat zij verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun activiteiten wereldwijd.”

Vladimir Cabigao van Social Justice Society in Manilla voegt toe: 'Shell heeft geen enkel respect voor haar eigen buren en voor het NCP, ze lagen continu dwars. Shell bleef gedurende het proces lobbyen om met het depot in Pandacan te mogen blijven.”

Er lopen in de Filipijnen verschillende juridische procedures tegen Shell en het depot in de wijk Pandacan. De Fillippijnse organisaties en omwonenden blijven zich inzetten voor verplaatsing van het depot, en Friends of the Earth en Milieudefensie blijven daarbij ondersteuning bieden.

SOMO en OECD Watch hadden een adviserende rol in de gehele procedure.

Meer informatie over de case: Fenceline Community and FoE NL vs. Royal Dutch Shell