Met de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon hebben de lidstaten bevoegdheden ten aanzien van buitenlandse investeringen overgedragen aan de Europese Unie. Deze ontwikkeling biedt mogelijkheden om de bestaande praktijken, waarin investeerders vergaande rechten en geen plichten hebben, aan te passen. Bij conflicten over sociale of milieuregelgeving in bijvoorbeeld ontwikkelingslanden beschermen bilaterale investeringsverdragen (BITs) buitenlandse bedrijven en kennen hen het recht toe om landen aan te klagen. Een nieuw Europees investeringsbeleid dient op een andere leest te worden geschoeid, stelt SOMO-onderzoeker Roos van Os.

“Onderzoek van SOMO naar buitenlandse investeringen heeft zich altijd gericht op de gevolgen voor duurzame ontwikkeling en mensenrechten in zuidelijke landen’, licht Roos van Os toe. “In de investeringsverdragen van de meeste EU-lidstaten is hiervoor weinig tot geen aandacht. Terwijl Nederland hoog opgeeft over de internationale voortrekkersrol van Nederlandse bedrijven wat betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen, is ze vooral erin geïnteresseerd een aantrekkelijk vestigingsland voor buitenlandse investeerders te blijven.”

Omzeilen

Bilaterale investeringsverdragen (BIT’s) tussen landen geven bedrijven het recht om sociale, economische en milieuregels van overheden aan te klagen als deze de winstverwachtingen van hun investeringen zouden kunnen schaden. Bedrijven kunnen daarbij de nationale rechtsgang omzeilen en gastlanden direct voor internationale arbitragetribunalen dagen. (1)

Van Os: “EU-lidstaten hebben de afgelopen decennia zo’n 1200 BIT’s afgesloten. De Europese investeringsverdragen gaan veel verder dan die van bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Canada die zelf ervaring hebben met aanklachten van buitenlandse investeerders. Rechten van investeerders zijn als gevolg daarvan ingeperkt. We moeten af van de Europese verouderde modellen, die nog uitgaan van een naoorlogse wereldorde.”

Seattle to Brussels Network

SOMO en de Nederlandse NGO’s Both Ends en TNI maken deel uit van het Europese Seattle to Brussels Network (S2B). Van Os: “Samen met andere S2B leden voeren we sinds 2009 een lobby voor een evenwichtiger Europees investeringsbeleid. In Nederland voorziet SOMO binnen de Nederlandse Coalitie voor Eerlijke Handel ook de Nederlandse politici en beleidsmakers van relevante informatie over noodzakelijke veranderingen in het investeringsbeleid.”

De leden van S2B zijn van plan in november een bijeenkomst te organiseren waarbij organisaties vanuit alle continenten samen nadenken over alternatieven voor en verzet tegen het huidige investeringsregime. “Overheden van zuidelijke landen zullen investeringsverdragen moeten aanvechten of opzeggen zoals Bolivia indertijd heeft gedaan met Nederland. SOMO werkt zelf ook samen met zuidelijke organisaties rondom investeringen door onder meer trainingen te organiseren met partners in Indonesië (Institute for Global Justice) en westelijk Afrika (GRAPAD).”

Contrast

“Als je het hebt over verantwoord ondernemen van bedrijven,” vervolgt Van Os, “worden er, weliswaar kleine, maar positieve stappen gezet door de hernieuwde OESO-richtlijnen voor multinationals en de zogenaamde Ruggie principes ten aanzien van bedrijven en mensenrechten, die de Verenigde Naties hebben aanvaard. Maar het contrast tussen de vrijblijvende en vage principes en richtlijnen voor bedrijven en de goed omschreven rechten die vastliggen in internationale investeringsverdragen is groot!”

Het is volgens Van Os hoopgevend dat het Europese Parlement (EP) in een resolutie probeert meer evenwicht te brengen door een verwijzing naar de OESO richtlijnen en belangrijke arbeidsrechten. Ook wil het EP dat de Commissie onderzoek doet naar de zogenaamde ‘brede definities’ van de investeerder in BITs van lidstaten. Van Os: “Wij hebben het voor Nederland alvast maar gedaan.”

De publicatie over Nederlandse investeringsverdragen verschijnt eind oktober.

(1) Het bedrijf Bechtel Corp probeerde op grond van het investeringsverdrag van Bolivia en Nederland een schadevergoeding af te dwingen toen de privatisering van het water onder enorme volksprotesten werd teruggedraaid. Uiteindelijk trok Bechtel in 2006 na jarenlange protesten tegen het bedrijf de eis tot een schadevergoeding van 25 miljoen dollar in.

Links: