“De financiële sector moet weer dienstbaar worden aan de publieke zaak. Regulering van financiële diensten dient te gebeuren in samenhang met de hervorming van handelsverdragen. De VN-organisatie voor handel en ontwikkeling UNCTAD is de aangewezen instantie om hierop toe te zien in het belang van ontwikkelingslanden.” Met woorden van deze strekking, die de UNCTAD een hart onder riem moeten steken, spreekt senior-onderzoeker Myriam Vander Stichele donderdag in Doha, Qatar, het Global Services Forum van de dertiende UNCTAD-conferentie toe.

Vander Stichele spreekt op uitnodiging van de UNCTAD, omdat de VN-organisatie ook het perspectief van “het publieke belang” vertegenwoordigd wil hebben. “Het mandaat van de UNCTAD staat weer ter discussie. Ze staat bekend als relatief progressief VN-orgaan. Maar de invloed van de UNCTAD is gaandeweg uitgehold. Sinds 1992 is de UNCTAD geen onderhandelingsforum meer. Terwijl de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het IMF waar rijke industrielanden het voor het zeggen hebben, prominenter worden, zien ontwikkelingslanden de invloed van de UNCTAD afbrokkelen.”

Vander Stichele verwijst ook naar een recent verschenen brandbrief van voormalige hoge UNCTAD-ambtenaren, waarin de kracht van de analyse van de VN-organisatie wordt samengevat “als een andere kijk dan die van de door het westen gecontroleerde IMF en Wereldbank”. Ze verwijten de OESO-landen UNCTAD de mond te snoeren. “Als zij die trots zijn voor UNCTAD gewerkt te hebben, nu niet opstaan, wie dan wel?” De brief is mede ondertekend door Jan Pronk, voormalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

Financiële sector domineert regelgeving
“De laatste jaren proberen de rijke economische landen alle regelgeving voor de financiële sector weg te halen bij VN-instanties”, verduidelijkt Vander Stichele. “In de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en G20 kunnen die landen hun economische belangen voorop stellen.” Goed bestuur in de financiële sector gaat onder meer over transparante regels, toezicht en accountability. “De regelgeving daarover wordt gedomineerd door de financiële sector zelf. Zelfs toezichthouders verdedigen het belang van de banken. Internationale financiële hervormingen zijn bovendien niet bindend.”

Integrale hervorming handelsverdragen nodig
Vander Stichele volgt de Europese financiële regelgeving, die voedselspeculatie moet verminderen, actief en kritisch. Excessieve speculatie en volatiele voedselprijzen kunnen de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden bedreigen. Maar de regulering binnen de Europese Unie is strijdig met allerlei vrijhandelsakkoorden (FTAs), zoals afspraken over markttoegang. Vander Stichele: ““De handelsverdragen zijn niet meer van deze tijd. Als financiële diensten ontwikkeling moeten bevorderen, is een integrale hervorming van de financiële, handels- en investeringsverdragen noodzakelijk. Zo zullen bijvoorbeeld regeringen in ontwikkelingslanden speelruimte moeten krijgen om financiële regelgeving door te voeren. Banken moeten hun financiële diensten uitbreiden naar arme klanten en kleine zelfstandigen. En als de crisis van 2008 iets geleerd heeft; er moeten duidelijke regels en toezicht komen voor elke financiële dienst die wordt verhandeld en elke investeerder die aan de grens staat.”

Ook de nieuwe toezichtregels in de EU gaan volgens Vander Stichele in dit opzicht nog niet ver genoeg. Zo staan deze bijvoorbeeld nog niet toe een toezichthouder van een ontwikkelingsland automatisch toegang krijgt tot een vergadering van toezichthouders van een Europese bank die in dat ontwikkelingsland actief is.