De organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft woensdag 25 mei op haar vijftigste verjaardag de nieuwe teksten van de OESO-richtlijnen voor multinationals aangenomen. Hoewel de nieuwe tekst waardevolle verbeteringen telt, zijn de regeringen van de 42 OESO-lidstaten het niet eens geworden over maatregelen om naleving af te dwingen. Of de OESO-richtlijnen daarmee een effectief instrument zijn, is maar de vraag. Dat stelt OECD Watch in de verklaring ‘Statement on the update of the OECD Guidelines for MNEs’, die eveneens woensdag is uitgebracht.

“Op het gebied van mensenrechten, ‘due diligence’ en ketenverantwoordelijkheid is in de herziene tekst wel degelijk vooruitgang geboekt”, beklemtoont Joris Oldenziel, coördinator van OECD Watch, een internationaal netwerk van meer dan 80 maatschappelijke organisaties. “Deze verbeteringen vergroten het bereik en het belang van de richtlijnen. Maar zonder duidelijke procedures ten aanzien van de toepassing, is het nog de vraag of deze herziene richtlijnen werkelijk een verschil maken in het dagelijkse leven van slachtoffers van rechtenschendingen door bedrijven.”

Ketenverantwoordelijkheid

Een belangrijke verbetering is dat de OESO-richtlijnen niet langer alleen betrekking hebben op de eigen activiteiten van een multinationale onderneming, maar ook op hun leveranciers en alle bedrijven met wie zij zaken doen. “Nu delen van de productie steeds vaker worden uitbesteed in ontwikkelingslanden, hebben multinationals een verantwoordelijkheid die verder reikt dan de muren van hun fabrieken”, stelt Victor Ricco van de Argentijnse ngo CEDHA. “Ze kunnen hun ogen niet langer sluiten voor onverantwoordelijk gedrag van hun leveranciers of andere handelspartners.”

OECD Watch juicht het toe dat ook het principe van due diligence in de herziene tekst is opgenomen. Bedrijven moeten op transparante en zorgvuldige wijze in kaart brengen wat de mogelijke negatieve gevolgen van hun activiteiten op individuen, gemeenschappen en milieu.

Handhaving schiet tekort

Volgens OECD Watch is het teleurstellend dat toepassing van de Richtlijnen niet strenger is gereglementeerd. Zonder sancties of andere gevolgen voor schending van de richtlijnen, worden bedrijven niet gestimuleerd aan de gedragscode te voldoen. Bedrijven in overtreding kunnen hun onverantwoordelijke gedrag ongestraft voortzetten.

De Nationale Contact Punten (NCP’s), per land verantwoordelijk voor de behandeling van klachten over schendingen van de Richtlijnen, zijn volgens de herziene tekst niet verplicht vast te stellen of een bedrijf de gedragscode heeft overtreden. De geactualiseerde richtlijnen garanderen niet dat regeringen deze consistent zullen toepassen. De uitvoering en handhaving hangt af van de integriteit en toewijding van individuele NCP’s. Serena Lillywhite van Oxfam Australia: “OECD Watch roept lidstaten op aan te tonen dat zij vastbesloten zijn om geschillen op te lossen en compensatie te bieden aan diegenen die slachtoffer zijn geworden van wangedrag van bedrijven.”

OECD Watch zal blijven pleiten voor instrumenten die een effectieve toepassing van de richtlijnen bevorderen. In juni 2011 keurt de VN-Mensenrechtenraad in Genève naar verwachting nieuwe gedragsrichtlijnen voor bedrijven ten aanzien van mensenrechten goed. Volgens OECD Watch moet een van de taken van de Mensenrechtenraad zijn de effectiviteit van de OESO-klachtenprocedures tegen het licht houden.