Nederland doet er beter aan geen belastingverdragen te sluiten met ontwikkelingslanden, tenzij deze gericht zijn op ondersteuning van ontwikkeling. Dat is één van de aanbevelingen van Tax Justice Nederland (TJ-NL) aan de Tweede Kamer. Deze debatteert op 28 april over de beleidsnotitie Fiscaal verdragsbeleid. Zolang buitenlandse ondernemingen Nederland blijven gebruiken om belastingen in ontwikkelingslanden te ontwijken, worden deze landen daar niet beter van. De alliantie TJ-NL, waarvan SOMO deel uitmaakt, en Fair Politics praatten eind maart Tweede Kamerleden bij in een expertmeeting over Fair Taxes.

Nederland heeft een aantrekkelijk vestigingsklimaat, ook voor bedrijven met een beperkte aanwezigheid in het land. Zo aantrekkelijk zelfs dat Nederland belastingontwijking mogelijk maakt en kan worden gezien als een intermediair belastingparadijs voor buitenlandse ondernemingen. Buitenlandse ondernemingen in bijvoorbeeld ontwikkelingslanden ontlopen hogere belastingen door hun hoofdkantoor op papier in Nederland te vestigen. In belastingverdragen met ontwikkelingslanden wil Nederland lagere bronheffingen vastleggen op vanuit ontwikkelingslanden betaalde royalty’s. Via Nederland sluizen multinationals zo hun winsten door naar echte belastingparadijzen, zoals de Britse Maagdeneilanden.

Inkomsten mislopen

Als gevolg van die verdragen lopen ontwikkelingslanden, waar belastingsystemen minder effectief functioneren, belangrijke inkomsten mis. In een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht als reactie op de beleidsnotitie, geeft Prof. Dr. Geerten Michielse, hoogleraar belastingrecht en IMF-adviseur, daarvan een duidelijk voorbeeld. Een Canadees mijnbouwbedrijf heeft via een dochteronderneming op de Britse Maagdeneilanden geïnvesteerd in een groot mijnbouwgebied in Mongolië. Toen de contracten rond waren, verkocht die dochter al haar aandelen in het Mongoolse project aan een Nederlands concernmaatschappij. Mongolië hanteert een bronheffing van 20 procent, het Nederlands-Mongoolse belastingverdrag gaat uit van een bronheffing van 0 procent. Mongolië zag de inkomsten verdampen. Michielse: “Het beeld dringt zich op dat Nederland zich hier aan het positioneren is om het internationaal bedrijfsleven fiscaal te kunnen faciliteren bij toekomstige investeringen in ontwikkelingslanden.” De beleidsnotitie geeft aan dat Nederland met meer ontwikkelingslanden belastingverdragen wil sluiten.

Motie Vendrik

In 2009 nam de Tweede Kamer de motie Vendrik aan die de regering oproept het Nederlandse belastingstelsel door te lichten met het oog op belastingontwijking ten koste van ontwikkelingslanden. Tax Justice Nederland en Fair Politics dringen daar nu opnieuw op aan. De minister ziet hierin vooralsnog geen heil omdat tegen het licht van de internationale vervlechting van het belastingstelsel een Nederlands onderzoek weinig zin zou hebben. “Eenzijdig door Nederland te nemen maatregelen om belastingvlucht uit ontwikkelingslanden te beperken, … , en zijn bovendien schadelijk voor onze reële economie”, aldus staatssecretaris Frans Weekers tegen de Tweede Kamer in december 2010.

“Internationale regelgeving is ook nodig. Dat is echter geen argument om niet op nationaal niveau belastingsystemen door te lichten en als nodig aan te passen om ontwijking tegen te gaan”, zegt SOMO-onderzoeker Katrin McGauran. “Het voorbeeld van professor Michielse en het SABMiller onderzoek van Action Aid UK – door NiZA tijdens de expertmeeting gepresenteerd – tonen aan dat het niet om incidentele gevallen gaat, maar om dagelijkse ‘tax planning’ praktijken die Nederlandse belastingadviseurs al decennia aanbieden.”
Minder belastingcompetitie – meer transparantie

TJ-NL doet nog enkele aanbevelingen aan de Tweede Kamer. Om bij te dragen aan een grotere transparantie in geldstromen, moeten bedrijven hun jaarcijfers per land presenteren in plaats van geconsolideerde jaarrekeningen te handhaven, zoals nu het geval is.

Op dat vlak lijkt vooruitgang mogelijk nu half maart ook de Raad van Ministers van de Europese Unie zich heeft uitgesproken voor deze ‘country-by-country reporting’, zij het alleen nog voor de mijnbouwindustrie. In de Verenigde Staten bestaat die verplichting al voor mijnbouwondernemingen.

Het maatschappelijk debat over Nederland als belastingparadijs kwam op gang nadat enkele Nederlandse maatschappelijke organisaties het thema met een reeks conferenties onder de publieke aandacht brachten. Nadat SOMO eind 2006 het rapport The Netherlands: a tax haven? uitbracht, dat belangrijke media haalde, werd in 2007 Tax Justice Nederland opgericht.

 

Lees meer: