Amerika heeft Nederland binnen een dag alweer geschrapt van een lijst belastingparadijzen. Terecht? ,,Het Witte Huis heeft de ambassade laten weten dat Nederland niet in het rijtje thuishoort en ook niet behoort tot de categorie landen met lage belastingen'', meldde een woordvoerder van staatssecretaris Jan Kees De Jager (Financiën) woensdag.

Een dag eerder prijkte Nederland samen met Ierland en Bermuda nog op een lijst met belastingparadijzen. ,,Ik denk niet dat het een misverstand is'', zegt echter Francis Weyzig van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). ,,Nederland werd genoemd als een land waar Amerikaanse multinationals in 2003 een derde van hun winst rapporteerden. Ik denk niet dat Amerika zich in die feiten heeft vergist.''

De onderzoeker noemt Nederland 'een belastingparadijs voor multinationals'. ,,Nederland kent een hele hoop brievenbusbedrijven, waar geen echte activiteiten plaatsvinden. Die worden gebruikt om in andere landen minder belasting te betalen. Het is voor multinationals heel aantrekkelijk om geldstromen via Nederland te laten lopen.''

Als voorbeeld noemt de SOMO-onderzoeker een Duits bedrijf met een dochteronderneming op de Kaaimaneilanden. ,,Het bedrijf op de Kaaimaneilanden geeft een lening aan het Duitse bedrijf, die daarover rente betaalt. Het Duitse bedrijf maakt zo minder winst, waardoor het ook minder winstbelasting hoeft te betalen. Op de Kaaimaneilanden is de winstbelasting nul. Veel van dat soort rentebetalingen loopt via Nederland.''

Nederland accepteert inderdaad gemakkelijk brievenbus-bv's die weinig anders doen dan geld doorsluizen naar andere landen, erkent Rainer Prokisch, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Maastricht. ,,Nederland is daarin genereus: of zo'n bv nu wat doet of niet. Andere landen zullen dat misschien als fraude zien.''

Toch is Nederland geen belastingparadijs, vindt hij. ,,Men doelt dan vaak op het feit dat Nederland geen belasting heft op royalties (inkomsten uit muziek). Muziekbands als de Rolling Stones maken daar gebruik van en houden hun muzieklicenties in Nederland. Maar dat is internationaal eigenlijk altijd geaccepteerd.''

Luxemburg
Zo kent elk land wel wat, vindt de hoogleraar. ,,In alle landen zijn fiscale regelingen waarvoor sommigen juist naar dat land gaan. Op die manier is ook Amerika een belastingparadijs, want dat land heft geen omzetbelasting. Een ander voorbeeld is Luxemburg. Anders dan Nederland kent dat land geen belasting op dividend uit aandelen. Tegelijk ligt in Luxemburg de vennootschapbelasting (belasting op winst van bedrijven, red.) hoger.''

Kritiek is wel mogelijk op de relatief gunstige belastingregels tussen Nederland en Curaçao, zegt de hoogleraar. Het is volgens hem vrij gemakkelijk geld door te sluizen naar Curaçao zonder belasting te betalen. ,,Curaçao is wel een belastingparadijs. Wij hebben dat in Nederland om politieke redenen zo geregeld.''

En hoe zit het met de Indische staalgigant Mittal, dat tot voor kort zijn hoofdkantoor had in Rotterdam? Onderzoeker Francis Weyzig van SOMO heeft daarover zijn twijfels. ,,Als een multinational uit India zonder activiteiten in Nederland, hier zijn administratief en fiscaal hoofdkantoor neerzet, dan moet er meer spelen.

Dan spelen ook belastingoverwegingen mee. Dat kan niet anders.'' Volgens hoogleraar Prokisch heeft dat ,,niets met belastingen van doen''. ,,Grote buitenlandse bedrijven in Nederland hebben vaker een holding in Europa voor hun Europese activiteiten. Die multinationals kiezen dan voor Amsterdam of Rotterdam, omdat veel mensen daar Engels spreken, en niet voor een land als Frankrijk of Duitsland.''

Hij wijst op een definitie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). ,,Die organisatie zegt dat een lage belasting alleen geen kenmerk is van een belastingparadijs. Kenmerkend voor een belastingparadijs is ook dat het geen informatie uitwisselt en niet transparant is. Nederland wisselt wel gegevens uit en is transparant. Bovendien kennen wij geen lage belastingtarieven. Die zijn gemiddeld.''

Bron: Nederlands Dagblad, 7 mei 2009