Omdat energiebedrijven in toenemende mate over nationale grenzen opereren, nemen inspraakvormen als medezeggenschap van werknemers ook steeds internationalere vormen aan. Dat zie je bijvoorbeeld bij Europese Ondernemingsraden (EOR). Tegelijkertijd komt er steeds meer aandacht voor duurzaamheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in de Europese energiesector. In opdracht van de Europese vakbond voor publieke diensten (EPSU) deed SOMO onderzoek naar de (potentiële) rol en ambitie van EOR bij het formuleren en implementeren van MVO-beleid. Ook gaf SOMO aanbevelingen aan EOR-leden en vakbonden om hun invloed op het sociale en ecologische beleid van de onderneming te vergroten.

In het afgelopen decennium zijn transnationale ondernemingen (TNO) in de energiesector in toenemende mate activiteiten gaan ontplooien over grenzen heen, in meerdere Europese landen. Als gevolg daarvan is de werknemersvertegenwoordiging in de Europese energiebedrijven multinationaal geworden, zoals blijkt uit het stijgende aantal actieve Europese Ondernemingsraden (EOR) in de sector. Tegelijkertijd heeft het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) terrein gewonnen in de Europese energiesector.

De (potentiële) rol van de EOR bij de ontwikkeling en implementatie van MVO staat centraal in dit onderzoek. Het voornaamste doel is inzicht te geven in de bestaande rol en ambitie van de EOR met betrekking tot MVO en aanbevelingen te doen met betrekking tot de wijze waarop de EOR en de vakbonden het MVO-beleid en de MVO-praktijk van ondernemingen kunnen beïnvloeden. Het onderzoek betreft het MVO-beleid van de 24 grootste transnationale energiebedrijven in Europa: Centrica, ČEZ, DELTA, DONG, EDF, EDP, EnBW, Enel, E.ON, ESB, EVN, FORTUM, Gas Natural, Fenosa GDF Suez, Iberdrola , RWE, MVV, National Grid, Scottish and Southern, Statkraft, TenneT, Vattenfall, Veolia en Verbund. Voor 16 bedrijven is een gedetailleerdere analyse gemaakt van hun beleid en de relatie met werknemersvertegenwoordigen.

In de afgelopen jaren hebben energiebedrijven hun MVO-beleid steeds meer in lijn gebracht met de internationale normen voor duurzame ontwikkeling en verslaggeving, zoals de UN Global Compact, de OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, het GRI en het Carbon Disclosure Project. Ongeveer 38% van de bedrijven maakt gebruik van alle vier MVO-initiatieven, terwijl 13% geen van deze initiatieven in hun beleid heeft verwerkt. In het onderzoek wordt erop gewezen dat de inspanningen van de bedrijven om hun MVO-beleid af te stemmen op deze internationale normen weliswaar een positieve stap vormen, maar dat daarmee nog niet is gegarandeerd dat de bedrijven daadwerkelijk verantwoord handelen. De ware test voor verantwoordelijk gedrag bestaat in het in de praktijk brengen van de normen en in het toezicht op hun implementatie.

Hoewel in het algemeen wordt aangenomen dat MVO-beleid verder gaat dan het oorspronkelijke wettelijke doel van de EOR, hebben werknemersvertegenwoordigers in de Europese elektriciteitssector (EPSU en EMCEF) en werkgeversgroepen in die sector (Eurelectric) in hun laatste gemeenschappelijke verklaring over MVO gesteld dat MVO-beleid zou moeten worden beschouwd als een onderwerp voor discussie tussen de sociale partners, d.w.z. tussen werknemersvertegenwoordigers en directies. De overgrote meerderheid van de EON-vertegenwoordigers die voor dit onderzoek werden geïnterviewd, achtte het van belang dat de EOR worden betrokken bij de ontwikkeling van het MVO-beleid van bedrijven en het toezicht daarop. Dat gezegd zijnde, waren de respondenten in het algemeen niet tevreden over de huidige situatie en de mogelijkheden die zij momenteel hebben om deze rol te vervullen. Zij zijn echter positief gestemd over de mogelijkheid de situatie te verbeteren en hun invloed te vergroten.

De resultaten van het onderzoek en de interviews met EON-vertegenwoordigers bieden een interessante inkijk in de bestaande rol en ambities van de EOR met betrekking tot MVO en leveren de basis voor aanbevelingen met betrekking tot de wijze waarop EOR en vakbonden MVO-beleid en -praktijk van ondernemingen effectiever kunnen beïnvloeden.

> Press Release 9 June 2010 EPSU