Nadat Liberia op 9 mei 2015 Ebola-vrij is verklaard is het land ‘back in business’. Als één van de eerste landen na de ebola-uitbraak organiseert Nederland een economische missie op ministerieel niveau naar deze regio. Zo wil ze bedrijven de mogelijkheid bieden om vroeg in te spelen op potentiële kansen die zich in deze landen zullen voordoen. De paper ‘Liberia’s Business? Conflict and human rights issues in a post conflict environment’ van SOMO en Green Advocates (Liberia) laat zien dat investeringen ook risico’s met zich meebrengen die niet alleen ernstige gevolgen kunnen hebben voor mensenrechten, maar ook conflicten tussen gemeenschappen, bedrijven en de Liberiaanse regering kunnen laten oplaaien.

In 2003 kwam er officieel een einde aan het conflict in Liberia. Om het land op te bouwen hanteert de Liberiaanse regering sinds die tijd een open-deur politiek. Elk buitenlands bedrijf is welkom en door het ‘doordruppelmechanisme’ hopen uiteindelijk alle Liberianen hiervan te profiteren. Vorig jaar werd dit echter verstoord door de Ebola-uitbraak. Nu het land weer Ebola-vrij is verklaard wil ook Minister Ploumen dat Liberia de wederopbouw weer kan oppakken. Zij reist volgende week met een handelsdelegatie naar de Ebola gebieden. Maar zijn deze buitenlandse investeringen wel zo wenselijk?

Landconflict

De Nederlandse overheid ziet vooral kansen op het gebied van infrastructuur en logistiek, agricultuur (palmolie en rubbersector) en de mijnbouwindustrie (ijzererts, goud en diamanten). In een context waar landconflicten een belangrijke motor waren voor de burgeroorlog, vormen zulke landintensieve sectoren een groot risico. Alfred Brownell van Green Advocates, een mensenrechten organisatie in Liberia, bevestigt dit:

Als bedrijven niet weten in wat voor context ze opereren, kunnen deze sectoren het conflict gemakkelijk weer doen oplaaien. De laatste jaren zien we steeds vaker dat er conflicten tussen bedrijven en gemeenschappen uitbarsten. Dat is in een land als Liberia erg gevaarlijk.

Aanbevelingen

Economische ontwikkeling kan een element zijn in Liberia’s transformatie naar een vreedzaam en welvarend land. Dit kan alleen wanneer handelsmissies gepaard gaan met een hogere waakzaamheid om betrokkenheid bij schendingen van de mensenrechten te voorkomen.

“De vrede in Liberia is fragiel. Bedrijven die actief zijn in Liberia moeten dan ook met een verhoogde zorgvuldigheid opereren. Ze moeten de mogelijke risico’s in kaart brengen en voorkomen dat ze bijdragen aan of betrokken worden bij de schendingen van mensenrechten of het oplaaien van het conflict. Niet alleen door hun eigen activiteiten, maar ook door de zakenpartners waarmee ze handel drijven”, aldus Anne Schuit, onderzoeker bij SOMO.

Buitenlandse investeringen kunnen alleen een toegevoegde waarde vormen als ze ongelijkheid tegengaan en als zij werkgelegenheid, inclusiviteit en duurzame groei bevorderen. Het is essentieel dat de activiteiten van de particuliere sector geen oneerlijke concurrentie voor Liberiaanse bedrijven creëren. En dat maatschappelijke organisaties, zoals vakbonden, in het thuis- en gastland op een zinvolle manier worden betrokken in de voorbereiding en uitvoering van de handelsmissie.

Arcelor Mittal

Green Advocates publiceert deze week ook een rapport over het staal- en mijnbouwbedrijf Arcelor Mittal, een van de grootse beursgenoteerde bedrijven op de AEX, waar de Nederlandse handelsmissie in Liberia op bezoek zal gaan.

‘Zowel de mijn zelf, als de spoorwegen en de haven voor het uitvoeren van ijzererts, hebben een niet te onderschatten sociale en milieu impact’, aldus Francis Colee van Green Advocates.

Deze week precies een jaar geleden laaiden protesten in de regio hevig op omdat het bedrijf zich volgens de lokale bevolking niet aan de voorwaarden van de investeringsovereenkomst hield, compensatie voor schade aan gewassen uitbleef en lonen niet uitbetaald werden.