Coca-Cola doet het, de Rabobank, Unilever... maatschappelijk verantwoord ondernemen is hip. Het is echter de vraag of mensen in ontwikkelingslanden iets merken van het maatschappelijke verantwoorde beleid van multinationals. Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) onderzocht wat het ‘corporate social responsibility’ beleid van drie elektriciteitsmultinationals in Peru en Argentinië voor gevolgen heeft voor de lokale bevolking, en publiceerde naar aanleiding daarvan het rapport ‘Down to the wire’. LA Ruta interviewde Tim Steinweg, co-auteur van het rapport.

Wat is Corporate Social Responsibilty precies?
Corporate social responsibility is hoe een bedrijf zich profileert, hoe het zich maatschappelijk verantwoord gedraagt. Wat wij bij SOMO heel vaak met
onderzoeken zien, is dat er een verschil zit in hoe een bedrijf zich vanuit csr-oogpunt presenteert en hoe het zich daadwerkelijk op de grond gedraagt. Je ziet dat het csrbeleid in sommige van de bedrijven waar we naar gekeken hebben heel ver ontwikkeld is, maar dat is geen garantie dat ze niet tegen problemen aanlopen of geen nadelige gevolgen veroorzaken voor lokale gemeenschappen.

Wat hebben die bedrijven over het algemeen voor csr-beleid?
We hebben drie bedrijven vergeleken: een Noors bedrijf (SN Power), een Spaans bedrijf (Endesa) en een Amerikaans bedrijf (AES). Het Noorse bedrijf doet de bedrijfsvoering heel erg vanuit een bijna traditioneel ontwikkelingsperspectief. Die hebben alleen maar duurzame bronnen en duurzame centrales waarmee ze elektriciteit opwekken, maar werken heel erg vanuit het klassieke beeld ‘wij als rijke Noren moeten die arme Afrikanen en Latijns-Amerikanen helpen’. Het Spaanse bedrijf, Endesa, zegt dat het zich aan allerlei internationale richtlijnen houdt. AES heeft eigenlijk heel weinig mvo-beleid, en wat ze hebben is heel erg gericht op harde winst. Zij richten zich bijvoorbeeld heel erg op het handelen van CO2 credits. Ze hebben een heel systeem opgebouwd waarin zij die rechten kopen en verkopen en daar ook winst mee maken, en tegelijkertijd zichzelf kunnen profileren alsof ze iets goed doen voor het milieu. Daar is een heleboel kritiek op te leveren. Alle drie de bedrijven voeren dus een csr beleid, maar de uitwerking en de consequenties verschillen enorm.

In hoeverre merkt de lokale bevolking iets van het csr-beleid?
Het is wel interessant, want we hebben best wel wat verschillen gevonden tussen de bedrijven. We moeten wel concluderen dat in grote mate degenen met het beste beleid ook de minste problemen hebben. Toch zien we in alle case studies wel een aantal trends terug komen. We zien dat de mensen in de plattelandsgebieden rondom die centrales helemaal geen elektriciteit krijgen van die centrales. De kosten van het aanleggen van elektriciteitslijnen zijn te hoog en noch het bedrijf, noch de overheid wil dat betalen. De mensen die rondom de centrales wonen hebben er dus geen enkel voordeel van dat zo’n electriciteitsbedrijf in de buurt staat. Tegelijkertijd verschaft de centrale ook maar in hele beperkte mate werkgelegenheid en zit je met milieuuitstoot,
watervervuiling en luchtvervuiling. We hebben ook gezien dat er van die hoogspanningslijnen op vier, vijf meter hoogte boven mensen hun huis lopen.
Bedrijven gaan door met het aanleggen van die spanningslijnen zonder dat de gevaren ervan bekend zijn. Om een voorbeeld te geven, we hebben gekeken naar een centrale in Buenos Aires, in de wijk Villa Inflamable. Hier wonen mensen in een heel groot industrieel complex bij elkaar. Daar zitten oliebedrijven, chemische bedrijven, en ook een grote elektriciteitscentrale, van de Spaanse multinational Endesa. De milieuvervuiling van al die grote industrieën gecombineerd levert echter verschrikkelijke gezondheidseffecten op, zoals kindersterfte, enorme hoeveelheden kwik die in mensen hun bloed zit en baby’s die met afwijkingen geboren worden. In onze ogen kan je niet het elektriciteitsbedrijf de schuld geven van deze vervuiling die ook in grote mate door die oliebedrijven en die chemische bedrijven veroorzaakt wordt. Maar je ziet wel dat een bedrijf wat op papier een heel goed beleid heeft, uiteindelijk helemaal niets doet om de situatie van de mensen daadwerkelijk te verbeteren. Sterker nog, Endesa was ook het bedrijf wat die hoogspanningslijnen over de huizen van die mensen aanlegde.

Maar wat zijn dan de verschillen tussen bedrijven als SN Power en AES?
Wat we van SN Power hebben gezien, is dat zij bijvoorbeeld wel energie leveren aan gemeenschappen rondom hun centrales, en dat ze wel een heleboel programma’s hebben om te komen tot elektrificering van het platteland. Ze zijn daar toch iets proactiever in dan de andere onderzochte bedrijven. Om een goed voorbeeld te geven van wat zo’n SN Power bijvoorbeeld doet; die ondersteunen de lokale plattelandsbevolking rondom hun centrale om naar de overheid te stappen om er voor te zorgen dat zij verbonden worden aan het elektriciteitsnet. Ze zijn dus wel bezig met de ‘rural electrifcation’ maar ze doen het niet zelf. AES, het Amerikaanse bedrijf, kan het eigenlijk gewoon niet zo veel schelen, en denkt puur alleen aan winstoogmerk.

Zie je ook dat de waardering hoger is voor SN Power?
Ik denk dat dat toch moeilijk te vergelijken is, omdat er allerlei specifieke situaties zijn waardoor waardering lastig te vergelijken is. Waar je het grote verschil tussen ziet is daar waar alleen een centrale staat en daar waar er ook andere industriële activiteiten, zoals mijnbouw en zware industrie plaats vinden. Dat is toch wel heel duidelijk een context die heel bepalend is voor hoe de lokale bevolking er tegenaan kijkt. Zowel olieraffinaderijen als grootschalige mijnbouw hebben op zichzelf al zo veel schadelijke gevolgen, daar heeft een lokale bevolking al zo veel last van, dat dat misschien een beetje de aandacht wegneemt van zo’n centrale. In zo’n context heeft een electricteitscentrale niet meteen een heel direct effect.

Wat vinden de mensen zelf eigenlijk belangrijke factoren?
We hebben een soort van raamwerk voorgelegd, maar ook met het idee, als er dingen naar boven komen die hier niet inpassen, dan moeten we het raamwerk aanpassen. Het gaat altijd uiteindelijk om wat de echt belangrijke issues zijn en dat kan niemand beter vertellen dan de bevolking zelf. Wat zij belangrijk vinden verschilt per situatie. Voor Buenos Aires bijvoorbeeld was het gewoon de gezondheid van hun kinderen, die echt op het spel stond. Het feit dat er niet naar hen geluisterd werd, dat er niet op hun zorgen ingespeeld werd. En anderen willen gewoon elektriciteit in hun huis hebben. Of willen werk hebben, dat is toch ook een punt wat je vaak ziet. Lokale organisaties hebben daar mensen gesproken die toch vrij verbolgen waren over het feit dat alle werknemers die daar werkten uit andere regio’s kwamen, en dat er dus helemaal geen werk voor de lokale bevolking werd verschaft. Dat de lokale mensen niet worden aangenomen komt misschien omdat ze niet de expertise hebben. Het is ook een hele logische beredenering om te zeggen, als zo’n centrale heel vervuilend is dan is het misschien moeilijker om lokale mensen zo ver te krijgen dat ze die centrale draaiende houden dan de mensen die daar niet direct zelf de gevolgen van ondervinden.

Wat vinden de werknemers van de bedrijven?
In zo’n elektriciteitscentrale, daar werken enkele tientallen mensen. Onze opzet was ook om een onderzoek te doen naar de arbeidsomstandigheden. Maar feitelijk gaat het helemaal niet om zo heel veel mensen en op zich zijn de arbeidsomstandigheden goed. Bijna elke door ons bezochte centrale had een vakbond, goede veiligheidsvoorzieningen en gezondheidsmaatregelen en dergelijke. Wat we wel tegenkwamen is de trend dat vanaf het moment dat een bedrijf geprivatiseerd werd er veel mensen ontslagen werden. Wat je ook ziet, is dat er veel meer uitbesteed wordt en er dus veel meer met contractarbeiders gewerkt wordt. Vaak zijn dat dan toch de mensen die het meer gevaarlijke werk moeten doen waar een bedrijf minder verantwoordelijk voor is, bovendien krijgen deze mensen ook minder betaald. Hiermee schuiven bedrijven hun verantwoordelijkheid af.

Wordt er eigenlijk ook gebruik gemaakt van duurzame energie?
Amper. Er worden voornamelijk heel veel kolen en gas gebruikt. Wat wel veel gebeurd is grootschalige waterkrachtcentrales, maar om die helemaal duurzaam te noemen is heel twijfelachtig. Er zijn enorme gevolgen aan verbonden; rivieren die omgelegd moeten worden, grote stukken land die onder water gezet moeten worden, de vaak oorspronkelijke indianenbevolking, die van hun land verwijderd worden… Er zijn een heleboel problemen mee en ik denk dat over het algemeen heel veel mensen zeggen dat grootschalige waterkracht helemaal niet als duurzaam beschouwd kan worden. Wat je ook ziet is dat er in Argentinië, waar ze dus heel erg bang zijn voor weer een tekort aan elektriciteit, heel veel olie bij wordt gestookt. En dat is heel schadelijk, heel vervuilend, en ook heel duur. Ze krijgen olie uit Venezuela, die importeren ze en die stoken ze op om er elektriciteit van te maken. Het probleem met olie uit Venezuela is dat dat er een heel hoog zwavelpercentage in zit, wat dan weer als zwaveldioxide de lucht ingaat. En enorme vervuiling ook met zich meebrengt.

Wat doen die bedrijven eigenlijk wel, wat in hun beleid staat en wat positief is?
Die arbeidsomstandigheden, dat was goed. Tegelijkertijd is het argument ook altijd, ‘ja maar wij leveren die energie, en wij doen het efficiënter, en goedkoper’. Dat is dus eigenlijk de kern van hoe zo’n elektriciteitssector in elkaar zit; het kan bijdragen tot ontwikkeling, want elektriciteit is één van de factoren waardoor mensen zich kunnen opwerken van een zelfvoorzienend bestaan tot iets verder. Maar tegelijkertijd heeft het z’n nadelige kanten en zijn er kosten aan verbonden, voor milieu, voor gemeenschappen; het is dus een heel dubbel verhaal. Ik denk dat de bedrijven zichzelf altijd zullen profileren als degenen die bijdragen aan ontwikkeling en een basisbenodigdheid leveren aan bevolkingen in Latijns-Amerika en andere regio’s. Ik denk, en dat geldt in het algemeen zo, dat er vaak een groot verschil zit tussen het theoretische beleid van een bedrijf en de daadwerkelijke praktijk. Je ziet dat over het algemeen bij multinationals toch vaak financiële belangen de boventoon voeren, in plaats van wat dat voor gevolgen heeft voor mensen die er omheen wonen.

President Kirchner is op het moment veel bedrijven weer aan het nationaliseren; denk je dat dat een oplossing zou zijn?
Ik denk het wel. Dit is dan meer mijn persoonlijke opvatting dan dat dat uit het onderzoek kwam, maar ik denk dat privatisering vrij gevaarlijk is, en dat Argentinië ook wel een goed voorbeeld is om te laten zien hoe gevaarlijk het is om de elektriciteitsvoorziening in handen te laten zijn van multinationals, van bedrijven met een hoofdkantoor aan de andere kant van de wereld, met een winstoogmerk. Dat zie je in Argentinië dus ook, op het moment dat het niet meer winstgevend is, vertrekken ze. Électricité de France is het bedrijf dat uit Argentinië is weg getrokken; het bedrijf heeft in de privatiseringsgolf een aantal centrales overgenomen en is gewoon weggetrokken toen het niet meer winstgevend was. Het Amerikaanse bedrijf, AES, is wel gebleven maar investeert niet meer. In ons onderzoek is ook naar boven gekomen dat het feit dat die bedrijven niet meer investeren enorm gevaarlijke situaties oplevert. Zoals elektriciteitspalen die naar beneden vallen omdat ze helemaal verrot zijn, elektriciteitsdozen die ontploffen. In dit geval heeft de Argentijnse overheid ook meerdere boetes uitgeschreven voor het bedrijf, en nu heeft het bedrijf zich gecommitteerd om wel de benodigde investeringen te doen. Maar of het daadwerkelijk gedaan wordt is nog een tweede. Het niet doen van de benodigde investeringen is echt een trend die we hebben kunnen identificeren.

Bron: La Ruta, 25 augustus 2009