Drie jaar na het uitbreken van de financiële crisis, organiseert de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een publieke bijeenkomst onder de titel “Op zoek naar oplossingen voor de gevaren voor wereldhandel” in dezelfde week dat de G20 ministers van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking bij elkaar komen in Washington om te praten over de financiële crisis en noodzakelijke hervormingen van financiële markten. Echter, vrijhandelsakkoorden bevatten nog altijd een keur aan dereguleringsvoorschriften, alsof er nooit een financiële crisis is geweest. De verschuiving in Europa van een zijdezacht reguleringsmodel naar een strengere vorm werkt nog niet door in de huidige EU handelsonderhandelingen.

Zo onderhandelt de Europese Unie (EU) op het moment over een vrijhandelsverdrag (FTA) met India. Deze onderhandelingen gaan ook over vergaande liberalisering van de financiële sector; ook al heeft de financiële crisis aangetoond dat een geliberaliseerde financiële dienstverlening de financiële stabiliteit schaadt. De EU eist dat India de bestaande beperkingen bij het toelaten van buitenlandse banken opheft, in het bijzonder de criteria die gerelateerd zijn aan het verstrekken van vergunningen voor lokale vestigingen. “De enorme financiële en economische problemen veroorzaakt door de banken in veel Europese landen weerhoudt diezelfde banken er niet van om ongehinderd door nieuwe inzichten en handelswijzen Indiase en andere markten te betreden. Daarbij helpt de Europese Unie door markttoegang te eisen” vertelt Vander Stichele. “De strategie van de Europese banken om te ontsnappen aan de recessie in de EU is te investeren in landen die weinig of niets gemerkt hebben van de crisis. Tezelfdertijd zorgen vrijhandelsverdragen ervoor dat Westerse banken krijgen waar ze naar op zoek zijn.”

“Tot dusver zijn de buitenlandse banken in ontwikkelingslanden de bankiers van de groeiende groep welvarende middenklasse en de rijken geweest. Ze investeren daarbij nauwelijks in de minder lucratieve markten in agrarische gebieden. In India zijn alleen de binnenlandse banken verplicht om respectievelijk 18% en 10% aan de agrarische sector en bepaalde zwakkere sectoren van de economie te lenen.” Het verbod op discriminatie in FTA’s en GATS (multilaterale vrijhandel onderhandelingen betreffende dienstverlening binnen de WTO) is zo opgesteld dat buitenlandse bedrijven in elk geval niet ongunstiger mogen worden behandeld dan nationale banken. Hierdoor is het moeilijk om banken en financiële dienstverleners die een positieve bijdrage leveren aan bijvoorbeeld armoedebestrijding te bevoordelen.

Financiële stabiliteit als publiek goed

De regels in vrijhandelsverdragen zijn vooral gunstig voor de belangen van de financiële sector. Banken hebben in het verleden gelobbyd voor deze regels door te stellen dat striktere regulering onnodige kosten met zich zou meebrengen, waardoor de financiële industrie inefficiënt en minder concurrerend en innovatief zou opereren. “Financiële stabiliteit wordt tegenwoordig echter als een collectief goed beschouwd dat prioriteit heeft boven de economische belangen van bedrijven ” stelt Vander Stichele.

Zorgwekkend is volgens Vander Stichele het feit dat de aanhoudende liberalisering de mogelijkheid tot reguleren, en daarmee dus ook de instrumenten die financiële stabiliteit bevorderen, beperkt. Veel reguleringen, wetten en bepalingen van gastlanden worden door FTA’s als handelsbarrières bestempeld. De GATS en FTA’s bevatten bepalingen die de implementatie van nieuwe regels ter bescherming van bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, milieu of zwakkere sectoren ernstig bemoeilijkt of zelfs verbiedt. Landen die middels vrijhandelsakkoorden akkoord zijn gegaan met de gedeeltelijke of complete liberalisering van hun financiële sector, moeten deze restrictieve bepalingen naleven of een dure geschillenbeslechting riskeren.

Wordt noodzakelijke regulering van de financiële sector onmogelijk gemaakt door vrijhandelsregels? Sommige voorstanders van geliberaliseerde financiële markten menen dat landen op basis van bepalingen in WTO akkoorden en andere vrijhandelsverdragen wel degelijk behoedzame stappen kunnen ondernemen. Zo zou het mogelijk zijn om “de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem” te waarborgen en om investeerders, spaarders en cliënten van een financiële dienstverlener te beschermen. Echter, wat een ‘behoedzame stap’ is, wordt niet gedefinieerd. Het blijft een grijs gebied met te veel onduidelijkheden.

Reguleringen in strijd met FTA en GATS regels

Gedurende de GATS onderhandelingen heeft de EU wetten en regels aangevochten die andere landen na de financiële crisis van 1997 hebben geïmplementeerd om verdere financiële crises te voorkomen. Voorbeeld zijn aangescherpte kapitaalvoorwaarden voor buitenlandse banken. Op dit moment is het echter de EU zelf die strengere kapitaalvoorwaarden ten behoeve van financiële stabiliteit voorstaat. Nu zij zelf financiële hervormingen doorvoert, overweegt de EU om de derivatenhandel - wiens risicovolle, speculatieve en weinig transparante aard de financiële crises heeft verergerd - aan limieten te onderwerpen. Echter, bestaande plannen – zoals regulatieve beperkingen op het aantal speculanten dat mag handelen in goederenderivaten – kunnen in strijd zijn met de GATS en FTA regels.

Hoewel de beperkingen op grensoverschrijdende kapitaalstromen in FTA’s uit den boze zijn, hebben succesvolle economieën zoals Brazilië, Taiwan, Zuid-Korea en Indonesië in het verleden juist kapitaalcontroles gebruikt om zich te beschermen tegen buitensporige speculatie. Zelfs het IMF is tegenwoordig voorstander van sommige vormen van kapitaal- en muntcontroles. Vander Stichele: “De compatibiliteit van Artikel IX van de GATS met de belasting op financiële transacties zoals aangedragen door uiteenlopende maatschappelijke groepen en sommige EU leiders zoals Bondskanselier Merkel en President Sarkozy wordt door de Europese Commissie betwijfeld. De interpretatie van GATS en FTA regels kan de beleidsmogelijkheden dus behoorlijk beperken.”

Zelfs de maatregelen en bailouts van EU staten om banken te redden kunnen in strijd zijn met FTA en GATS voorschriften, zeker wanneer deze de binnenlandse financiële industrie bevoordelen ten opzichte van buitenlandse banken wier thuisland geen bailouts kon opbrengen. Een ander voorbeeld: een nieuwe EU wet verplicht hedgefondsen en beheerders van investeringsfondsen om het bedrag dat ze lenen te begrenzen. Om de financiële stabiliteit te waarborgen, kunnen de toezichthouders een nog striktere leenlimiet opleggen. Dit kan echter een overtreding van verschillende markttoegangregels in vrijhandelsverdragen betekenen.

Financiële dienstverlening uit de handelsonderhandelingen

Wat zou Vander Stichele meegeven aan de beleidsmakers belast met de beschreven problematiek? “Het wordt steeds duidelijker herkend en erkend dat de financiële sector in dienst van het publieke belang hoort te staan en een duurzamer en eerlijker samenleving moet helpen creëren. Zo’n gedachte is zeker niet geïncorporeerd in de FTA’s en GATS. ” Zij garandeert dat de beste manier om de financiële markten en de economie als geheel te stabiliseren is om de financiële dienstverlening uit de GATS en FTA’s te halen, “omdat dit de beste manier is om de financiële (her)regulering te combineren met handelsregels en zo het publieke belang te integreren in de financiële sector.” Aangezien dit momenteel nogal controversieel is, zou een eerste stap kunnen zijn om prioriteit te geven aan hervormingen in de financiële sector boven liberaliseren van vrijhandel. En ten tweede om financiële diensten uit de onderhandelingen te halen totdat de financiële stabiliteit hersteld is.

Voor meer informatie lees:


Zie ook: het programma van het WTO Public Forum van 19-21 September 2011, met een OWINFS session over "The Future of Trade in Financial Services: Safeguarding Stability"(lees beschrijving)