Nomadische herders op het Mongoolse platteland kampen met gezondheidseffecten, gedwongen verplaatsing en intimidatie als gevolg van een grote ijzerertsmijn die wordt gefinancierd door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD). Deze effecten zijn direct gerelateerd aan bedrijfsfactoren als de behoefte aan infrastructuur, de levensduur van de mijn en productiedoelstellingen. Als deze factoren in conflict komen met een betekenisvolle dialoog met belanghebbenden worden rechten ondergeschoven en het voortbestaan van gemeenschappen bedreigd. De betrokkenheid van een ontwikkelingsbank, met duidelijke sociale en milieugerelateerde standaarden, blijkt geen bescherming te bieden tegen dergelijke nadelige effecten.

Dit zijn een aantal conclusies uit de casestudie die SOMO vandaag publiceert over het Mongoolse ijzerertsbedrijf Altain Khuder. Het rapport is de eerste in een reeks over de sociale en milieugerelateerde effecten van de mondiale ijzerertsindustrie, en volgt op een verslag van een fact-finding mission dat vorige week werd uitgebracht door CEE Bankwatch, SOMO en OTWatch.

Compensatie

Altain Khuder is de op één na grootste ijzerertsproducent in Mongolië en sinds 2006 eigenaar en exploitant van de Tayan Nuur ijzerertsmijn in de provincie Gobi Altai. Het bedrijf heeft herders die in het mijngebied woonden van het land verdreven. Hoewel het de herders heeft gecompenseerd, laat het SOMO-rapport zien dat financiële compensatie niet volstaat wanneer mensen voor hun bestaan afhankelijk zijn van hun land en land bovendien gemeenschappelijk bezit is. Eén van de factoren die het risico voor toekomstige gedwongen verplaatsingen vergroot, is de schommelende prijs van ijzererts; de ijzerertsprijzen zijn in 2014 met 40 procent gedaald. Mocht de mondiale prijs weer stijgen, dan, zullen bedrijven de productie verhogen om maximaal voordeel te halen uit de, tijdelijke, prijsstijging. Hierdoor is er weinig tijd om de hervestigingsplannen nauwkeurig op te stellen en op de juiste manier te implementeren.
Mensen die het bedrijf openlijk hebben bekritiseerd, zijn beschuldigd van ‘georganiseerde laster’. De manier waarop het bedrijf omgaat met de plaatselijke gemeenschappen kan worden gerelateerd aan de relatief korte levensloop van de mijn, waardoor de motivatie gering is zich als een ‘goede buur’ te gedragen.

Impact

Bovendien zorgen de wegen die worden gebruikt om de erts te vervoeren voor veel stof en lawaai. Herders melden dat het stof van de wegen het gras vervuilt en zo de gezondheid van hun dieren aantast. Ze geven aan dat ze al enkele tientallen dieren zijn verloren door stofgerelateerde ziektes. Daarnaast vinden de herders dat ze niet voldoende zijn betrokken bij de bouw van de nieuwe weg terwijl de route hun land doorkruist en het graasgebied van hun vee beperkt. Volgens senior onderzoeker Tim Steinweg wordt de aanleg van dergelijke infrastructuur vaak gepresenteerd als een voordeel voor de omliggende gemeenschappen. “Het is echter zo dat deze nieuw aangelegde weg graasland doorsnijdt en dat meer verkeer negatieve effecten kan hebben op de gezondheid en veiligheid Ook voor gemeenschappen die verder van de mijn af leven.”

Geen garantie

Vanwege de financiële relatie tussen Altain Khuder en de EBRD is het bedrijf verplicht om zich te houden aan de Performance Requirements (PR’s) van de EBRD. Het rapport suggereert dat verschillende PR’s niet worden nageleefd. Onderzoeker Anne Schuit: “De EBRD en andere ontwikkelingsbanken verschillen substantieel van andere investeerders door de sociale en milieugerelateerde standaarden die zijn opgenomen in hun investeringsstrategie. Maar deze casestudie laat zien dat de betrokkenheid van de EBRD geen garantie biedt tegen nadelige sociale en milieugerelateerde effecten.”

Lees hier het verhaal van CEE Bankwatch Network over de Mongoolse herders.

Lees hier het artikel over SOMO’s nieuwe methodiek om bedrijfstrategieën te analyseren in relatie tot mensenrechtenschendingen.

Lees de column van Tim Steinweg: Mongoolse herders de dupe van aanleg mijn, eerder gepubliceerd op Oneworld.nl.