De pakweg 9000 meisjes van 18 tot 21 jaar die bij KPR Mill werken, hebben volgens een Somo-onderzoeker, van wie om veiligheidsredenen de naam niet mag worden genoemd, geen vrijheid van bewegen. Ze wonen op het fabrieksterrein en mogen dat van hun superieuren bijna nooit verlaten, omdat het buiten de vesting niet veilig zou zijn. Vakbonden worden niet toegelaten, wat tegen de internationale afspraken is.

In de fabriek worden onder hoge temperaturen dagen gemaakt van twaalf uur. De mondkapjes die de vrouwen moeten beschermen tegen het via de neus en mond binnendringen van katoen leiden in combinatie met de vochtige hitte tot ademhalingsproblemen, waardoor de kapjes vaak niet worden gedragen. Sommige vrouwen moeten de katoenbal die hierdoor in hun maag ontstaat operatief laten verwijderen.

KPR Mill lokt de vaak arme vrouwen naar de fabrieken door ze een bruidsschat van Rpe 40.000 (euro 670) te beloven. Zonder bruidsschat kunnen vrouwen in India niet trouwen. In feite moeten de werkneemsters in de drie jaar dat ze bij de fabriek werken een deel van hun salaris afstaan, wat na die drie jaar wordt uitgekeerd. Dit is het Sumangali-systeem, dat door de meeste westerse bedrijven als onacceptabel is bestempeld.

Aangezien het Sumangali-systeem doorgaans gepaard gaat met onderbetaling stellen ook H&M en C&A in een verklaring dergelijke fabrieken uit te sluiten. H&M, dat naar eigen zeggen alleen een testorder bij de zus van KPR Mill, Quantum Knits PVT, heeft geplaatst, zegt de zaak te onderzoeken. Als de conclusies overeenkomen, stopt het de zakenrelatie.

C&A laat via een woordvoerder weten de relatie met KPR Mill in 2007 al te hebben gestaakt. Wel heeft ze een proeforder geplaatst voor dertig producten bij Quantum Knits PVT. Die order werd toevallig geplaatst toen Somo op bezoek was in India, zo toont de woordvoerder aan met een fax.

Nu bekend is dat Quantum Knits PVT behoort tot het KPR Mills-imperium heeft de kledingketen ook dit contact gestaakt. Op de website van KPR Mills staat C&A nog wel als cliënt vermeld. Volgens de woordvoerder is het niet ongewoon grote namen te vermelden om andere klanten aan te trekken.

'Het is niet onze bedoeling dat de fabrieken sluiten', zegt de Somo-onderzoeker. 'Wij hopen dat de bedrijven hun invloed aanwenden om een verbetering in de fabrieken door te voeren. Maar de inkooppraktijken van de bedrijven sluiten hier vaak niet bij aan. Ze willen steeds sneller en goedkoper geleverd krijgen.'

Somo sprak in India met het management van de fabriek en een paar meisjes. De bevindingen zijn ook gedaan door een onderzoek van de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ) dat met ouders sprak en met verschillende meisjes die in de fabriek hadden gewerkt. De ECCJ komt in het najaar met een uitgebreid onderzoek. Vermoedelijk komen er dan meer namen van internationale bedrijven naar buiten.

Bron: Het financieele dagblad