Ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) is onlangs een boek 'Het onzichtbare label', door KIT Publishers te Amsterdam, uitgegeven. Dit boek geeft op basis van door SOMO uitgevoerd onderzoek enig inzicht in het doolhof van conflicterende belangen en versnipperde verantwoordelijkheden voor een duurzame ontwikkeling bij de internationale productie en handel. Dit is ook van belang voor duurzaam bouwen als onderdeel van de door de regering beoogde duurzame ontwikkeling.

Het boek 'Het onzichtbare label' geeft een beschrijving van structurele problemen die uit een groot aantal onderzoeken van SOMO naar voren komen ten aanzien van het ondernemingsgedrag van multinationals in de elektronica, het bankwezen, de kledingindustrie, de supermarkten en de medicijnenindustrie. Het boek gaat vervolgens in op het gfeit dat een nieuws maatschappelijk engagement nodig is, op wat de overheid doet in de zich globaliserende wereld en op wat nodig is om eruit te kunnen komen. In het boek zijn duidelijke verwijzingen naar een groot aantal onderzoeken opgenomen. De onderzoeken van SOMO kunnen worden geraadpleegd via www.somo.nl

Duurzame ontwikkeling
Op de website van VROM is te lezen dat duurzame ontwikkeling betekent dat de mens geen roofbouw op het milieu pleegt, dat armoede en honger worden aangepakt en bijvoorbeeld dat bewonders van ontwikkelingslanden toegang hebben tot schoon water. Maar duurzame ontwikkeling heeft ook dichter bij huis gevolgen. Het betekent ook een leefbare en veilige buurt, gezonde voeding en bijvoorbeeld de aanpak van geluidsoverlast, files en de overstap op een meer duurzame landbouw.
Bij duurzame ontwikkeling spelen economische, sociaal-culturele en ecologische aspecten een rol. Deze drie aspecten moeten in onderling verband worden bekeken. Zo moet economische groei niet ten koste gaan van mensen en het milieu. Om te beginnen moet voorkomen worden dat rijke landen hun ongewenste activiteiten doorschuiven naar armere landen. Maar ook dat de huidige generatie problemen doorschuift naar de toekomst.

Relatie met duurzaam bouwen
Op de website van VROM is te lezen dat duurzame ontwikkeling voor het kabinet één van de prioritaire thema's is. Met de Kabinetsbrede Aanpas Duurzame Ontwikkeling (KADO) hebben verschillende ministers en staatssecretarissen in 2008 een aanpak afgesproken om te komen tot duurzame ontwikkeling. KADO bestaat uit zes thema's, waarvan duurzaam bouewen en verbouwen er één is. De regering wil dat Nederland binnen dertig jaar een duurzame samenleving is. Daarvoor zijn ingrijpende (inter)nationale maatschappelijke veranderingen (of transitie) nodig. Transities zijn structurele maatschappelijke veranderingen die zeker 20 tot 25 jaar vergen. In het door de regering aan de Sociaal Economische Raas (SER) gevraagde advies 'Duurzame globalisering: een wereld te winnen'(publicatie nummer 6, 20 juni 2008), geeft de SER aan dat deze transities zonder breed draagvlak in de samenleving en zonder duurzaam gedrag van consumenten niet van de grond komen.

Voor duurzaam bouwen als onderdeel van duurzame ontwikkeling betekent dit dat niet alleen naar het effect op CO2-reductie moet worden gekeken, zelfs niet naar het effect op het milieu, maar ook naar economische en sociaal-culturele aspecten. Dit is van belang voor bouwmaterialen die uit ontwikkelingslanden worden ingevoerd en elektronica die in landen met goedkope arbeidskrachten worden geproduceerd. Er zijn door diverse partijen vrijwillige gedragscodes afgesproken, zoals de Electronic Industry Code of Conduct van de elektronicabedrijven die zich hebben aangesloten bij de Electronic Industry Citizin Coalition (EICC). Hierin is aangegeven dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor de gehele productieketen ten aanzien van milieu, mensenrechten en arbeidsomstandigheden. Dat zo een vrijwillige afspraak niet het beoogde effect heeft, is te lezen in het beok 'Het onzichtbare label'. Zo geldt voor grote elektronicamerken dat, door hun productieproces uit te besteden aan gespecialiseerde bedrijven in verafgelegen landen, zij sneller kunnen inspringen op veranderingen in de markt, zonder er zelf veel in te hoeven investeren. Dit heeft onder andere verlies van controle op lonen, vervuiling en sociale omstandigheden tot gevolg. De garanties en prijzen die nu worden uitonderhandeld zouden nooit zo hard zijn als het een eigen bedrijfsonderdeel betrof.

Verder is te lezen dat grote bedrijven in ontwikkelingslanden de meest gunstige randwoorden kunnen uitonderhandelen voor hun investeringen en gemakkelijk weer vertrekken als ze elders voor hen nog gunstiger voorwaarden kunnen bedingen. Met slecht werkomstandigheden en geen ontwikkeling in het land van (tijdelijke) vestiging tot gevolg.

MVO
Maatschappelijk verantwoord ondernemen op de huidige manier met nadruk op zelfregulering blijft dus niet te werken. Het is nodig, zo is in het boek 'Het onzichtbare label' aangegeven, dat:

  • een evenwichtig mededingingsbeleid en toezicht op de handelspraktijken in de vrije markt belangrijk zijn om de machtsbalans in de peoductieketen te herstellen (lage prijzen in het beland van de consument moeten daarom geen prioriteit krijgen);
  • transparantie een goede manier is om inzicht te krijgen in wat bedrijven precies over de grenzen heen doen;
  • internationale verdragen ten aanzien van handel, investeringen en belastingen ondersteuning zouden moeten bieden aan duurzame sociale en ecologische ontwikkelingen en deze niet in de weg mogen staan;
  • goede informatievoorziening vanuit bijvoorbeeld de media of maatschappelijke organisaties aanwezig is, waardoor waar nodig een kritisch geluid van de burgers wordt gestimuleerd.


Conclusie

Duurzaam bouwen is pas echt duurzaam als sprake is van duurzaam handelen en de breed gewenste duurzame ontwikkeling daadwerkelijk plaatsvindt. Dat hiervoor ingrijpende veranderingen (transities) nodig zijn, wordt algemeen onderschreven. Op welke wijze deze transities tot stand moeten komen, bestaan verschillende visies. Hierop wachten is voor duurzaam bouwen geen optie. Dit betekend wel dat het aan te raden is, voor eenieder die zich met duurzaam bouwen bezig houdt, om na te gaan waar de duurzame producten c.q. de materialen waarvan ze vervaardigd worden, vandaan komen en onder welke omstandigheden ze tot stand worden gebracht.


Bron: Bouwregels in de praktijk