Volgens een vandaag door SOMO gepubliceerde studie naar de effecten van transnationale ondernemingen op het gebied van de levering van duurzame elektriciteit in ontwikkelingslanden, komt de aanwezigheid van deze bedrijven vaak niet ten goede aan lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden. In plaats van bij te dragen aan duurzame ontwikkeling, kunnen de activiteiten van de elektriciteitsbedrijven de onzekere levensomstandigheden van nabije gemeenschappen verergeren en het milieu schaden.

In SOMO's 'Down to the Wire' rapport worden de omstandigheden rond projecten van de Spaanse onderneming Endesa, het Amerikaanse nutsbedrijf AES en het Noorse SN Power onderzocht. De studie onderzoekt de effectiviteit van het MVO-beleid (maatschappelijk verantwoord ondernemen) van de ondernemingen door middel van casestudies in Argentinië en Peru. SOMO-onderzoeker Joseph Wilde-Ramsing: "Hoewel de elektriciteitssector in potentie een belangrijke bijdrage kan leveren aan lokale economische en sociale ontwikkeling, blijkt uit interviews met lokale belanghebbenden dat de transnationale elektriciteitsbedrijven niet de gemeenschappen dienen die zich het dichtst bij hun centrales bevinden, en dat de aanwezigheid van deze bedrijven in sommige gevallen de kwetsbare omstandigheden van arme gemeenschappen verder bemoeilijken."

Wilde-Ramsing: "Het ontbreken van duidelijke criteria voor duurzame elektriciteitsvoorziening en de inconsequente toepassing van de verschillende
sociale, ecologische en economische normen door elektriciteitsmultinationals maakt duidelijk dat er behoefte is aan externe regulering en toezicht op internationaal niveau. Bij gebrek aan dergelijke internationale normen, moeten de bedrijven MVO-beleid ontwikkelen, samen met programma's die toezien op de uitvoering van het beleid in de praktijk. Bij deze monitoring moeten vertegenwoordigers van belanghebbenden betrokken zijn, vooral vakbonden, getroffen gemeenschappen en lokale energieplanners. "

Bron: La Ruta, 10 juni 2009