Evert-jan Quak loopt vaak tandenknarsend de supermarkt binnen, zo biecht hij op. Hij heeft het vaak te druk om bij de plaatselijke middenstand zijn inkopen te doen en zo de macht van de supermarkten te breken. Evert-jan is freelance journalist en publiceert vandaag zijn boek over duurzaamheid met de titel 'Het onzichtbare label'.

Als ik de marktonderzoeken mag geloven, is meer dan negentig procent van de consumenten bezorgd over kinderarbeid, milieuvervuiling en dierenleed. Dat klinkt fantastisch. Bijna twintig procent zegt in de winkel met ethische aspecten rekening te houden. Dat is al een stuk minder, maar nog steeds hoger dan het marktaandeel van ethisch verantwoorde producten. In Nederland heeft bijvoorbeeld het koffiekeurmerk Max Havelaar een marktaandeel van drie procent. We kopen rond de twee procent aan biologische producten.

Zondaar
Deze uitkomst doet vermoeden dat we sociaal wenselijke antwoorden gegeven op marktonderzoeken óf we denken simpelweg meer ethisch te kopen dan we in werkelijkheid doen. Dat zette me aan het denken. Want, hoe duurzaam denk ik zelf dat ik ben en in hoeverre ben ik dat daadwerkelijk? Ik ben van mening dat het niet moeilijk is om zondaar te zijn van je eigen duurzaamheidsidealen. Zelfs niet voor ons voedsel waar toch heel wat te kiezen valt - fairtrade, biologisch, uit de regio, vegetarisch of diervriendelijk.

Op alles probeer ik te letten, maar toch weet ik dat de meeste producten in mijn winkelmandje verre van duurzaam zijn. Dat komt voor een deel doordat ik dol ben op tropisch fruit zoals mango's, bananen, ananas of avocado's. Wat schiet het klimaat ermee op als mijn biologische avocado en fairtrade banaan worden ingevlogen of vervoerd worden in schepen die varen op vuile stookolie en de hele wereld moeten doorkruisen voordat ze bij mij terecht komen?

Een keuze tussen klimaat en het steunen van (kleine) boeren in ontwikkelingslanden kan ik niet makkelijk maken. Maar er is nog een reden waarom ik minder duurzaam voedsel eet dan ik zou willen. Toen ik in Amsterdam en Londen woonde, hoefde ik een paar meter te lopen om de lekkerste biologische broden, tomaten en vleesproducten te kopen. Nu woon ik in Southampton in Engeland en in deze stad zijn op loopzelfs fietsafstand geen enkele van deze producten voorradig.

Ik ben geen grote fan van de supermarkt, ik koop het liefst bij de speciaalzaak of van de biologische marktkraam, maar hier in Southampton betrap ik mezelf te vaak in de supermarkt. En toch weet ik dat Engelse supermarkten als Tesco of ASDA hun inkoopmacht binnen de voedselketen uitermate hard inzetten om de laagste prijs af te dwingen van hun toeleveranciers, waardoor duizenden, vooral kleine boeren en tuinders failliet gaan en grootschalige land- en tuinbouw overblijft, ten nadele van het landschap en de dieren die voor de productie worden gebruikt.

Het boek 'Het Onzichtbare Label' is sinds 9-9-9 verkrijgbaar. Het heeft de
ondertitel Perspectief op duurzaam handelen' en is een initiatief van
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en
uitgegeven door KIT Publishers. In dit boek staan voorbeelden van de
dilemma's waar bedrijven, overheden en burgers tegenaan lopen met
betrekking tot duurzaam handelen. Kijk voor praktische tips en handvatten ook op www.juistnu.nl

Biologisch
Het liefst wil ik de macht van de supermarkt breken en de kwaliteitsmiddenstand steunen. Daaraan kan ik bijdragen als ik er maar tijd in investeer. In enkele dorpjes buiten Southampton zijn goede lokaal geproduceerde biologische kwaliteitsproducten te koop. Of als ik iets verder ga, kan ik ook bij een van de betere supermarktketens Waitrose terecht. Maar ik vrees dat er een drempel is wanneer gemakzucht gaat overheersen. Zodoende loop ik nog geregeld de Tesco of
ASDA binnen met knarsende tanden."

Bron: OneWorld, 09-09-2009