In het eerst decennium van deze eeuw waren de regeringen van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) niet in staat om werknemers, gemeenschappen en het milieu te beschermen tegen schade veroorzaakt door multinationale ondernemingen. Dit is de conclusie van het nieuwe rapport van OECD Watch dat vandaag tijdens een persconferentie in Parijs werd gelanceerd.

Het rapport “10 Years On” beoordeelt de effectiviteit van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen. Deze vrijwillige richtlijnen promoten duurzaame ontwikkeling en verantwoordelijk gedrag van bedrijven gevestigd in OESO-landen. OECD Watch toont dat gebrek aan politieke wil, mogelijkheden voor sancties en coherente implementatie de mogelijke waarde van het instrument duidelijk doen afnemen. De recent geïnitieerde herziening van de Richtlijnen is een breekpunt om schendingen van bedrijven te stoppen, voornamelijk in ontwikkelingslanden. Zonder drastische verbeteringen wordt het maatschappelijk middenveld gedwongen om de belangrijkste problemen die mens en milieu treffen op een andere wijze aan te pakken.

OECD Watch heeft de implementatie en de effectiviteit van de OESO Richtlijnen de laatste tien jaar gemonitoord en analyseerde de klachten die tegen bedrijven zijn ingediend rondom schendingen van de OESO Richtlijnen. Van de eerste case in 2001 tot juni 2010 zijn in totaal 96 klachten ingediend door NGO’s. Het meest voorkomende type van de zogenaamde schendingen betreffen milieuschade en mensenrechtenschendingen in ontwikkelingslanden. Zulke schendingen komen vaak voor binnen toeleveringsketens van grote multinationale ondernemingen.

In de cases waarbij een klacht was ingediend droegen Nationale Contact Punten (NCP) nauwlijks bij om specifieke conflicten op te lossen. De analyse van OECD Watch laat zien dat de meeste NCP’s falen in het promoten van de Richtlijnen en bedrijven niet kunnen overtuigen van het belang van naleven ervan. Wanneer kwesties met regeringen worden aangezwengeld, onderzoeken de meeste NCP’s de geldigheid van de claim niet. Joseph-Wilde Ramsing (OECD Watch): “Slechts 5 van de 96 door NGO’s ingediende klachten resulteerden in echte verbeteringen in het gedrag van bedrijven. In ongeveer 10 andere cases hebben NCP’s nuttige aanbevelingen gedaan om gedrag te verbeteren, maar deze zijn uiteindelijk niet omgezet in concrete verbeteringen. De overige 84% van klachten hebben geen significante bijdrage kunnen leveren in het oplossen van conflicten.”

Tien jaar ervaringen met de Richtlijnen van NGO’s tonen aan dat ze niet voldoen als wereldwijd mechanisme om de bedrijfsvoering van multinationals te verbeteren. “Zonder de dreiging van effectieve sancties hebben bedrijven weinig stimulans om ervoor te zorgen dat ze zich houden aan de Richtlijnen”, benadrukt Patricia Feeney (RAID), een van de auteurs van het rapport.

Maatschappelijke organisatie over de hele wereld blijven aandacht vragen voor betere wereldwijde standaarden en de instelling van een effectief middel om om te gaan met de negatieve gevolgen van bedrijfsvoeringen. De taak die er ligt voor OESO en de aanhangende landen is duidelijk. Als de OESO Richtlijnen moeten worden gezien als een geloofwaardige, legitieme en krachtige standaard om schendingen door bedrijven aan te pakken en verantwoordelijk gedrag van bedrijven in de 21ste eeuw te promoten, dan zijn radicale hervormingen nodig. Als de herziening faalt om de tekortkomingen zoals beschreven in het OECD Watch rapport aan te pakken, zal de invloed en effectiviteit van de OESO Richtlijnen verder afnemen.