AMSTERDAM Op papier hebben grote Europese banken hun beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen goed voor elkaar, maar in het dagelijkse vermogensbeheer ziet de klant daar weinig van terug.

Dat stelt SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) na een onderzoek bij ING, Royal Bank of Scotland, Deutsche Bank, BNP Paribas en Santander. Op papier hebben deze banken een zorgvuldig uitgewerkt beleid om te voorkomen dat wordt belegd in bedrijven die mensenrechten schenden, het milieu vervuilen of minderheden uitbuiten. Maar in de praktijk komt daarvan weinig terecht.

Bij drie van de onderzochte banken is bijvoorbeeld geen garantie dat geld niet belegd wordt in de wapenindustrie. ING en het Franse BNP Paribas vormen hierop een uitzondering: bij hen zijn beleggingen in defensiemateriaal sinds kort verboden. Volgens SOMO geldt deze uitsluiting echter alleen voor omstreden wapens, zoals clusterbommen en landmijnen.

‘Banken huldigen mooie principes op het gebied van maatschappelijk ondernemen, maar in de praktijk blijkt dat de uitwerking op het vermogensbeheer onvoldoende is’, zegt onderzoeker Roos van Os.

De minste waarborgen zijn er bij beleggingen die worden gedaan voor risico van derden – bijvoorbeeld pensioenfondsen. Hier is geen gedragscode die regelt welke bedrijven wel en niet toelaatbaar zijn om in te investeren. ‘Wij laten onze klanten daarin de vrije keuze’, zegt een woordvoerder van ING, de bank die Nederland in het onderzoek vertegenwoordigt. 60 procent van het beheerde vermogen bij ING bestaat uit derdengelden.

Vorig jaar had ING ter waarde van 14,5 miljoen dollar aandelen in het omstreden Chinese staatsoliebedrijf PetroChina, dat vanwege zijn financiële betrokkenheid bij de regering in Soedan wordt gezien als medeverantwoordelijk voor de genocide in Darfur. Daarom staat PetroChina bij verscheidene pensioenfondsen op de zwarte lijst. Desgevraagd verklaart de woordvoerder van ING dat PetroChina ‘met name actief in de Chinese thuismarkt’ is, en ‘voor zover ING bekend’ niet in Soedan.

Bij beleggingen die worden gedaan voor risico van de bank is volgens SOMO eveneens de kans aanwezig dat het geld wordt geïnvesteerd in bedrijven die zich aan misstanden schuldig maken. Klanten weten dat vaak niet, want banken zijn over hun beleggingskeuzes niet transparant.

ING weerspreekt deze conclusie. Als het gaat om beleggingen voor risico van de bank, is de richtlijn voor maatschappelijk verantwoord ondernemen ‘integraal’ van toepassing, stelt een woordvoerder. ‘Formeel klopt dat, maar het beleid van ING is gesteld in zulke vage bewoordingen dat het voor buitenstaanders niet te controleren is’, reageert Van Os van SOMO.

Los van het reguliere beleggingsaanbod bieden de banken hun klanten demogelijkheid alleen te investeren in duurzame fondsen, zoals projecten voor groene stroom of windenergie. Maar dat vindt weinig aftrek. Bij ING vormen duurzame beleggingen maar 0,74 procent van het totaal. ‘Onze klanten kiezen daar beperkt voor’, aldus een woordvoerder.

Bron: de Volkskrant
Bij belangstelling toestemming vragen aan VK Copyright via copyright@volkskrant.nl