Uit onderzoek van SOMO uit Nederland blijkt dat tien van de grootste autofabrikanten bij de inkoop van metaal geen rekening houdt met de mensenrechten. Het delven van metalen gaat dikwijls gepaard met zware schendingen van mensenrechten. Dat is onder meer zo in het oosten van Congo. SOMO onderzocht het MVO-beleid van Fiat, Ford, General Motors, Honda, Hyundai, Nissan, PSA Peugeot Citroën, Suzuki, Toyota en Volkswagen.

Hoewel de urgentie van de aanpak van deze problemen wordt onderkend in andere sectoren, heeft men in de autosector tot nu toe geen enkele actie ondernomen. SOMO onderzoeker Tim Steinweg zegt: “Naarmate auto’s steeds meer elektronische onderdelen bevatten, ontstaat er steeds een groter verband tussen deze sector en de conflictmineralen uit de Democratische Republiek Congo. Maar geen van deze ondernemingen onderneemt enige actie.”

Uit de resultaten kan men ook afleiden dat de meeste ondernemingen systemen hanteren die hen in staat stellen de oorsprong van de door hen gebruikte metalen te achterhalen. Ook blijkt dat milieu- en kostenoverwegingen een rol spelen in het inkoopbeleid. Verder stelt het onderzoek dat de ondernemingen beschikken over goed ontwikkelde mechanismes voor hergebruik. Die zouden ze kunnen gebruiken om de vraag naar nieuwe grondstoffen te verkleinen.
In de elektronicasector is men wel al bezig met deze problematiek. In deze sector brengt men momenteel de oorsprong van de gebruikte grondstoffen in kaart en worden de eerste stappen gezet richting een certificeringsprogramma voor één bepaald metaal, namelijk tantalium.

Bron: Netwerk Bewust Verbruiken