Aan Trump-gelinkt bedrijf Energy Transfer neemt cruciale energie infrastructuur in EU-landen over
Belangrijkste bevindingen
- De Amerikaanse olie- en gaspijpleidinggigant Energy Transfer koopt cruciale energie-infrastructuur in Europa en bouwt een netwerk van brandstof-opslagterminals.
- Tussen 2024 en 2025 kocht Energy Transfer strategisch belangrijke brandstofterminals in Nederland en Ierland, en het bedrijf staat nu op het punt om een groot netwerk van brandstofterminals in Duitsland en Polen in handen te krijgen.
- Energy Transfer heeft nauwe banden met de regering-Trump en het bedrijf heeft geprofiteerd van beslissingen van Trump’s regering.
- Het bedrijf heeft een verontrustende staat van dienst op het gebied van milieuovertredingen in de VS en staat vijandig tegenover milieuactivisten. In 2019 heeft Energy Transfer Greenpeace aangeklaagd vanwege zijn rol in het protest tegen de Dakota Access Pipeline, een project dat ernstige risico’s vormde voor de rechten van de Standing Rock Sioux Tribe.
- In Duitsland hebben parlementsleden en het maatschappelijk middenveld hun bezorgdheid geuit over de overname door Energy Transfer van de grootste onafhankelijke olieopslag-terminal in het land voor 500 miljoen euro. De Duitse regering doet momenteel onderzoek naar de verkoop.
- De EU heeft procedures om buitenlandse investeringen te screenen die een risico kunnen vormen voor de Europese energiezekerheid en openbare orde. Er zijn echter geen aanwijzingen dat toezichthouders in Ierland of Nederland de overname van strategische energieactiva in die landen door Energy Transfer hebben gescreend.
Sinds hij voor een tweede termijn is gekozen, heeft president Trump een beleidsagenda uitgerold die onder meer sterke steun geeft aan de belangen van de(opens in new window) fossiele industrie.
Deze agenda krijgt steeds meer invloed op het Europese beleid en ondermijnt EU regelgeving op onder andere het klimaat. Zo heeft de Amerikaanse oliemaatschappij ExxonMobil onlangs haar relatie met de regering-Trump aangewend om, grotendeels met succes, een einde te maken aan baanbrekende EU-wetgeving op het gebied van mensenrechten en klimaatverandering.
Amerikaanse investeerders hebben al langer aanzienlijke invloed in Europa. In 2024 was de VS de grootste buitenlandse investeerder in de EU(opens in new window) , met 30% van alle fusies en overnames afkomstig uit de VS. Zoals SOMO onlangs heeft geschreven, zijn de risico’s van Amerikaanse investeringen gelieerd aan de regering van Trump echter toegenomen en moet de EU veel meer aandacht besteden aan de vijandige invloed van Amerikaanse bedrijven in Europa.
De EU heeft echter potentieel tegenstrijdige doelstellingen. Enerzijds is de Europese Commissie zich bewust van de risico’s die sommige buitenlandse investeringen met zich mee kunnen brengen, waaronder risico’s voor de soevereiniteit en veiligheid van de EU, en breidt zij de kaders uit om de screening van investeringen te verbeteren. Anderzijds streeft de EU, gedreven door een diepe angst voor economische achteruitgang(opens in new window) , aangewakkerd door het Europese bedrijfsleven, ook een agenda na die gericht is op het concurrentievermogen van de industrie. Daarbij worden buitenlandse investeringen gezien als essentieel voor de economische welvaart(opens in new window) van de EU.
De VS werd door Europese beleidsmakers lange tijd als bondgenoot gezien. Maar na de grote veranderingen in het geopolitieke landschap in 2025 moeten zij nog altijd onder ogen zien dat sommige Amerikaanse investeringen nu aanzienlijke risico’s voor Europa met zich mee kunnen brengen.
Dit artikel gaat over zulke investeringen.
Energy Transfer, een controversieel Amerikaans olie- en gaspijpleidingbedrijf dat nauwe banden heeft met de regering-Trump, koopt nu cruciale energie-infrastructuur op in meerdere Europese landen. Dit artikel geeft een overzicht van Energy Transfer en zijn overnames in Europa, en vraagt zich af waarom de regelgevende instanties in de betrokken landen niet meer hebben gedaan om de risico’s te beoordelen en te controleren.
Wie is Energy Transfer?
Energy Transfer is een Amerikaans olie- en gaspijpleidingbedrijf, opgericht(opens in new window) in Texas in 1996. Sindsdien is het uitgegroeid tot een van ’s werelds grootste bedrijven op het gebied van energie infrastructuur. Energy Transfer is mede zo groot geworden door strategisch andere bedrijven op te kopen.(opens in new window) Door de aankoop in 2012 van Sunoco, een groot brandstofdistributiebedrijf in de VS, werd(opens in new window) Energy Transfer “een van de grootste en meest gediversifieerde energiepartnerschappen in het land”. Deze overname ter waarde van 5,3 miljard dollar(opens in new window) was destijds de grootste deal van Energy Transfer en stelde het bedrijf, dat zich tot dan toe had gericht op gas, in staat om de oliemarkt te betreden.
Tegenwoordig bezit Energy Transfer een van de grootste pijpleidingsystemen voor het transport van vloeibare aardolie en aardgas in de VS. Het bedrijf heeft(opens in new window) ook verschillende grote exportfaciliteiten en exporteert olie- en gasproducten naar landen over de hele wereld.
Met recordwinsten op fossiele brandstoffen(opens in new window) in de olie- en gasindustrie in de afgelopen jaren als gevolg van de energiecrisis in 2021 en 2022, heeft Energy Transfer zijn omzet en winst zien groeien (zie grafiek). Energy Transfer behaalde in 2024 een omzet van 82,6 miljard dollar, en een nettowinst van 6,6 miljard dollar. Het bedrijf beloonde zijn aandeelhouders rijkelijk voor deze winsten en keerde in datzelfde jaar 4,6 miljard dollar aan dividenden uit (zie grafiek).
De grootste aandeelhouder van het bedrijf is Kelcy Warren, medeoprichter, voormalig CEO en huidig voorzitter van de raad van bestuur. Kelcy Warren bezit 8,8% van de aandelen van Energy Transfer, terwijl de rest bijna volledig in handen is van Amerikaanse institutionele beleggers (zie tabel).
Energy Transfer heeft Warren zeer rijk gemaakt. Hij behoort vandaag tot de 500 rijkste mensen ter wereld met een nettowaarde van 7,1 miljard dollar.(opens in new window) De grafiek hieronder laat zien dat zijn vermogen is gestegen van 1,7 miljard dollar in 2016 naar 7,1 miljard dollar in 2025.
De politieke banden van Energy Transfer met de Trump regering
Energy Transfer heeft belangrijke politieke banden met de Trump regering. Zowel Kelcy Warren(opens in new window) als Energy Transfer(opens in new window) zijn belangrijke donateurs van Trump(opens in new window) . Kelcy Warren heeft verschillende fondsenwervingsacties georganiseerd en heeft volgens berichtgeving meer dan 13 miljoen dollar gedoneerd(opens in new window) aan de presidentiële campagne van Trump voor 2024.
Rick Perry,(opens in new window) voormalig Republikeins gouverneur van Texas, was(opens in new window) van 2015(opens in new window) tot eind 2016 (opens in new window) lid van de raden van bestuur van Energy Transfer en Sunoco(opens in new window) , voordat hij door president Trump werd benoemd tot minister van Energie, een functie die hij van maart 2017 tot december 2019 bekleedde. In 2020 keerde Rick Perry terug naar de raad van bestuur van Energy Transfer, waar hij nog steeds zitting heeft. Deze stap werd door de democratische Amerikaanse senator Elizabeth Warren bekritiseerd als een belangenconflict(opens in new window) .
Zowel de eerste als de tweede regering-Trump hebben beslissingen genomen die gunstig zijn voor Energy Transfer, onder meer met betrekking tot de controversiële Dakota Access Pipeline.
De verontrustende staat van dienst van Energy Transfer op milieugebied
Hoewel Energy Transfer miljarden dollars verdient aan zijn olie- en gaspijpleidingen en infrastructuur, heeft het bedrijf een zeer zorgwekkende staat van dienst op het gebied van milieuschendingen in de Verenigde Staten.
Protesten tegen de Dakota Access Pipeline
De bekendste milieu- en mensenrechtenzaak(opens in new window) waarbij Energy Transfer betrokken is, betreft de Dakota Access Pipeline, een project van 3,7 miljard dollar(opens in new window) . De Standing Rock Sioux en andere inheemse Amerikaanse naties verzetten zich tegen de aanleg van de pijplijn vanwege de risico’s die zou het hebben voor hun watervoorziening en heilige plaatsen. Tussen 2016 en 2017 vocht de Standing Rock Sioux Tribe het project aan voor de rechter en organiseerde samen met andere Native Nations en milieuactivisten protestkampen op de locatie. Er is meerdere berichtgeving geweest van buitensporig geweld tegen demonstranten, onder meer door private veiligheidsdiensten(opens in new window) en de politie(opens in new window) .
Zoals uitgelegd in de pop-up profiteerde Energy Transfer in 2017 van een maatregel van de Trump regering, waardoor het bedrijf door kon gaan met de aanleg van de Dakota Access Pipeline zonder dat er een geplande milieubeoordeling werd uitgevoerd. In 2019 klaagde Energy Transfer Greenpeace aan vanwege zijn vermeende rol in de protesten tegen de Dakota Access Pipeline.
SLAPP-zaak van 660 miljoen dollar tegen Greenpeace
In 2019 klaagde Energy Transfer Greenpeace aan wegens laster en het aanzetten tot crimineel gedrag van demonstranten(opens in new window) bij de Dakota Access Pipeline, nadat een soortgelijke rechtszaak in 2017 was mislukt(opens in new window) . Voorafgaand aan deze rechtszaak liet Kelcy Warren, voorzitter van Energy Transfer, zijn vijandige houding jegens milieuactivisten zien. In een tv-interview(opens in new window) in 2017 zei hij(opens in new window) over zijn motieven om Greenpeace aan te klagen: “Iedereen is bang voor deze milieugroeperingen en de angst dat het verkeerd overkomt als je terugvecht tegen deze mensen, maar wat ze ons hebben aangedaan is verkeerd, en daar zullen ze voor boeten.” Het jaar daarop suggereerde Warren tijdens een conferentie in Houston, Texas, dat sommige milieuactivisten “uit de genenpool moeten worden verwijderd”.(opens in new window)
In 2025 oordeelde een jury in North Dakota dat Greenpeace een schadevergoeding van maar liefst 660 miljoen dollar aan Energy Transfer moet betalen. Meer dan de helft van de juryleden zou banden(opens in new window) hebben gehad met de fossiele industrie.
SLAPP’s zijn rechtszaken die door bedrijven en anderen worden gebruikt om tegenstanders, meestal journalisten en mensenrechtenverdedigers(opens in new window) , het zwijgen op te leggen of te intimideren. Volgens de Coalition against SLAPPs in Europe, die trends in het gebruik van dergelijke rechtszaken volgt, is het aantal SLAPP-zaken in Europa de afgelopen jaren toegenomen, met 166 SLAPP-zaken in 2023(opens in new window) .
In 2024 heeft de EU, om de schade die SLAPP’s toebrengen aan de democratie en het maatschappelijk middenveld tegen te gaan, een anti-SLAPP-richtlijn(opens in new window) aangenomen. In 2025 heeft Greenpeace deze richtlijn gebruikt om een anti-SLAPP-zaak(opens in new window) aan te spannen tegen Energy Transfer in Nederland(opens in new window) .
Energy Transfer ontkende dat zijn rechtszaak tegen Greenpeace een SLAPP-zaak was en hield vol dat het tijdens de protesten tegen de Dakota Access Pipeline rechtmatig had gehandeld.
Andere gevallen van milieuschendingen
Hoewel de zaak rondom de Dakota Access Pipeline het meest bekend is, is dit lang niet het enige geval waarin het bedrijf wordt beschuldigd van milieuschade. Energy Transfer en zijn dochteronderneming Sunoco hebben boetes van miljoenen dollars gekregen van de Amerikaanse autoriteiten voor verschillende overtredingen van de Clean Water Act, olie-lekkages(opens in new window) , en vervuiling(opens in new window) tussen 2013 en 2020.
In 2022 werd Energy Transfer strafrechtelijk verantwoordelijk(opens in new window) gehouden voor aanklachten in verband met de aanleg van een pijpleidingproject dat werd uitgevoerd door Sunoco. In total betaalde Energy Transfer meer dan 20 miljoen dollar aan boetes(opens in new window) en heffingen voor meer dan 120 overtredingen langs de 350 mijl lange pijpleiding. In 2024 meldde Bloomberg(opens in new window) dat een pijpleiding gerund door Sunoco in de VS “meer geraffineerde brandstof heeft gelekt dan enige andere [Amerikaanse] exploitant in 2024”.
Sunoco is ook een van de oliemaatschappijen die door Honolulu(opens in new window) werd aangeklaagd omdat ze het publiek zouden hebben misleid(opens in new window) over de gevaren van klimaatverandering. In januari 2025 wees het Amerikaanse Hooggerechtshof(opens in new window) een verzoek van de oliemaatschappijen om de rechtszaak te seponeren af.
Energy Transfer en Sunoco hebben beide duidelijk (opens in new window) gemaakt(opens in new window) dat zij maatregelen om het gebruik van fossiele brandstoffen te beëindigen en elektrische voertuigen te promoten, zien als belangrijke risico’s voor hun bedrijf.
Energy Transfer komt naar Europa
Het beeld dat uit de analyse van SOMO van de Amerikaanse activiteiten van Energy Transfer naar voren komt, is dat van een bedrijf dat agressief winst nastreeft en het algemeen belang negeert, waarbij het politieke connecties gebruikt om zijn activiteiten te beschermen en bevorderen. Energy Transfer lijkt een vijandige houding te hebben ten opzichte van het maatschappelijk middenveld, klimaatverandering en de bescherming van mensenrechten en het milieu.
Dit bedrijf breidt zich nu – vrijwel zonder toezicht – uit naar Europa en wordt eigenaar van cruciale Europese infrastructuur.
Sinds 2024 heeft Energy Transfer via zijn dochteronderneming Sunoco voor bijna 700 miljoen euro aan Europese energie-infrastructuur opgekocht. Het bedrijf bouwt een netwerk op van opslagfaciliteiten voor vloeibare brandstoffen (voornamelijk voor olie) op strategische locaties, waaronder Ierland, Nederland, Duitsland en Polen. Deze opslagfaciliteiten spelen een cruciale rol in de toeleveringsketen van vloeibare brandstoffen. Bedrijven gebruiken deze om ruwe olie en andere producten op te slaan totdat ze klaar zijn voor distributie naar raffinaderijen en andere afnemers.
Het doel(opens in new window) van deze aankoop van terminals in Nederland en Ierland was om “de toeleveringsketen efficiënter te maken” voor de activiteiten van Sunoco aan de oostkust van de VS. Beide terminals bevinden zich op strategische locaties voor de distributie van (Amerikaanse) olie naar de Europese markt.
Hoewel het Sunoco is die de terminals heeft overgenomen, heeft Energy Transfer de volledige zeggenschap over het management en de bedrijfsvoering van dit bedrijf. Het benoemt de raad van bestuur van Sunoco, dat daarbij ook de “contractuele taak(opens in new window) ” heeft om het bedrijf te leiden “op een manier die gunstig is voor Energy Transfer”. Om de relatie tussen de twee bedrijven te illustreren: de Chief Financial Officer (CFO) van Energy Transfer is ook(opens in new window) de CFO van Sunoco(opens in new window) .
De overnames door Sunoco in Europa moeten daarom worden beschouwd als overnames door Energy Transfer. In dit artikel worden deze aankopen aangeduid als overnames door zowel Energy Transfer als Sunoco.

Nederland
Het opkopen van Europese energie-infrastructuur door Sunoco begon met de overname(opens in new window) van Zenith Energy Europe in 2024. Zenith bezat een olieterminal in de haven van Amsterdam (en een in Ierland, waarover hieronder meer). Amsterdam is de grootste benzinehaven ter wereld(opens in new window) en een belangrijke speler op de wereldwijde oliemarkt. De grote en flexibele tankopslagterminals in de haven zijn een essentieel onderdeel van de functie van Amsterdam als hub voor de handel in en het mengen van benzineproducten.
Met de aankoop van Zenith Energy Europe bezit Sunoco nu een van de grootste opslagterminals(opens in new window) voor vloeibare brandstoffen(opens in new window) in de haven en de grootste vrachtwagenlaadfaciliteit in Europa(opens in new window) . De terminal biedt opslagruimte voor olie en van olie afgeleide producten en heeft een capaciteit van 1,1 miljoen m³. Volgens Sunoco(opens in new window) neemt de terminal “een strategische positie in binnen de haven van Amsterdam, een cruciaal knooppunt voor de wereldwijde energiehandel en een essentieel onderdeel van de Europese energiemarkt”.
Ierland
Met de overname van Zenith Energy in 2024 verwierf Sunoco ook de Whiddy Island-terminal in Bantry Bay in Ierland. Dit is de grootste terminal voor vloeibare brandstoffen(opens in new window) in Ierland, met een opslagcapaciteit van 1,4 miljoen m³, die volgens Sunoco(opens in new window) “de strategische oliereserves van het land ondersteunt”. De terminal is van cruciaal belang voor zowel Ierland als Europa, omdat hij zeer grote ruwe-olietankers(opens in new window) kan ontvangen en ruwe olie kan distribueren naar belangrijke Europese raffinagecentra. Bantry Bay is één van de enige twee onafhankelijke terminals in West-Europa die dergelijke schepen kunnen verwerken. Bovendien slaat de terminal een aanzienlijk deel van de oliereserves van de Ierse staat(opens in new window) op en is het Nationaal Agentschap voor Oliereserves een van zijn grootste klanten.
Duitsland
In mei 2025 kondigde Sunoco(opens in new window) aan TanQuid over te willen nemen voor 500 miljoen euro. TanQuid is de grootste onafhankelijke exploitant van opslagfaciliteiten voor vloeibare petrochemische producten in Duitsland, en bezit en exploiteert 15 brandstofterminals in Duitsland en één in het zuidwesten van Polen. De 15 terminals in Duitsland hebben een opslagcapaciteit van meer dan 3 miljoen m³, ca. 19% van de totale tankopslagcapaciteit van Duitsland(opens in new window) .
Volgens de Duitse ‘Kritis’(opens in new window) wetgeving omvat kritieke infrastructuur “organisaties en faciliteiten die van groot belang zijn voor de samenleving en waarvan het uitvallen of de aantasting ervan zou leiden tot aanhoudende tekorten, aanzienlijke verstoringen van de openbare orde, veiligheid en beveiliging of andere dramatische gevolgen”. TanQuid’s olieterminal netwerk is door de Duitse regering geregistreerd als kritieke infrastructuur(opens in new window) . Volgens de regering spelen(opens in new window) ze “een onmisbare rol in de olievoorzieningsketen(opens in new window) “.
Ten tijde van deze publicatie, oktober 2025, wordt Sunoco’s overname van TanQuid naar verluidt(opens in new window) door de Duitse regering beoordeeld(opens in new window) en is deze nog niet definitief.
Polen
TanQuid heeft één terminal in Radzionków, Polen, die op een strategisch belangrijk transportpunt is gelegen. Deze terminal wordt door de sector beschreven als een van de meest geavanceerde overslagterminals in Polen(opens in new window) . De terminal wordt voornamelijk gebruikt door buitenlandse bedrijven en onafhankelijke exploitanten op de groothandels- en detailhandelsmarkt.
Verdere Europese uitbreiding gepland
Sunoco heeft duidelijk gemaakt dat het van plan is verder te investeren en uit te breiden in Europa. In een earnings call over 2024 legde de(opens in new window) Chief Operating Officer van Sunoco uit dat het bedrijf een netwerk van opslagterminals voor brandstof aan het opbouwen is in Europa, omdat het denkt dat dit een van zijn meest winstgevende en waardevolle bedrijfsonderdelen kan worden. Naast de aankoop van cruciale energie-infrastructuur in Europa via Sunoco, ontwikkelt Energy Transfer een LNG-exportterminal(opens in new window) in de VS die LNG naar Europa(opens in new window) zal exporteren.
Het bedrijf heeft duidelijk zijn zinnen gezet op de Europese markt. Maar waar zijn de Europese toezichthouders?
EU-screening van buitenlandse investeringen
De aankoop van Europese activa door Energy Transfer is een vorm van buitenlandse directe investeringen (foreign direct investment, FDI). De EU is zich er steeds meer van bewust dat buitenlandse investeerders die Europese activa opkopen risico’s voor het publieke belang met zich mee kunnen brengen. In 2019 heeft de EU daarom een verordening(opens in new window) aangenomen om de screening van risicovolle investeringen te verbeteren. Daarin wordt specifiek aan de lidstaten en de Europese Commissie (EC) gevraagd(opens in new window) om rekening te houden met de mogelijke gevolgen van bepaalde buitenlandse investeringen voor:
“(a) kritieke infrastructuur, zowel fysiek als virtueel, met inbegrip van energie; … (c) de levering van kritieke inputs, met inbegrip van energie of grondstoffen …”
Momenteel bestaat de richtlijn alleen uit een aanmoediging aan lidstaten aan om nationale FDI-screeningmechanismen in te voeren en informatie met elkaar te delen. In 2024 heeft de EC een voorstel(opens in new window) ingediend om het FDI-screeningkader te verbeteren. Het herziene kader zal screening verplicht maken voor lidstaten, en het toepassingsgebied van de transacties die moeten worden gescreend uitbreiden. Het voorstel wordt ten tijde van deze publicatie (oktober 2025) in trialoog besproken door de EC, de Europese Raad en het Europees Parlement.
Volgens de huidige FDI-screeningverordening moeten bepaalde investeerders toestemming vragen voor hun investering. Volgens een rapport(opens in new window) van de Europese Commissie hebben de lidstaten in 2024 in totaal 3.136 screeningzaken behandeld. Deze omvatten zowel verzoeken om toestemming als screeningzaken die door de autoriteiten zelf zijn gestart. Van deze zaken werd 41% formeel gescreend, de overige 59% hoefde niet formeel te worden gescreend of werd ongeschikt verklaard. Volgens het rapport werd slechts 1% van alle voor screening aangemelde investeringen uiteindelijk door de nationale autoriteiten geblokkeerd, en werd 9% goedgekeurd met aanvullende voorwaarden of risicobeperkende maatregelen.
Toezichthouders liggen te slapen?
Op basis van het regelgevingskader van de EU hadden de investeringen van Energy Transfer in belangrijke Europese energie-infrastructuur moeten worden gescreend door de lidstaten waar de overname plaatsvond. Nederland, Duitsland en Polen beschikten(opens in new window) allemaal over(opens in new window) mechanismen voor het screenen van directe buitenlandse investeringen op het moment dat Sunoco energiegerelateerde infrastructuur in hun rechtsgebieden kocht (of begon te verwerven). Hoewel Ierland op het moment van de overname van Zenith door Sunoco nog geen mechanisme voor het screenen van directe buitenlandse investeringen had geïmplementeerd, had het wel een beleid voor het screenen van directe buitenlandse investeringen aangenomen en had het gezien het strategische karakter van de locatie een toezichthoudende rol moeten hebben.
SOMO heeft de betrokken autoriteiten in Ierland, Duitsland en Nederland benaderd met het verzoek om commentaar te geven op de vraag of en hoe zij de investeringen van Sunoco hebben gescreend. Geen van hen heeft gereageerd. SOMO heeft geen aanwijzingen kunnen vinden dat de overnames van kritieke infrastructuur door Sunoco in Ierland en Nederland de aandacht van de overheidsinstanties hebben getrokken.
In Duitsland wel. Daar hebben zowel het parlement als het maatschappelijk middenveld de kwestie van de verkoop van TanQuid aan de orde gesteld. In juli 2025 vroegen parlementsleden de regering onder meer om antwoord op vragen over(opens in new window) “de gevolgen van een verkoop aan Sunoco – een dochteronderneming van Energy Transfer, waarvan de oprichter, Kelcy Warren, wordt beschouwd als een naaste vertrouweling van de Amerikaanse president Donald Trump”. In antwoord op vragen of de verkoop onderworpen is aan een investeringsbeoordeling gaf de regering echter geen inhoudelijk antwoord en verwees naar het bedrijfsgeheim(opens in new window) . Volgens de Duitse non-profitorganisatie Frag den Staat heeft de regering wel verklaard(opens in new window) dat er een procedure loopt van de investeringsinspectie over de TanQuid overname. De organisatie heeft een rechtszaak aangespannen bij de Berlijnse rechtbank om meer informatie te verkrijgen.
Het feit dat het Duitse parlement en de Duitse autoriteiten wel aandacht hebben besteed aan de verkoop van TanQuid aan Energy Transfer, roept vragen op over waarom Ierland en Nederland dat blijkbaar niet hebben gedaan, of in ieder geval niet bereid waren om publiekelijk commentaar te geven op deze kwestie. Bovendien moeten lidstaten informatie uitwisselen volgens de EU richtlijn voor FDI screening. Wanneer een bedrijf van plan is om energie-infrastructuur in de regio over te nemen, is een dergelijke informatie-uitwisseling van cruciaal belang voor de EU en haar lidstaten om de potentiële risico’s van dergelijke investeringen te beoordelen.
Conclusie
SOMO roept op tot meer controle op de investeringsactiviteiten van Energy Transfer en Sunoco in Europa. Gezien Energy Transfer’s slechte staat van dienst op milieugebied, vijandigheid jegens activisten en bereidheid om politieke invloed aan te wenden, vraagt SOMO zich af of de overname van kritieke energie-infrastructuur in Europa door dit bedrijf in het algemeen belang is.
De Europese toezichthouders lijken echter te slapen. Alleen in Duitsland is er – dankzij de inspanningen van het maatschappelijk middenveld en het parlement – sprake geweest van enige vorm van publieke controle op de investeringen van Energy Transfer.
Het beleid van de EU inzake de screening van directe buitenlandse investeringen moet worden uitgebreid om rekening te houden met de sociale en milieurisico’s die aan bepaalde bedrijven verbonden zijn, en het risico dat investeerders een beleidsagenda willen bevorderen op het gebied van klimaat en energie die enkel hun eigen belang dient. De EU-lidstaten moeten bijzonder waakzaam zijn ten aanzien van investeerders uit de VS, gezien de politieke agenda van de huidige regering.
Energy Transfer en Sunoco hebben niet gereageerd op een verzoek om commentaar op de bevindingen in dit artikel.
Download in het Duits!
Do you need more information?
-
Jasper van Teeffelen
Onderzoeker
Related news
-
Investeringsbescherming als blokkade voor klimaatactieGeplaatst in categorie:Opinie
Bart-Jaap VerbeekGepubliceerd op:
Bart-Jaap Verbeek -
Industrie expansie drijft inwoners van Moerdijk wegGeplaatst in categorie:Long read
Boris SchellekensGepubliceerd op: -
Shell start nieuwe arbitrageprocedure tegen Nederland over nasleep gaswinning GroningenGeplaatst in categorie:Nieuws
Bart-Jaap VerbeekGepubliceerd op: